Makelaar Geert Klaver in Opmeer bij het onafgebouwde Scheringa Museum voor Realisme.

faillissement DSB Bank Onafgebouwd Scheringa Museum voor Realisme

Alleen in het museum waart de geest van Scheringa nog rond: hoe West-Friesland uit het DSB-gat klom

Makelaar Geert Klaver in Opmeer bij het onafgebouwde Scheringa Museum voor Realisme. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

West-Friesland heeft zich na het faillissement van DSB verrassend snel weer opgericht, maar de gedachte aan ‘Dirk’ leeft voort. Meest zichtbare restant van zijn gevallen imperium is het nooit afgebouwde Scheringa Museum voor Realisme in Opmeer. 

Voor één middag is Dirk Scheringa terug in de vierenveertig galmende zalen van het museum dat nooit openging. Waar kunstminners zich hadden moeten vergapen aan vervreemdende landschappen van Carel Willink, vullen houten platen de kale muren. In het museum groter dan het Van Gogh in Amsterdam hangt slechts één klein schilderij, van Marcel Pinas. Makelaar Geert Klaver kreeg het van zijn moeder voor Sinterklaas. Het is op Klavers verzoek dat Scheringa deze septemberdag is teruggekeerd in zijn museum. Hij vertelt een groep makelaars over zijn leven, de verloren gegane bank en het pand dat Opmeer wereldberoemd had moeten maken.

Makelaar Geert Klaver in Opmeer bij het enige schilderij in het onafgebouwde Scheringa Museum voor Realisme. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Tien jaar na het het verdwijnen van DSB Bank galmen de gevolgen van het faillissement in de regio West-Friesland nog na. Niet in economische zin: de duizenden werklozen die de bank in Wognum achterliet zijn allang weer aan de slag. Het is de lokale trots die een deuk heeft opgelopen. De bakker, de slager, het UWV: allemaal praten ze met genoegen over ‘Dirk’, die zijn imperium met West-Friese nuchterheid vanaf de grond opbouwde. Die tegenwerking van de gevestigde financiële orde trotseerde. Om vervolgens alles wat hij had geconstrueerd te zien verdwijnen, al dan niet door toedoen van diezelfde gevestigde orde.

Het was een klap die natrilde van Wognum tot Alkmaar. Niet alleen de bank, maar ook de mecenas van de schaatsploeg, AZ en de kunsten verdween uit het dagelijkse leven. Meest tastbare litteken van die onverwachte teloorgang is het onafgebouwde Scheringa Museum voor Realisme in Opmeer. Tien jaar na het faillissement van DSB staat het reusachtige pand tegenover het gemeentehuis nog altijd leeg.

Dat doet iets met een regio, getuige de woorden waarmee de makelaar het museum op een speciaal opgetuigde site aanprijst: ‘Verlangt u ook naar een nieuwe trots in de regio? Wij wel.’

DSB tien jaar na de val

Tien jaar geleden ging DSB Bank failliet. In drie afleveringen gaat de Volkskrant op zoek naar de erfenis van Dirk Scheringa. Dit is deel twee. Uit de eerste aflevering bleek: tien jaar na het faillissement verkeert een groot deel van de DSB-leners in forse financiële problemen.

Scheringa zelf blijft als het even kan uit beeld. Telefonisch verwijst hij naar zijn woordvoerder, bij een bezoek aan zijn stolpboerderij zijn alleen zijn contouren zichtbaar achter de groene gordijnen van zijn werkkamer. Wat de oud-bankier in september precies aan de 57 makelaars vertelt in zijn oude museum blijft geheim. Bij de ingang leveren de makelaars hun telefoon in, en moeten ze plechtig beloven geen microfoontjes te dragen.

Vrees voor een leegloop

Het dreigden in oktober 2009 donkere tijden te worden voor West-Friesland. Circa tweeduizend werknemers van de failliete DSB Bank, veelal woonachtig in de gemeenten Medemblik, Opmeer en Hoorn, moesten het met een stuk minder gaan doen. Het UWV-kantoor in Alkmaar draaide wekenlang weekenddiensten om alle binnengekomen aanvragen voor Kerst af te handelen. De lokale middenstand vreesde voor hun omzet in een plots verarmde regio, terwijl ze in de bank met een voorkeur voor lokale producten toch al een grote afnemer kwijtraakten.

Maar een decennium later blijken de bewoners van de polders en de dijken zich heel behoorlijk gered te hebben. ‘Je denkt: die mensen zijn dusdanig gespecialiseerd, daar is geen werk meer voor’, kijkt Theo van Eijk terug. De CDA’er was burgemeester van Medemblik toen het Wognumse hoofdkantoor binnen zijn gemeentegrenzen leeg kwam te staan. Van de ene op de andere dag verloor de gemeente haar grootste werkgever. Hij vreesde een leegloop.

Voor Van Eijk reden om andere financiële instellingen te vragen of ze iets zagen in het antroposofisch gebouwde hoofdkantoor zonder rechte ruiten en wanden – eigenlijk de taak van de curatoren. Hij zat aan tafel bij ING, Nationale Nederlanden en de Rabobank. ‘Onze hoogopgeleide werklozen waren onze enige zorg. In deze regio zitten verder helemaal geen grote kantoren.’ Zijn pogingen bleven zonder succes. ‘Het pand was besmet. Niemand wilde in het DSB-pand.’

Interieur van het onafgebouwde Scheringa Museum voor Realisme. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Terwijl Van Eijk stad en land afreisde om een vervanger voor DSB te vinden, bleek het probleem zich tot zijn opluchting vanzelf op te lossen. ‘Andere bedrijven trokken bij ons aan de bel, meteen al’, herinnert UWV-arbeidsmarktadviseur Erik Stam zich. Na een half jaar hadden zeven op de tien werknemers ander werk, zegt hij. ‘Dat is meer dan bij reguliere werkverliezers.’ Wat in die statistieken helpt, is juist het hooggeschoolde personeel. DSB had weinig kantoren en als gevolg daarvan weinig baliemedewerkers, maar veel ict’ers en boekhouders in dienst.

Ook de telefonisten en administratief medewerkers vonden snel een nieuwe baan. Patrick Goedhart bijvoorbeeld, zeven jaar actief in de administratie van DSB. Na een baan als inpakker van roze glacékoeken kwam hij via een glasfabriek en een spelletjesfabriek uit in de kaasfabriek waar hij nu werkt. ‘Allemaal werk waar ik maximaal een half uurtje voor hoef te rijden.’

De arbeidsmarkt in Noord-Holland-Noord heeft een hoog absorptievermogen, verklaart Stam. ‘Er is horeca, techniek, transport en agrarisch werk in de regio. En anders gaan ze naar Amsterdam, dat is om de hoek.’ Een soortgelijk faillissement in Drenthe of Limburg zou volgens hem grotere problemen opgeleverd hebben.

Zelfs de winkelpuien in het centrum van Wognum dragen nog de namen die journalisten tien jaar geleden in hun opschrijfboekjes als ten dode opgeschreven noteerden. ‘DSB was een grote klant die wegviel. Maar er kwam al snel een begrafenisondernemer voor in de plaats’, zegt bloemiste Tulin Cakal met een geprepareerd koffieboeketje in de hand. Ze is voormalig hofleverancier van bloemen aan de bedrijven van Dirk Scheringa.

Zwaarst getroffen is Frank Schoutsen, telg uit een 136 jaar oud Wognums bakkersgeslacht. Vier werknemers smeerden dag in, dag uit honderden broodjes voor het opleidingscentrum en de kantoren van DSB. ‘Gelukkig gingen in die tijd twee van mijn mensen met pensioen. Ik heb één contract niet verlengd, maar niemand hoeven te ontslaan’, zegt Schouten als hij de spuitzak even neerlegt. Hij lijkt eerder opgelucht dan teleurgesteld dat hij van al die broodjes af is. ‘Als DSB was blijven bestaan was de omzet nu hoger geweest. Maar nu had ik eindelijk tijd voor het ontwikkelen van bonbons en eigengemaakt ijs.’

Exterieur van het onafgebouwde Scheringa Museum voor Realisme. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Wachten op een toekomst die maar niet komt

En ja, zelfs het besmette DSB-hoofdkantoor heeft nieuwe bewoners gekregen. Nadat toenmalig burgemeester Theo van Eijk het pand niet aan een grote werkgever wist te slijten, kocht de gemeente het zelf maar als gemeentehuis voor de nieuw te vormen fusiegemeente. ‘Ik zei: we doen een bod waar ze toch niet op ingaan’, zegt Van Eijk in de oude kamer van Dirk Scheringa. Tegenwoordig vinden de vergaderingen van B en W er plaats.

De gemeente Medemblik beschikt nu over het excentriekste gemeentehuis van Nederland. Ambtenaren en wethouders wandelen door het pand met regenbooggevel, rode vloerbedekking en pastelroze wanden. Het massief houten meubilair stamt nog uit de tijd van Dirk Scheringa, net als de nauwelijks gebruikte Ierse pub. En dat voor 12,5 miljoen euro. Voor het nieuw te bouwen gemeentehuis had Medemblik 35 miljoen euro gereserveerd.

Alleen in dat andere megacomplex leeft de handelsgeest van Dirk Scheringa nog voort. Bandensporen van klassieke Bentleys en andere oldtimers doorkruisen het voormalige Scheringa Museum voor Realisme. Makelaar Geert Klaver – bretels, sigaartje – had van het weekend zijn filantropische mannenclub over de vloer. ‘Allemaal rookmachines, iedereen verkleed als in de serie Peaky Blinders. Een enorme beleving, mede door de uniekheid van het pand. We hebben ruim 23 duizend euro opgehaald voor het goede doel.’

Al tien jaar wacht het museum op een toekomst die maar niet komt. In 2015 kocht een groepje lokale ondernemers het voor een schijntje op, maar sindsdien heeft het pand dat meer dan 200.000 bezoekers per jaar moest trekken nog geen nieuwe bestemming. Een bouwval is het niet, af is het evenmin. Draden steken uit de grond, de deuren zijn dichtgetimmerd. Tijdens een rondleiding wijst Klaver op een drassig grasveld rond het pand. ‘Daar had de beeldentuin moeten komen. Daarachter konden de bussen parkeren.’

Bijna was ook deze kolos in handen van de overheid gevallen. Na het faillissement van DSB in 2009 was er sprake van dat het Nationaal Historisch Museum in het reusachtige pand zou komen. Toen dat niet doorging, probeerde burgemeester Gertjan Nijpels van Opmeer het te kopen en om te vormen tot een integraal kindcentrum.

Het liep mis omdat curatoren en schuldeisers voor het geld kozen, zegt Nijpels. Kort na zijn poging verkochten de curatoren het voormalige museum op een veiling. ‘Het scheelde een paar ton tussen ons bod en het eindbod. Het totaal is verkocht voor een miljoen euro, terwijl het voor iets van dertig miljoen is gebouwd. Had er dan iets maatschappelijks mee gedaan’, zegt Nijpels boos. ‘Volgens mij moet je een kloppend hart hebben om niet te overlijden, maar de curatoren hebben daar blijkbaar toch iets op gevonden.’

11.000 koeien

Bij de burgemeester leeft het gevoel dat vooral zijn gemeente de nare gevolgen draagt van de afwikkeling van het faillissement. ‘De banken hebben alles teruggevangen van DSB, Medemblik mocht het DSB-pand daar wel kopen. Het kleine Opmeer met 11 duizend mensen en evenveel koeien, wij zijn de lul.’

Vandaar dat makelaar Klaver namens de investeerders nog altijd een nieuwe gebruiker van het pand zoekt. Aan zijn enthousiasme ligt de moeizame zoektocht niet. Zijn geloof in wat hij de ‘kathedraal van de kansen’ noemt kent weinig grenzen. ‘Ik heb hier buurtbijeenkomsten gehad. De mensen, buren, kwamen hier binnen en begonnen spontaan te huilen vanwege de schoonheid.’ Klaver vloog zelfs vlogger Kalvijn per helikopter in om aandacht voor het gebouw te genereren.

Geïnteresseerden genoeg. Eerst alleen uit de kunsthoek: een permanente internationale kunstbeurs, en iemand met een collectie kachels. Klaver sprak zelfs een potentiële exploitant van een muizenmuseum. ‘Ik vroeg: hoeveel muizen heb je’, grinnikt Klaver in de grote hal met gespreide armen. Na jarenlange leegstand is de gemeente iets soepeler geworden. Ook bijvoorbeeld scholen of zorginstellingen zijn nu een optie. Nijpels: ‘Wat we niet willen is bijvoorbeeld een outletcenter, geen Aldi Plus Plus. Wij hebben hier een klein winkelcentrumpje, dat draai je met zulke plannen de strot om.’

Ondanks de honderden kijkers lukt het Klaver al vier jaar niet om een koper of gebruiker te vinden. ‘Vrienden zeggen weleens: hou eens op over die schuur. Ik ben er ziek van geweest. Het is topsport. We zijn heel ver geweest, en dan ging uiteindelijk net weer niet door.’ Toch lijkt het grote moment er nu aan te komen, want Klaver geeft geen rondleidingen meer aan potentiële kopers, zegt hij. Met een beetje geluk kan het pand volgend jaar voor het eerst doen waar het voor gebouwd is: de regio trots maken.

Tien jaar geleden op deze dag

Het is stil rond het bijna afgebouwde museum in Opmeer op 22 oktober 2009. Zes dagen eerder hebben de bouwvakkers hun werk neergelegd na geruchten over een naderend faillissement.

Ook het bestaande kleinere museum van Dirk Scheringa in Spanbroek herbergt geen kunst meer. In de avond en nacht van 20 op 21 oktober heeft ABN Amro de schilderijen van Dirk Scheringa weggehaald uit de voormalige huishoudschool, op amper een halve kilometer afstand van diens woning. ABN Amro wil de kunst uit handen houden van de fiscus.

Tijdens het inpakken en laden verschijnen medewerkers en vrijwilligers van het museum. Sommigen huilen. Zakelijk directeur Sander Uitdenboogaard spreekt van ‘een verschrikking in de nacht’.

Dezelfde avond speelt AZ tegen Arsenal zonder hoofdsponsor op het shirt. Supporters heffen massaal een ‘Dirk bedankt’ aan. In de laatste minuut maakt David Mendes da Silva de 1-1.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van de Regeling Onderzoeksjournalistiek van het Fonds BJP (fondsbjp.nl) en het Stimuleringsfonds van de Volkskrant.  

Lees terug:

Deel 1: de voortslepende schulden
Mensen met leningen van DSB Bank hebben nog altijd last van de erfenis van Dirk Scheringa. Tien jaar na het faillissement verkeert een deel van hen in forse financiële problemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden