Analyse

Alleen met een wonder zijn de verschillen nog te overbruggen

Donderdag bezocht de premier een boerderij in Friesland. Dat was aanvankelijk geheim: het kabinet wil geen trekkersprotest uitlokken. Liever straalt het bereidwilligheid uit. Vrijdag, bij het overleg tussen boerenorganisaties en het kabinet, zal blijken of de partijen tot elkaar kunnen komen.

Yvonne Hofs
Premier Rutte was donderdag op bezoek bij melkveehouder Stokman in het Friese Koudum. Na afloop van het gesprek stond hij de pers te woord.  Beeld Harry Cock / de Volkskrant
Premier Rutte was donderdag op bezoek bij melkveehouder Stokman in het Friese Koudum. Na afloop van het gesprek stond hij de pers te woord.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Bewindslieden die aan een polderoverleg beginnen, zeggen vaak dat ze bruggen willen bouwen. Dat is een clichéuitdrukking waarmee politici compromisbereidheid willen uitstralen en empathie voor de onderhandelingspartner. Maar als premier Rutte vrijdagochtend een brug wil slaan naar de boeren, zal hij een civieltechnisch wereldwonder moeten verrichten. Er is immers nog nooit een brug over een oceaan gebouwd.

Aan de vooravond van het Remkes-beraad tussen kabinet en boeren lijkt de afstand tussen de stikstofstandpunten van beide partijen onoverbrugbaar. De tien belangrijkste boerenbelangenorganisaties boycotten het overleg. LTO-voorzitter Sjaak van der Tak gaat er alleen heen om Rutte en de ministers Van der Wal (Natuur en Stikstof) en Staghouwer (Landbouw) nog eens duidelijk te maken dat het kabinet door de knieën moet. Het schisma van vorige week, waarbij LTO zich voorzichtig leek te distantiëren van de radicale boerenvleugel, is alweer opgeheven. Woensdagavond werd in een Nijkerks hotel de vrede getekend; de vertegenwoordigers van de intensieve veehouderij en akkerbouw praten weer met één mond.

Rechtbanken handhaven streng

Nu ook de grootste Nederlandse landbouworganisatie voor de harde opstelling kiest, zit het kabinet klem tussen rechtspraak en boerenprotest. De Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen vereisen dat de landelijke stikstofuitstoot op korte termijn aanzienlijk daalt om kwetsbare natuurgebieden te beschermen. In de Nederlandse Wet natuurbescherming staan sinds maart 2021 concrete stikstofreductiedoelen: uiterlijk in 2035 moet 74 procent van de stikstofgevoelige natuur afdoende beschermd zijn tegen stikstofschade. Rechtbanken handhaven deze wetten de laatste jaren streng. De overheid komt juridisch gezien niet meer weg met halfslachtige maatregelen en mooie beloften, als het om natuurbescherming gaat. Sinds het stikstofarrest van de Raad van State uit mei 2019 hebben provincies en Rijk bijna alle stikstofzaken verloren.

De wet eist absolute zekerheid van de overheid dat bedreigde natuur weer in goede staat van instandhouding wordt gebracht. Omdat de meeste Nederlandse natuurgebieden lijden onder een overmaat aan stikstofneerslag, is forse reductie van de ammoniak- en stikstofoxide-uitstoot onontkoombaar. Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Leidse universiteit, ziet hier weinig manoeuvreerruimte voor het kabinet. ‘De stikstofdoelen in de wet zijn direct gekoppeld aan de wettelijke eis tot natuurbescherming. De adviescommissie-Remkes is op wetenschappelijke gronden tot de conclusie gekomen dat de stikstofuitstoot voor 2030 met minstens 50 procent omlaag moet om aan de Habitatrichtlijn te voldoen. En in de jaren erna moet die uitstoot nog verder dalen, staat in Remkes’ rapport.’

Het naar beneden bijstellen van de reductiedoelen lost het stikstofprobleem dus niet op. De agrarische sector vindt 50 procent reductie binnen acht jaar ‘volstrekt onrealistisch’ en vraagt om een veel lager percentage in een veel langzamer tempo. Als het kabinet toegeeft aan die eis om de impasse aan de onderhandelingstafel te doorbreken, schuift de politiek het probleem door naar de toekomst. De kans is dan levensgroot dat rechters het beleid over een paar jaar opnieuw naar de prullenmand verwijzen, met alle gevolgen van dien voor bouwprojecten en andere economische activiteiten. Het doeljaar uit het regeerakkoord verschuiven van 2030 naar 2035 is juridisch en politiek gezien waarschijnlijk wél acceptabel, maar zal voor de boeren niet voldoende zijn.

Vier concrete eisen

Vooralsnog blijft het kabinet onwrikbaar. Tijdens telefoontjes met Agractie-voorzitter Bart Kemp wilde Rutte deze week geen concrete toezeggingen doen, onthulde Kemp donderdagmiddag in een videofilmpje. Agractie stuurde Rutte maandag een brief met minstens vier concrete eisen. Die moet het kabinet inwilligen vóórdat de boeren überhaupt aan tafel willen komen. Aangezien Agractie, LTO, Farmers Defence Force en de vier grote sectorbonden van veehouderij en akkerbouw sinds woensdagavond weer op één lijn zitten, moet aangenomen worden dat de eisen van Agractie representatief zijn voor die van de andere organisaties.

Agractie eist ten eerste dat het kabinet de maximumnorm voor stikstofneerslag op natuurgebieden uit de wet haalt. Het argument daarvoor is dat de natuur niet alleen door stikstof verslechtert. Ook factoren als verdroging en klimaatverandering spelen daarbij een rol. De overheid zou de natuur dus ook kunnen verbeteren door verdroging tegen te gaan. De boeren voelen zich gesteund door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat vorig jaar in een rapport stelde dat de overheid te veel op stikstof focust, terwijl de natuur ook met andere maatregelen gered kan worden.

Dat klopt wel, zegt Erisman, ‘maar van stikstof is de schadelijkheid wetenschappelijk bewezen. De natuur heeft daarom sowieso baat bij het tegengaan van stikstofuitstoot, terwijl niet of minder reduceren juist tot meer natuurschade leidt. Rechters willen harde garanties dat de natuur beschermd wordt, en alleen stikstofreductie biedt op dit moment de vereiste juridische zekerheid.’ Veel van de alternatieve maatregelen die het PBL suggereert, vragen bovendien even grote offers van de landbouwsector. Zoals het uitbreiden en aan elkaar knopen van natuurgebieden: daarvoor moeten vele hectaren landbouwgrond opgeofferd worden.

Het tegengaan van verdroging vergt ook al inspanning van boeren, want op veel plekken is die verdroging een gevolg van de landbouw. Boeren onttrekken water aan de grond en sloten om hun land te besproeien in regenloze tijden. Belangrijker is dat de grondwaterstand in grote delen van Nederland structureel laag wordt gehouden, opdat boeren hun land met zware machines kunnen bewerken. Die lage grondwaterstand is slecht voor de natuur.

Omschakeling noodzakelijk

Een omschakeling van de landbouw naar meer natuurinclusieve en minder intensieve vormen van bedrijfsvoering is sowieso noodzakelijk om aan andere Europese wetgeving te voldoen, zegt Erisman. ‘Extensivering van de landbouw en krimp van de veestapel helpen ook tegen klimaatverandering en watervervuiling. Nederland is niet alleen gebonden aan de Vogel- en de Habitatrichtlijn, maar ook aan de Kaderrichtlijn Water (die de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater bewaakt) en de Europese Klimaatwet.’

De andere drie eisen van Agractie zijn: een generaal pardon voor boeren die hun bedrijf de afgelopen jaren illegaal (maar met toestemming van de overheid) hebben uitgebreid, het uitsluiten van gedwongen onteigeningen en een forse verhoging van de stikstofdrempel voor bedrijfsuitbreidingen. Dat laatste voorstel wees minister Van der Wal vorige week nog af, omdat er dan bijna geen rem meer op de groei van de veestapel zou staan. En als het kabinet geen dwang kan toepassen bij het uitvoeren van het stikstofbeleid, ook niet als laatste redmiddel, levert het zich met huid en haar uit aan de goede wil van de boeren.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden