Alleen nationale democratieën kunnen politieke wil EU sturen

De Europese integratie is altijd resultaat geweest van politiek duwen en trekken. Nu moet de EU zich staande houden in een open democratisch debat.

MATHIEU SEGERS DOCEERT AAN DE UU EN IS AUTEUR VAN REIS NAAR HET CONTINENT .

In hun opiniestuk (O&D, 11 januari) beweren Ruud Lubbers en Paul van Seters dat er in Europa een politieke unie in aantocht is. Iets wat volgens hen eigenlijk al in het Verdrag van Maastricht geregeld had moeten worden, staat nu dan te gebeuren. Hun betoog suggereert de dwingende ratio die we tegenwoordig wel vaker horen: de muntunie kan niet zonder een politieke unie. Wat we twintig jaar gedaan hebben, kon helemaal niet. De crisis noopt ons nu tot herstellen van die weeffout. Deze redenering is verleidelijk omdat zij simpel is, en rationeel lijkt. Maar de geschiedenis leert ons iets anders. Dergelijke functionalistische logica gaat maar zelden op.

De Europese integratie mag dan een rationeel markt- en muntproject lijken, in werkelijkheid is zij vooral een resultaat van politiek trekken en duwen. In eerste instantie tussen Frankrijk en Duitsland. Soms leidde dat tot revolutionaire verzoening en kwantumsprongen in integratie, soms tot grote mislukkingen. Maar vrijwel altijd waren de wendingen onvoorzien. Verdergaande integratie was iedere keer opnieuw weer een 'grote gok', om te spreken met Christian Pineau, de Franse minister die onderhandelde over de gemeenschappelijke markt (1957).

Tot op heden werd er met dat gokken vooral gewonnen. Het economische succes was keer op keer verbluffend groot. De markt werkte geweldig. Zo werd het integratieproces een elixer voor de natiestaten van West-Europa, die dodelijk verzwakt uit de eerste helft van de twintigste eeuw waren gekomen. De ongekende welvaartsgroei werd door diezelfde natiestaten gebruikt om hun bevolkingen alsmaar beter te verzorgen. Het gaf hen een nieuwe raison d'être. Achteraf leek dat allemaal reuze rationeel. Maar in wezen was het meer een onverwachte meevaller.

Hoe dan ook, zoiets moeten politici exploiteren. In de constitutionele democratieën van de lidstaten is dat ook gebeurd. Maar op Europees niveau niet. Simpelweg omdat er geen Europese democratie bestaat. Dat maakt het politieke draagvlak voor het integratieproces precair. Zeker nu er onder druk van de schuldencrisis opnieuw groot gegokt moet worden. Ook nu gebeurt dat op manieren die nooit voorzien waren.

Ook niet door Van Rompuy toen hij in 2012 zijn vier bouwstenen presenteerde: begrotingsunie, bankenunie, economische- en politieke unie. Volgens Lubbers en Van Seters wordt dit plan nu uitgevoerd. Maar dat zal zelfs volgens Van Rompuy een wat al te impressionistische interpretatie van de huidige stand van zaken zijn.

Lubbers en Van Seters spreken over de begrotingsunie en de complexe bankenunie alsof dit allemaal enorm voor de hand ligt: een nadere invulling van de muntunie die nodig was.

De waarheid is dat wat zij de begrotingsunie noemen, geregeld wordt in een pact buiten de Europese verdragen om (omdat de Britten ervoor bedankten). Volgens sommigen wordt daarmee de bijl aan de wortel van de interne markt van de 28 lidstaten gelegd. Anderen zien het als een uitgelezen kans voor integratieverdieping. Het is een gok, zoveel staat vast.

De bankenunie wordt een uiterst ingewikkeld product van politiek spel. De tussenstand is dat de belofte van Europees bestuur op Europa's vervlochten en geliberaliseerde kapitaalmarkten op zijn allerbest slechts gedeeltelijk zal worden waargemaakt. Dat dit beter is dan niets betwijfelen weinigen. Maar of het genoeg zal zijn om nieuwe rampspoed te voorkomen, weet niemand.

Dan de economische unie: die bestaat niet. Er is voorlopig geen Europees macro-economisch beleid, en ook geen Europees werkgelegenheidsbeleid. Wat er wel komt zijn twee andere dingen.

Ten eerste: de 'contracten', waarmee lidstaten zich ooit gaan 'verplichten' tot structurele hervormingen, maar dan wel op hun eigen manier. Lubbers en Van Seters zien dit als een revolutionaire 'testgrond voor subsidiariteit-in-actie'. Maar die testgronden kennen we al langer. Zolang de lidstaten daar zelf over meeonderhandelen zullen de regels er aangepast worden, zodra de omstandigheden daarom vragen. Misschien is dat verstandig, misschien niet. Maar zo werkt 'subsidiariteit-in-actie' en zo hoort het ook te werken.

Ten tweede: een permanente voorzitter van de Eurogroep met een eigen agenda (die parttimer Dijselbloem zal opvolgen). Dit is een grote geste van het team Merkel-Schäuble aan de Fransen. Parijs krijgt hiermee het embryo van het door Frankrijk al decennia nagejaagde gouvernement économique. De Fransen zullen in de Eurogroep (zonder Britten en Scandinaviërs) Europa's macro-economische ambities willen coördineren. Daarbij zal de Franse regering zoals altijd niet de nadruk leggen op stabiliteit maar wel op groei, en wel voor heel Europa. Daarvoor zijn fondsen nodig. De Fransen mikken hier, ook vertrouwd, op de transferunie-in-actie. Dit als wisselgeld voor de 'contracten'. Dat lijkt realistisch, maar dat T-woord moet er ook in Noord-Europa wel bij verteld worden. Lubbers en Van Seters doen dat bijvoorbeeld niet.

En dan is er nog het klapstuk volgens Lubbers en Van Seters: de politieke unie. Zij hebben Van Rompuy's plan uit 2012 goed bestudeerd, maar zijn speech van 28 februari 2013 in de Londense City hebben ze blijkbaar gemist. Daar sprak Van Rompuy zich klip en klaar uit tegen de 'federalisering van de eurozone' en schoof hij verdragswijziging op de lange baan. 'Economische coördinatie' was zijn nieuwe devies. Dat lijkt meer op contracten en fondsen waarover gesteggeld kan worden in een gouvernement économique dan op politieke integratie.

Van de politieke unie weet niemand intussen meer wat er ook weer mee bedoeld werd. En zo is het altijd geweest. Het blijft bij een nachtmerrie of wensdroom in gepolariseerde Europadebatten. Bestaan doet de politieke unie niet. Het is zorgelijk dat Lubbers en Van Seters (weer) in de ban zijn geraakt van deze fantoomstrijd.

Want het gaat niet om kleine kwesties in het Europa van vandaag. Integendeel. Het gaat om de toekomstige vorm van de maatschappij en nieuw evenwicht tussen staat en markt. En om het vinden van nieuwe hoop en zin om onze kapitalistische welvaartsstaten vitaal te houden. Het antwoord op die uitdagingen kan en mag alleen geformuleerd worden na open democratisch debat, dat zo min mogelijk wordt belast met voldongen feiten.

Als de Europese Parlementsverkiezingen daarvoor de aanleiding kunnen zijn, is dat meegenomen. Maar uiteindelijk kan dat debat nergens anders plaatsvinden dan in de nationale democratieën. Hoe opgewonden sommige spelers daar ook zijn, daar moet de stand van zaken besproken en gewogen worden. Er bestaat geen andere geloofwaardige plek om Europa's politieke wil voor de toekomst te formuleren. Niet de politieke unie, maar die gang naar de nationale democratieën van de lidstaten wordt Europa's nieuwe grote gok.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden