Alleen in de Panjshir vallei heerst rust

PANJSHIR VALLEI Vrijwel Iedereen in Europa kent het vermaarde dorpje van Asterix en Obelix, dat de Romeinen nooit wisten in te nemen, omdat de bewoners met hulp van een toverdrank ongekend sterk waren geworden....

De Panjshir vallei wordt omringd door de Afghaanse oorlog, maar blijft zelf al decennia vrijwel onaangetast. De Russen, de Taliban en de Amerikanen: niemand heeft de vallei ooit kunnen veroveren. De Panjshiri zijn inmiddels zo vermaard, dat geen veroveraar het nog in zijn hoofd haalt om daar met wapens en tanks naar binnen te gaan.

Toen begin dit jaar een bermbom afging in de Panjshir vallei, waren alle inwoners oprecht verbaasd. ‘Dat gebeurt hier anders nooit!’, zeiden ze. In de vallei wonen ongeveer 300.000 inwoners op een oppervlakte van tweemaal de provincie Utrecht: bijna iedereen kent elkaar of is van familie van elkaar. De daders van de mini-bom werden al gauw opgespoord en sindsdien is de rust wedergekeerd, zeggen bewoners.

Hoe ze dat toch voor elkaar krijgen in Panjshir? Grotendeels komt het door de strategische ligging. Panjshir is een vallei die je alleen via een tien meter smalle kloof kunt binnenkomen, de rest is omsloten door hoge bergen. Het is militair dus gemakkelijk te beschermen.

De Leeuw van Panjshir
Maar dat is niet het verhaal dat je op straat hoort. Daar zeggen de Panjshiri: Wij hebben veel, zo niet alles te danken aan onze grote leider Ahmad Shah Massoud.

Massoud, ook wel de Leeuw van Panjshir genoemd, leidde in de jaren tachtig een verzetsleger van Afghanen, dat tien grootschalige pogingen van de Russen afsloeg om de vallei binnen te dringen. De Russen sloten uiteindelijk een staakt-het-vuren met Massoud – ongehoord tijdens de Sovjetoorlog. Een decennium later werden ook de Taliban die Panjshir probeerden te enteren de pan ingehakt.

De moed en kracht van Massoud zijn zo bekend en berucht, dat in de Afghaanse hoofdstad Kabul, drie uur rijden zuidwaarts, soms nog meer posters van Massoud in de stad hangen dan van de huidige president Karzai.

De Pansjshiri zijn mede door hun overwinningen een trots en onafhankelijk volk, iets waar andere Afghanen met een zweem van jaloezie naar kijken. Een winkelier in Bazarak, het provinciehoofdstadje van Panjshir, lacht na de vraag of in de vallei ook Taliban zitten: ‘Nee, hoor, die laten we hier niet toe. Ze zouden zelfs niet durven komen!’, aldus Ibrahim (35). Er heerst rust in Panjshir, zegt de handelaar en de ‘zaken gaan redelijk tot goed’. Ibrahim kan zijn gezin er goed van onderhouden, iets wat veel Afghanen elders in het land niet kunnen zeggen.

Er speelt nog iets mee in het succes van de Panjshiri’s: ze behoren bijna allemaal tot de etnische Tadzjieken-stam. Het ontbreekt in de provincie aan de vele etnische, religieuze en culturele strubbelingen die de Taliban elders niet zelden hebben uitgebuit om aan de macht te komen. Pathanen, het volk dat in het zuiden vooral leverancier is van Talibanstrijders, wonen bijna niet in Panjshir.

Walnoten en maïs
De Panjshir vallei is in meerdere opzichten het antwoord op de vraag hoe Afghanistan eruit zou zien zonder oorlog. Er zijn prachtig groene bergen met her en der plukjes Afghaanse dorpjes, de velden met walnoten en maïs zijn goed geïrrigeerd, de bergen zouden ideaal zijn voor trektochten van toeristen; op de woeste Panjshir rivier is soms zelfs een verdwaalde buitenlander te zien met zijn eigen meegebrachte kano.

Wat ook opvalt: Er is kalmte. Er lopen geen gewapende buitenlandse militairen op straat. In het lokale dorpsrestaurant wordt een buitenlandse bezoeker vriendelijk uitgenodigd om mee te eten. In kleermakerszit knabbelen de mannen met tulbanden aan kebabspiezen en vertellen over hun relatief goede leven. ‘Er is hier geen oorlog, geen gedoe’, zeggen ze.

Er is met hulp van een Amerikaans wederopbouwteam wel een asfaltweg aangelegd, wat de reistijd van de provinciehoofdstad Bazarak naar Kabul heeft verkort van vijf naar twee uur. ‘Nu kunnen we in één dag heen en weer reizen’, zegt boer Abdullah (43) kauwend op een grasspriet langs de waterkant van de Panjshir rivier. Inmiddels zijn ook een radiotoren, tv-toren en zendmast voor mobiele telefonie verrezen in de vallei. Abdullah: ‘Vooral de komst van de telefoon heeft duizenden problemen opgelost’. Zo kon een aantal jaar terug een aankomende overstroming op tijd worden doorgebeld en hulpdiensten worden ingeroepen.

‘De toekomst van Afghanistan bestaat al in Panjshir’, concludeerden medewerkers van het Amerikaans wederopbouwteam onlangs nog. Ze bedoelen daarmee dat veel dingen waar in de rest van Afghanistan nog zo hard voor wordt gestreden, reeds bestaan in Pansjhir.

De nieuw aangetreden gouverneur van Panjshiri beaamt dit. ‘We hebben hier vrijwel geen veiligheids- of opiumproblemen. En er zijn geen coalitietroepen die hun wil opleggen met wapens’, aldus gouverneur Keramuddin Karim.

Met een klein groepje Talibansympathisanten dat zich schuilhield in de bergen van Panjshir, is inmiddels vrede gesloten, zegt de gouverneur bovendien met trots. ‘In ruil voor het neerleggen van hun wapens, mochten ze terugkeren naar familie in de vallei. Vergeet niet dat veel van die jongens het vechten ook moe zijn.’

Als het waar is wat de gouverneur zegt, loopt hij met zijn vredesplan vooruit op de plannen van president Karzai om in heel Afghanistan hetzelfde te doen.

Natuurlijk gaat niet álles goed in Panjshir. Zo zijn er wel scholen gebouwd, zelfs voor meisjes, maar is er een groot tekort aan leraren en leraressen. De werkloosheid is hoog. Sommige Panjshiri’s leven in bittere armoede.

Nieuwe asfaltweg
Een aantal inwoners van Panjshir fluistert dat ze door Kabul en de Amerikanen niet voldoende zijn beloond voor hun hulp aan het vechten vóór vrede en democratie en het vechten tégen de Taliban. ‘Begrijp mij niet verkeerd, de Pansjhiri’s zijn erg blij met de nieuwe asfaltweg. Het is goed voor de handel. Maar we hebben nog veel meer dingen nodig. Zoals meer scholen en klinieken’, zegt de oude Mullan Najim (79). De man verkoopt verse geitenkaas langs de weg naar Bazarak. Hij mist boven- en ondertanden. ‘Het leven is goed in Panjshir, we zijn blij met ons leven, maar het kan altijd beter’, zegt de oude handelaar met grijze baard.

Massoud mocht het allemaal niet meer meemaken. Twee dagen voor de aanslagen op 11 september 2001 in de VS, werd hij in het noorden van Afghanistan vermoord door Al-Qaidaleden, die zich hadden vermomd als journalist. Massouds graftombe staat nu op de top van een berg, uitkijkend over de Panjshir vallei. De verzetsheld zal tevreden zijn over zijn Gallië: nog altijd veilig en onafhankelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden