beschouwingalleen versus eenzaam

Alleen is niet per se eenzaam en andersom: waarom die begripsverwarring problematisch is

Stel je voor: de restaurants zijn nog open, een gast in zijn eentje aan tafel, met bijvoorbeeld een boek. Daarnaast twee echtgenoten die elkaar niets meer te vertellen hebben. Wie is er beter af? Alleen zijn is niet per definitie vervelend, eenzaam wil niemand zijn. Toch doelen we vaak op het een als we het hebben over het ander. Een misverstand, schrijft Sander van Walsum.

null Beeld Marcel van den Bergh
Beeld Marcel van den Bergh

Eenzaam maar niet alleen. Dat was de titel van het boek waarin prinses Wilhelmina in 1959 – elf jaar na haar abdicatie als koningin, en drie jaar voor haar dood – de herinneringen optekende aan een leven waarin zij zich eenzaam had gevoeld. En dat, terwijl zij voortdurend was omringd door hovelingen, ministers en juichende onderdanen. Thijs Booy, de secretaris van de prinses en coauteur van haar memoires, zou niet zo ingenomen zijn geweest met de boektitel. Die was ‘te klagerig’, meende hij. Maar de prinses was onvermurwbaar: ‘Mijnheer Booy, wilt u mij verleiden tot een leugen?’

Booys bezwaren werden niet gedeeld door het Nederlandse volk, voor zover dat kan worden opgemaakt uit de verkoopcijfers. In korte tijd gingen er ruim 100 duizend exemplaren van het boek over de toonbank – à raison van 13,75 gulden per stuk. De enige kritische recensent, die van het Amsterdamse studentenblad Propria Cures, meende (oneerbiedig) dat de auteur aan dementia religiosa leed. Inderdaad maakte Wilhelmina de lezers deelgenoot van een esoterisch geloofsleven. Maar de titel van haar boek verraadde wel een inzicht dat tot op heden tamelijk zeldzaam is: dat eenzaamheid niet moet worden verward met alleen zijn.

Dat betekenis van beide min of meer uitwisselbaar zijn, is een misverstand dat misschien voortkomt uit de vertaling van lonely uit het Engels – de officieuze wereldtaal tenslotte – die zowel ‘eenzaam’ als ‘alleen’ kan zijn. Maar in het Nederlands heeft het ene woord een andere gevoelswaarde dan het andere. Alleen zijn is niet per definitie vervelend, of beklagenswaardig. Integendeel: je kunt er hevig naar verlangen. Zelfs in een vol restaurant – herinnert u zich die nog? – was het nog maar de vraag wie beter af was: de gast die, lezend of observerend, in zijn eentje aan een tafel zat, of de echtgenoten die zwijgend hun dure driegangenmenu naar binnen werkten. Om nog maar te zwijgen van gezelschappen met onderling wedijverende grappenmakers.

Georkestreerde gezelligheid

Wie goed alleen kan zijn, is in staat om zich te onttrekken aan de sociale dwang die (in coronaloze tijden) uitgaat van kroegentochten en andere vormen van georkestreerde gezelligheid. De solitaire mens kan zich vrijer en onafhankelijker voelen dan de gezelschapsmens. Hij is beter bestand tegen de sociale onthouding die nu de norm is. In de literatuur is loneliness, in de zin van ‘alleen zijn’, vaak de voorwaarde voor creatieve productiviteit. Voor de kunstenaar en de avonturier is alleen zijn de zelfgekozen condition humaine. Zij ontlenen er zelfs een zeker heroïsch gevoel aan.

Eenzaam echter, wil niemand zijn. Dat desolate gevoel kan worden opgewekt door leegte om je heen, maar ook door gezelschap waarmee jij je niet verbonden voelt. Omgeven door gezelligheid, of wat daarvoor moet doorgaan, kunnen mensen zich zo eenzaam voelen dat ze liever alleen zouden zijn. Eenzaamheid is een gangbare toestand onder studenten – voor wie de studietijd de mooiste levensfase zou moeten zijn. Eenzaam zijn de mensen die het gevoel hebben dat ze in elk gezelschap kunnen worden gemist. ‘Gezelschap zonder contact maakt eenzaam’, schreef hoogleraar genderstudies Maaike Meijer in een column. ‘Je bent eerstejaars, je stort je in het studentenleven en als je het drinken eenmaal onder de knie hebt, vraag je je af: maar met wie kan ik nu echt praten?’

Koffiecorner

We doelen dus vaak op eenzaamheid als we het hebben over alleen zijn – of omgekeerd. Neem alle campagnes waarmee, onder verwijzing naar de kerstdagen en de sociale ontwrichting door corona, de eenzaamheid wordt bestreden. De goede bedoelingen zijn boven alle twijfel verheven, maar je kunt je afvragen of alleenstaanden er behoefte aan hebben om als eenzamen te worden bejegend. Het is bovendien twijfelachtig of eenzame mensen ervan opknappen om door een buddy op een gezellig middagje te worden getrakteerd. ‘Het lijkt mij zelfs goed voorstelbaar dat sommige bejaarden die naar de koffiecorner worden gesleept, zich extra eenzaam voelen als zij merken dat zij de interesses missen van de mensen om hen heen’, schreef filosoof en essayist Marjan Slob in de Volkskrant na het verschijnen van haar boek over eenzaamheid, De lege hemel. ‘Soms verdenk ik de montere goeddoeners van deze wereld ervan eenzaamheid zo’n akelig onderwerp te vinden, dat ze liever niet stilstaan bij het verschijnsel zelf.’

Daarmee doelde zij op het feit dat verschillende vormen van eenzaamheid en solitaire leefwijzen onder één statistische noemer worden gebracht. Zo meent het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te weten dat de helft van de 75-plussers in Nederland zich eenzaam voelt. Volgens het CBS komt ‘sterke eenzaamheid’ voor bij een miljoen Nederlanders. Het RIVM komt op het dubbele aantal uit. Van Nederlanders met een Turkse achtergrond zou zelfs 70 procent zich eenzaam voelen.

Onder verwijzing naar dit soort statistieken merkte koning Willem-Alexander eerder dit jaar eenzaamheid aan als een virus, dat zich via individualisering en de vermaledijde sociale media zou verspreiden in de samenleving. Slob was noch van de beeldspraak, noch van de onderliggende analyse onder de indruk. ‘Slordig geformuleerde ouwelullenkritiek’, zei ze in Trouw. Veel mensen waren tijdens de lockdown voor hun welbevinden vergaand afhankelijk van de sociale media. En de gangbare opvatting dat eenzaamheid het neveneffect is van individualisme kan worden gelogenstraft met een verwijzing naar de Scandinavische landen, waarvan de inwoners zowel de meest individualistische als de gelukkigste Europeanen zijn.

De metafoor van eenzaamheid als virus is, volgens Slob, ‘slecht gekozen’. Eenzaamheid is geen ziekte – en al helemaal geen overdraagbare ziekte – maar het resultaat van het menselijk vermogen om over zichzelf, zijn eigen plek in de wereld en zijn lotsbestemming na te denken. Eenzaamheid is met andere woorden ‘een menselijk talent, al maakt het je niet gelukkiger’.

Ziekte

Slob verschilt wezenlijk van mening met de Duitse psychiater Manfred Spitzer die in zijn twee jaar geleden verschenen boek Eenzaamheid: de niet-erkende ziekte schreef dat eenzaamheid letterlijk pijn doet, in zekere zin overdraagbaar is, 20 procent dodelijker is dan roken en tweemaal zo dodelijk als drinken. En, anders dan Slob, wees ook Spitzer individualisering en het gebruik van sociale media aan als (mede-)veroorzakers van de veronderstelde ziekte. ‘In een tijd waarin iedereen online alleen de goede versie van zichzelf toont, is het een taboe om voor je eenzaamheid uit te komen’, zei hij in Trouw. ‘Dat voelt als het toegeven van een fout, een zwakte: ‘Ik ben mislukt’.’

Maar in één opzicht zijn Spitzer en Slob het roerend met elkaar eens: dat eenzaamheid en alleen zijn vaak met elkaar worden verward en dat die begripsverwarring een effectieve bestrijding van eenzaamheid in de weg staat. ‘Sociale isolatie is objectief te meten, maar eenzaamheid is een subjectieve ervaring’, zei Spitzer. Ruim zestig jaar geleden klonk dat intuïtieve besef al door in de onbegrepen titel van de memoires van prinses Wilhelmina.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden