Alleen maar nette mensen

Het bamischandaal, het nieuwe boek 'vol vuile praatjes' van P.F. Thomése contrasteert nogal met vroeger werk van de auteur. 'Belletje trekken in de literatuur' van een heer 'die ook wel eens aan de lamp wil hangen'.

'Ze wroette met haar linkerhand in mijn broek, want 'met links voel je beter', had ze op de cursus Linkshandige Tantra geleerd. Zelf zat ik met drie vingers tot aan het laatste kootje vast in de nattigheid van haar ruig behaarde flamoes, die ze inmiddels met ritmische drukpuntbewegingen over mijn wijsvinger aan het schuiven was. Ik rook de ziltzure lucht die vrijkwam uit de geile kledder, die ik af en toe zachtjes kon horen klotsen.'


Zomaar een fragment uit Het bamischandaal, het nieuwe boek van P.F. Thomése. Het is het vervolg op J. Kessels, The Novel uit 2009. Ook in dit tweede deel ('niet beter, wel heter!') draait het om de Tilburgse countryliefhebber J. Kessels, zowel in het boek als in het echt de beste vriend van Thomése.


Dat is de andere hoofdrolspeler, de ik-figuur uit bovenstaand fragment. In Het bamischandaal gaat schrijver P.F. Thomése, bijgestaan door de homofobe Breda-hater Peer Sonnemans, op zoek naar J. Kessels. Die is namelijk verliefd geworden op het Chinese nichtje van de afhaalchinees en haar achterna gereisd naar Shanghai. Eenmaal daar aangekomen legt Thomése het aan met fietsenverhuurster Bernadette (Det) van Rooij uit Aarle-Rixtel, een - in Kessels' terminologie - lelijk wijf met een mooie reet.


In zijn keurige Haarlemse woning serveert de echte Frans Thomése (54) kruidenthee en gevulde speculaas. 'Belletje trekken in de literatuur', noemt hij zijn Kessels-boeken, die op allerlei fronten nogal contrasteren met zijn andere werk. Met zijn debuut Zuidland, verhalen over vergeten historische figuren, won Thomése in 1991 de AKO Literatuurprijs. Bij een groot publiek brak hij in 2003 door met Schaduwkind, over het overlijden van zijn dochtertje Isa, zes weken na haar geboorte.


Thomése: 'Men vraagt zich af hoe ik én Schaduwkind kan schrijven én boeken vol vuile praatjes, zoals Het bamischandaal. Voor mij is dat heel voor de hand liggend. Ik wil de banaliteit niet overlaten aan banale geesten. Waarom zouden alleen de gevoelloze varkenskoppen van het PowNews banaal mogen zijn? Doordat zij de banaliteit inpikken, moet ik zeker fijnbesnaard blijven? Mooie boel. Ik wil ook wel eens aan de lamp hangen. Vulgariteit is onderdeel van het leven en dus van de cultuur. Mijn zoontjes van 9 en 7 genieten van vieze woorden. Dat vind ik prachtig.'


De J. Kessels-romans overstijgen het ranzige, vervolgt Thomése. 'Het bamischandaal gaat over vriendschap en verraad. Je beste vriend die verliefd wordt, is een vervelend verschijnsel. Je wordt geacht het leuk te vinden voor de ander, maar er is niks leuks aan, en zo'n meid is ook nooit leuk. In The Novel draait het om een zoektocht naar de verloren tijd, naar vroeger, naar een verloren herinnering. Ja, inderdaad, aan een geile doos uit de snackbar, maar waarom zou je je geen geile doos uit de snackbar mogen herinneren? Waarom moet je je altijd iets fijngevoeligs herinneren? De eerste opwinding in je leven is niet gering, zou ik zeggen. Waarschijnlijk hebben we allemaal wel ergens zo'n snackbar, verborgen onder onze schaamte.'


U wilde belletje trekken, maar J. Kessels, The Novel werd door de recensenten reuze grappig gevonden.

'Dat wel, maar het is niet genomineerd voor prijzen. In die zin werd het niet serieus genomen. Dus dat is relatief. Ik vind het zelf twee van mijn beste boeken, J. Kessels, The Novel en Het bamischandaal. Het was nog best moeilijk, want na The Novel vond ik de lat hoog liggen. Mensen hadden zich echt het schompes gelachen, buikpijn enzo. Ik ga over een paar jaar ook een derde schrijven. Waarschijnlijk wordt dat Ik, J. Kessels, de ongeautoriseerde biografie.'


Al zijn hele leven schrijft Thomése verhalen over J. Kessels, maar het duurde tot zijn 50ste voor hij het aandurfde een roman rond het personage te schrijven. Hij werd ertoe aangemoedigd door Anna Enquist, Henk Spaan en Herman Koch, allen net als Thomése medewerker van voetbaltijdschrift Hard Gras. 'Als ik hier op mijn 25ste mee was gekomen, weet ik niet of het was geaccepteerd. Wim T. Schippers kon hondendrollen filmen omdat hij een echte beeldend kunstenaar was, met VPRO-stempel. Dat element van gevestigd-zijn maakt deel uit van het effect. Een deel van de lol zit hem in het feit dat men dit van mij niet verwacht. Tijdens voorleesavondjes lees ik altijd uit Schaduwkind, maar ook altijd uit J. Kessels, en het liefst na elkaar.'


Wat vindt J. Kessels er zelf eigenlijk van?

'De eerste keer was hij overdonderd. Na The Novel hoorde ik heel lang niks. Het is een teruggetrokken iemand. De beeldvorming kon hem weinig schelen, maar hij was bang zijn anonimiteit kwijt te raken. Ik hoor hem er nu weinig meer over.'


Hij wordt niet afgeschilderd als een heel smaakvol type.

'Ik heb ook smaakvolle vrienden, maar daar ga ik echt nooit een roman over schrijven. Dus het is ook wel een verdienste. Om het tot romanpersonage in Het bamischandaal te schoppen, moet je over zekere kwaliteiten beschikken. Je moet geen civilisatiefilter hebben. Wat je voelt is wat je zegt. Al voor ik over J. Kessels schreef, viel het me op hoe karaktervast hij was. De meeste mensen passen zich aan, hij is in elke situatie hetzelfde.'


Bent u in gezelschap van J. Kessels een andere Thomése dan bij uw smaakvolle vrienden?

'Ja, dat denk ik wel. Zoveel smaakvolle vrienden heb ik overigens niet, nu ik erover nadenk.'


U lijkt een keurige, smaakvolle man.

'Ik ben een schrijver. Een schrijver is per definitie onvast, hij neemt zijn vorm al schrijvende aan. Als ik altijd hetzelfde zou zijn, zou ik maar één boek kunnen schrijven. Dat soort schrijvers heb je trouwens wel, type Voskuil, maar dat zijn uitzonderingen. Over het algemeen is een schrijver een vloeibare gestalte.'


Is J. Kessels uw beste vriend?

'Dat denk ik wel. We waren begin twintig en samen leerling-journalist bij wat nu het Eindhovens Dagblad heet. Hij werkt er nog steeds en heeft een column. We praatten over countrymuziek, films, vrouwen en seks en gingen samen op reis. Inmiddels zijn we allebei vader. We spreken nu 's middags af om bier te drinken, waarbij hij nog steeds rookt als een schoorsteen, dus we zitten meestal in de vrieskou. Dat is het dan zo'n beetje. Op een gegeven moment komt er niks meer bij, hè, dan heb je steeds dezelfde gesprekken. Ik vind dat heel prettig, moet ik zeggen.'


Lijken jullie op elkaar?

'Nee, ik denk dat we helemaal complementair zijn. Als je op elkaar lijkt, krijg je afgunst. In Het bamischandaal staat dat hij op tieten valt en ik op konten. Dat klopt wel ongeveer; we zijn nooit op dezelfde vrouwen gevallen, daarom gaat het ook zo goed.'


Hebt u getwijfeld over uw eigen expliciete rol in het boek?

'Die P.F. Thomése gaat flink tekeer, ja. Maar ik vind: als je smerig schrijft, moet je ook eerlijk zijn. Als de smerigheid alleen bestaat uit lachen om anderen, kom je in die nare sfeer van PowNews. Als er in dit boek iemand op z'n bek gaat, ben ik het zelf.'


Als puber in Zaltbommel wilde Thomése al schrijven. 'Ik vond mezelf meer terug in figuren uit de popmuziek en uit de literatuur dan in die getemde zoon die bij zijn ouders aan tafel boerenkool met worst zat te eten. Het was ook afstrepen, natuurlijk. Ik was niet toonvast en niet exhibitionistisch, dus de popzangerij zat er niet in. Ik heb aan filmmaken gedacht, maar dat heeft met techniek, geld en dus met organisatietalent te maken. Dat had ik niet. Het moest iets introverts zijn. Schrijven bleef over.'


U noemde uzelf ooit 'een intellectuele schrijver met een missie'.

'Ik schrijf omdat ik het belangrijk vind, niet om beroemd of rijk te worden. Het moet inzicht geven. Door het schrijven kom ik soms bij dingen terecht die minder prettig zijn. Dat wat wij identiteit noemen, stellen we samen uit positieve eigenschappen. Niemand kijkt naar een documentaire over het Derde Rijk en zegt: kijk, zo ben ik wel een beetje. Maar het feit dat het zoveel mensen heeft aangesproken, maakt duidelijk dat het herkenbaarder is dan je misschien lief is.'


Welke onaangename kanten van uzelf ontdekte u tijdens het schrijven?

'In mijn boeken onthul ik die en verberg ik die tegelijkertijd. Dat is de kunst van het schrijven. De journalistiek is op het tegenovergestelde gericht, namelijk op ondubbelzinnigheid. Als ik in dit interview vertel dat ik tijdens het schrijven mijn eigen perversiteiten heb onderzocht en vervolgens mijn topdrie onthul, wordt het meteen heel iets anders. Kunst is belangrijk om onze verdrongen angsten en verlangens te beleven. Daarom is het overigens ook onverstandig dat de overheid daar tegenwoordig zo laatdunkend over doet. Primitieve mensen hebben de kermis, ontwikkelde mensen hebben kunst. Het is niet voor niets dat kunst zo vaak gaat over narigheid. Aan happy kunst heb je niks. André van Duin is leuk voor de zaterdagavond, maar het heeft met kunst niks te maken.'


In 1981, negen jaar voor hij debuteerde, diende Thomése een manuscript in bij Meulenhoff. 'Ik dacht zelf dat het erg goed was. Na drie maanden had ik geen reactie en ben ik erheen gegaan. Tilly Hermans, gek genoeg nu mijn redacteur bij Atlas Contact, vond het interessant, zei ze, maar het was nogal efemeer. Ik wist niet wat dat betekende, niet eens of het positief of negatief was. Thuis heb ik het opgezocht: vluchtig, te licht, te weinig diepgang. Ik was gekrenkt, want de dood van mijn vader, die twee jaar eerder plotseling overleden was, speelde een belangrijke rol in de roman. Ik vond het zelf helemaal niet efemeer, want het ging om mijn diepste zieleroerselen. Achteraf ben ik Tilly erg dankbaar dat dat toen niet is doorgegaan. Toen ik acht jaar later Zuidland inleverde, wist ik zeker dat het uitgegeven ging worden.'


En u won er meteen de AKO Literatuurprijs mee.

'De jaren erna had ik het moeilijk, ik kreeg weinig meer op papier. Het leek mij eigenlijk beter mijn oeuvre langzaam doch gestaag op te bouwen en dan in den levensavond minzaam knikkend alle eerbewijzen in ontvangst te nemen. Inmiddels weet ik: de literaire wereld is hard, dus je kunt beter meteen alles binnenhalen. We leven in een tijd waarin je direct moet cashen.'


Dat klinkt cynisch.

'De wereld is zoals hij is, dat heb ik niet bedacht en ook niet gewild. Dat kun je cynisch noemen, maar ik probeer in die wereld te overleven. Toen ik met schrijven begon, was mijn beeld ireëel. Het zou om goede boeken gaan, schrijvers zouden leuke en belezen mensen zijn, die graag met mij over de literatuur zouden willen praten. In werkelijkheid bleken schrijvers, ik zelf voorop, vooral te willen praten over royalties en slechte recensies.'


U vond het zo erg dat u besloot radicaal te breken, met uw schrijversvrienden, met Amsterdam. U vertrok met ruzie bij uw uitgeverij Querido.

'Op mijn 40ste ben ik volwassen geworden. Voor die tijd stond ik op na het middaguur en deed ik waar ik zin in had. Heerlijk, natuurlijk. Maar tegelijkertijd leed ik aan enorme depressies en die kwamen niet uit de lucht vallen. Die hadden te maken met dat gezuip, met het leiden van een leven waarin ik mijn talenten vergooide. Als je geen vrouw en kinderen hebt, geen hond die uitgelaten moet worden, wordt de tijd één grote zee, vol gezuip en gedoe. Verkeerde vriendinnen, te veel vriendinnen, geen vriendinnen. Slordig leven. Dat zat me tijdens het schrijven in de weg, besef ik nu.'


Hebt u veel vrienden overgehouden uit die tijd?

'Nee. Dat heeft ook met drank te maken. Drank leidt altijd tot ruziemakerij.'


U stond enigszins bekend als ruziemaker.

'Ik heb nooit een kwade dronk gehad, maar ik flapte er wel eens wat uit. Café De Zwart is een heel klein café, je staat er altijd wel op iemands tenen.'


Komt u er nog wel eens?

'Nooit. Het is bij sommige dingen makkelijker ze nooit meer te doen dan ze af en toe te doen. Ik rook nooit meer en ik moet niet meer in cafés gaan zitten. Toen ik die deuren achter me dichttrok, van die cafés en van die uitgeverij, ontstond er ruimte. De J. Kessels-verhalen wilde Querido nooit uitgeven. Die lagen daar maar op de verwarming te stoven, onder de koffiebekertjes. Bij Contact waren ze meteen enthousiast en kon ik de schrijver worden die ik ben.'


Wat deed u besluiten om te breken met die wereld en naar Haarlem te vertrekken?

'Teleurstelling, over mezelf. Ik wilde niet zo iemand zijn. En het had te maken met de liefde, met Makira, de vrouw met wie ik getrouwd ben. Die teleurstelling over mezelf las ik in haar ogen ook. Ik zag haar denken: blijf je aan de gang? Ik heb altijd de fantasie gehad om opnieuw te beginnen. Leraar Nederlands worden in Kuala Lumpur, dat heb ik serieus overwogen. En ik had het ooit tijdens een reis met J. Kessels door Amerika. Ik werd verliefd op een meisje uit Nashville, Cheryl, en dacht: wat als ik mijn vriend nu eens uitzwaai en er met haar vandoor ga in een ouwe Ford, de horizon tegemoet? Uiteindelijk denk ik dat emigreren voor een Nederlandse schrijver onmogelijk is, want je blijft toch deel van de Nederlandse boekenwereld. In die zin kun je net zo goed naar Haarlem gaan als naar Kuala Lumpur.'


Het eerste boek dat Thomése vanuit Haarlem de wereld inzond, was Schaduwkind. 'Het sterven van mijn dochtertje viel samen met die breuk in mijn literaire leven. Misschien heeft het boek daarom wel zo'n kracht gekregen. Ik schreef het voor mezelf, voor publicatie vond ik het ongeschikt. Dat kón helemaal niet. Ik kon sowieso niet naar buiten treden in die tijd, letterlijk. Ik kwam nergens meer en ik vond al die boeken die iedereen schreef totaal niet belangwekkend. Het was mijn uitgever, Mizzi van der Pluijm, die vond dat het uitgegeven moest worden. Ik heb me door haar laten overtuigen.'


Vijf boeken staan er nu op het nog te schrijven lijstje van Thomése. Hij is sinds de zomer bezig met De onderwaterzwemmer, een 'meer poëtisch boek' dan Het bamischandaal. Dat laatste schreef hij in vier maanden. Het moest snel af, zegt Thomése, zodat hij aan zijn volgende boek kon beginnen. 'Ik heb altijd last van hypochondrie gehad. Als ik plotseling ongeneeslijk ziek blijk te zijn, is het vreselijk als ik dan het verkeerde boek aan het schrijven ben. Ik hoop daarom dat ik De onderwaterzwemmer nog afkrijg. Ik wil niet dat Het bamischandaal mijn laatste boek wordt.'


U denkt dat het elk moment afgelopen kan zijn.

'Dat gevoel heb ik wel, ja. Niet dat ik me slecht voel, maar je leest het altijd, over andere mensen: opeens hebben ze het en is het gebeurd. Dat je bij de dokter komt met een rare ontsteking die niet helemaal overgaat, en dat dan blijkt dat die ook nooit meer over zál gaan. Misschien komt het doordat mijn vader jong is overleden, maar ik heb dit al van jongs af aan.'


Gaat u met elk dingetje naar de dokter?

'Vroeger had ik altijd de fantasie dat ik een hartaanval kreeg. Toen zat ik voortdurend bij de dokter. Ik heb ook twee of drie keer bij de eerste hulp gezeten, met achteraf niks. De laatste keer was een paar jaar geleden. Tegenwoordig ben ik eerder bang voor carcinomen. Ik houd mijn waterstraal goed in de gaten, want prostaatkanker is een silent killer. Ik heb zelfs wel eens een vinger in m'n reet laten steken. Het zijn angsten, maar reëele angsten. Gelukkig heb je met kanker meestal nog wel even. In ieder geval lang genoeg om De onderwaterzwemmer af te maken.'


Het bamischandaal Atlas Contact, € 16,95


FotoRobin de Puy


1958


Geboren in Doetinchem 23 januari


1979-1984


redacteur en verslaggever bij het Eindhovens Dagblad


1986


publicatie eerste literaire verhaal in De Revisor


1998-2001


redacteur De Revisor


1990


debuteert met verhalenbundel Zuidland


1991


AKO Literatuurprijs voor Zuidland


2001


Greatest Hits, verhalenbundel rond J. Kessels


2008


Nergensman (genomineerd voor de Gouden Uil)


2009


J. Kessels, The Novel


2010


De weldoener (in 2011 genomineerd voor de AKO Literatuurprijs)


2012


den Uyl-prijs voor Grillroom Jeruzalem


2012


Het bamischandaal


J. Kessels, The Novel wordt verfilmd. Producent is Sander Verdonk van LEV Pictures (Plan C) en regisseur is Erik de Bruijn (Wilde Mossels, De President). Het scenario is van Jan Eilander. Er wordt nog gezocht naar een Duitse co-producent.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden