'Alleen Mahdi Leger kan nieuw bloedbad voorkomen'

Sjiitische milities maken zich in Bagdad op voor de strijd tegen soennitische strijders van ISIS.

SADR CITY, BAGDAD - Op de vloer van zijn kleine woonkamer opent Hossam al-Sudani (43) een map vol bloedige foto's. Lijken gewikkeld in rood bevlekte lakens, schreeuwende vrouwen in zwarte kledij, kinderen met de ogen levenloos open. Het werk van Al Qaida, zegt Hossam, een ervaren sjiitische militieman. De foto's uit 2006 tonen volgens hem sjiitische gevangenen die door de soennitische terreurgroep werden afgeslacht.


'En nu gebeurt het opnieuw,' zegt Hossam. ISIS, het monster van soennitische extremisten geboren uit Al Qaida, is onderweg naar Bagdad. Sommige families in Sadr City, een arme wijk waar posters van bebaarde sjiitische heiligen de straathoeken sieren, willen vertrekken. Maar het overgrote deel houdt fier een glimlach op het gezicht: dit is het domein van krijgsheer Moqtada al-Sadr en zijn Mahdi Leger. Daar komt niemand doorheen.


In Sadr City weten ze wat oorlog is. Kogelgaten in de lage, zandkleurige gebouwen herinneren aan de taaie strijd tussen lokale militiestrijders en Amerikaanse militairen, in de jaren na de invasie van 2003. Religieuze vlaggen markeren het stadsdeel, met zeker een miljoen inwoners, als de vesting die het voor de sjiitische gemeenschap was tijdens de sektarische burgeroorlog van 2006-2007. Anno 2014 melden knullen van begin twintig zich hier opnieuw aan voor oorlog en opnieuw een oorlog tegen andere Irakezen: hun extremistische landgenoten in ISIS.


Bagdad is op het oog kalm; de straten zijn wat rustig door de ramadan, maar de markten zijn open en in de restaurants breken Bagdadi's 's avonds het vasten. Maar achter gesloten deuren bereidt men zich voor op oorlog. Het Mahdi Leger dook vorige maand ineens weer op, na jaren van inactiviteit. Nadat ISIS de noordwestelijke plaats Mosul had ingenomen, trokken honderden gemaskerde strijders door de straten van Sadr City en toonden hun overvloed aan wapentuig. Een waarschuwing aan hun tegenstanders: wij zijn er klaar voor.


'Alleen het Mahdi Leger kan ervoor zorgen dat dit niet herhaald wordt,' zegt Hossam, met een vinger naar zijn map vol bloedvergieten. Hossam is explosievenexpert en commandant in een beweging die door haar tegenstanders wordt gevreesd. De duizenden Mahdi-strijders zijn religieus gemotiveerd, vermoedelijk bewapend en getraind door Iran en zeer bedreven in slepende stadsoorlogen.


Maar terwijl andere sjiitische milities nu al naar het front trekken voor de strijd tegen het soennitische ISIS en diens bondgenoten, beperkt het Mahdi Leger zich tot beschermende diensten rondom heiligdommen. Hun deelname is echter een kwestie van tijd, volgens Hossam. 'Meneer Al-Sadr heeft twee rode lijnen gesteld', zegt hij. 'Bagdad en Basra (sjiitische stad in het zuiden). Als een van die twee gevaar loopt, dan komen wij in actie. Tot die tijd sparen we onze krachten.'


Ali al-Tamimi, een 19-jarige kledingverkoper, groeide op met de verhalen uit de tijd van de soennitische dictator Saddam Hussein, die sjiieten onderdrukte. Husseins regime executeerde Ali's oom in 1984, vertelt de tiener vanaf een roestige schommel aan de rand van de rivier de Tigris. Als soennieten meer macht krijgen, vreest Ali, gaat Irak straks weer terug naar de tijd van Saddam. Maar Ali's vrienden tuimelen over elkaar met verklaringen van broederschap tussen soennieten en sjiieten.


Ook Hossam uit het geruststellende refrein in Bagdad: 'We hebben van het verleden geleerd.'Dat verleden is donker. Het Mahdi Leger vergaarde faam met zijn strijd tegen de Amerikanen. Maar losgeslagen strijders van de groep maakten zich ook schuldig aan moordpartijen op soennitische landgenoten, tijdens de burgeroorlog van 2006-2007. Hossam wil niet praten over die tijd, en zegt dat hij nu alleen zal vechten om zijn land te beschermen. Maar daarbij is zijn beweging nogal selectief; ISIS heeft al grote delen van het land in handen, het Mahdi Leger doet niets. Geen wonder dat soennitische Irakezen zeggen dat milities als het Mahdi Leger alleen opkomen voor hun eigen religieuze groep.


In Sadr City wacht Hossam stoïcijns af. Gevraagd of hij uitkijkt naar de kameraadschap van de strijd, is hij een paar seconden stil. 'Nee. Nee. Ik ben geen beest. Ik heb mededogen in mij. Christenen, sjiieten, soennieten, Koerden, Arabieren, we hebben allemaal veel te veel bloedvergieten gezien. Oorlog na oorlog, verwoesting op verwoesting. Wij Irakezen... het heeft ons agressief gemaakt, in plaats van samenwerkend.'


Hij zwijgt weer. 'Maar ik vecht voor mijn land. Als mensen zeggen dat ik alleen voor mijn religieuze groep vecht, dan is dat hun probleem. Ik geloof in wat ik doe.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden