Alleen in de bobslee is black beautiful Bolt in de bob? Nee, hij is niet aerodynamisch

Wintersporten zijn traditioneel blanke sporten. Bobsleeën is de uitzondering. In de jacht naar snelle, explosieve starters heeft die sport de zwarte atleet ontdekt.

AMSTERDAM - Judith Vis is de tel kwijtgeraakt. Ze weet niet hoe vaak ze de afgelopen jaren is aangezien voor een lid van de Jamaicaanse bobsleeploeg. Het moet meer dan honderd keer zijn geweest, verzucht de geboren Surinaamse die woensdag als remmer van de vrouwenbobslee streeft naar een medaille. 'Dat heb je als donkere atleet in deze sport.'


Het misverstand is te wijten aan de populariteit van de 21 jaar oude film Cool Runnings, een komedie over de avonturen van de Jamaicaanse bobsleeploeg die in 1988 meedeed aan de Winterspelen van Calgary. De Jamaicanen doen in Sotsji weer mee, na een afwezigheid van tien jaar. Zij zullen opnieuw veel aandacht trekken en misschien zorgen voor een komische noot, maar hun lotgevallen zijn al lang niet meer representatief voor de prestaties van gekleurde wintersporters.


Een klein aantal zwarte wintersporters en atleten van gemengde afkomst doet mee om de medailles. In bobsleeën, ijshockey en schaatsen hebben ze zelfs goud gewonnen. De Amerikaanse bobsleester Vonetta Flowers had de primeur in 2002. Ze werd datzelfde toernooi gevolgd door Jarome Iginla, de Canadese ijshockeyer met Nigeriaanse wortels die tweemaal scoorde in de finale. Vier en acht jaar later was de beurt aan Shani Davis, de eerste zwarte wintersporter die meerdere medailles wist te winnen.


In meest wintersporten zijn succesvolle zwarte atleten uitzonderingen, maar niet in het bobsleeën. Op het Sanki Sliding Center in de bergketen rondom Sotsji valt op dat de sport van kleur is verschoten. Canada, Groot-Brittannië, Nederland en Amerika beschikken over zwarte atleten. Vijf van de zes Amerikaanse vrouwen hebben zelfs Afro-Amerikaanse wortels, onder wie de oud-wereldkampioene sprint Lauryn Williams en hordenloopster Lolo Jones.


Bij Team USA is de minderheid in de meerderheid.


De reden? Het bobsleeën rekruteert van oudsher remmers uit andere sporten, waaronder de atletiek. Vooral explosieve atleten zijn gewild. Aanvankelijk werden vaak blanke krachtsporters geworven, kogelstoters en discuswerpers. Maar de nadruk is steeds meer komen te liggen op sprinters, vanwege het belang van een snelle start in het bobsleeën. Aangezien zwarte atleten tot de snelste lopers behoren, worden ze steeds vaker gevraagd.


'Wintersporten zijn van oudsher erg Europees georiënteerd', meent Nicola Minichiello, de Britse bobsleecoach van de Nederlandse vrouwenploeg. 'Je moet behoorlijk welvarend zijn om ze te kunnen beoefenen. Qua milieu en cultuur ligt het voor mensen met Afrikaanse of Caribische wortels niet voor de hand om er aan mee te doen. Maar in het bobsleeën is kracht en snelheid van belang. En wie zijn de snelste mensen? Kijk naar de statistieken.'


Het succes van de zwarte pioniers vindt navolging. Minichiello: 'Als een zwarte atleet de moeilijke eerst stap neemt, wordt het voor anderen makkelijk hem te volgen. Dan verandert de cultuur.'


In het bobsleeën kunnen de getalenteerde atleten als remmer relatief snel de wereldtop halen. Het is een kleine sport. Wereldwijd zijn naar schatting 120 mannenploegen actief en 60 vrouwenteams.


Sprintster Williams plaatste zich voor Sotsji na slechts zes maanden specifieke training. Ze veroverde in 2012 nog olympisch atletiekgoud met de Amerikaanse 4x100-meter-estafetteploeg. Lolo Jones is pas twee jaar actief. Vergeleken met hen is Judith Vis bijna een oudgediende. Zij doet vier jaar aan bobsleeën. Vorig jaar eindigde ze met pilote Esmé Kamphuis als zesde bij de WK.


Vis is ook via de atletiek verzeild geraakt in de bobslee. Ze behoorde als hordenloopster tot de nationale top, maar wist dat ze de Zomerspelen nooit zou halen na twee ernstige achillespeesblessures. Ze werd vier jaar geleden gevraagd door Kamphuis, een oud-zevenkampster. De donkere sprinters Timothy Beck en Urta Rozenstruik hadden vanaf 2002 met wisselend succes deel uitgemaakt van diverse olympische bobploegen.


Aanvankelijk voelde Vis weinig voor het sprinten in de kou, maar na een trainingstournee door Noord-Amerika was ze verkocht. 'Het is spannend natuurlijk, met die hoge snelheden. Maar het fysieke gedeelte vind ik het leukst. Gewoon zo hard mogelijk die slee op gang duwen. Verder vind ik het leuk om deel uit te maken van een team. In de atletiek leer je zelfstandig te zijn. Hier moet je samenwerken.'


Vis hecht niet veel waarde aan de opmars van de zwarte wintersporters. Zij groeide vanaf haar 5de op bij blanke pleegouders in een 'blank dorp'. Maar de Noord-Amerikaanse bobsleeërs vinden het belangrijk dat het aanzien van de Winterspelen verandert.


'We verbreden de sport', zei de Afro-Amerikaanse bobpilote Jazmine Fenlator tegen persbureau AP. 'We laten zien dat wintersport voor iedereen is. Er is een stigma: wintersporten als skiën en snowboarden zijn voor rijke lui. Etnische minderheden houden het bij sporten als basketbal en American football. Maar dat hoeft niet. Sport is sport.'


In het bobsleeën kan de trend om meer zwarte atleten aan te trekken doorzetten, denkt bondscoach Minichiello. In veel Europese landen zijn de beste sprinters zwart, dus het ligt voor de hand dat bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk ook nieuw talent aanboren. Zwarte atleten hoeven zich ook niet te beperken tot het op gang brengen van de slee. De Afro-Amerikaanse pilote Elena Meyers veroverde in 2010 brons. Ze behoort in Sotsji opnieuw tot de favorieten.


Zullen zwarte atleten het bobsleeën op termijn net zo domineren als het basketbal? Minichiello lacht: 'Het is niet uitgesloten als je ziet wie meedoen aan de finale van de olympische 100 meter. Maar je moet niet vergeten dat een bobsleeër veel tijd doorbrengt in koude landen. Daar voelt niet iedereen zich even lekker bij.'


Vier Afrikaanse landen

In andere wintersporten zal de inhaalslag langer op zich laten wachten. De Winterspelen zijn minder mondiaal dan de Zomerspelen, waaraan zo'n 200 landen meedoen. Van de 88 deelnemende landen in Sotsji behoren er 52 tot Europa. Aziaten zijn aardig vertegenwoordigd, al zijn de ploegen uit dichtbevolkte landen als China, Japan, Zuid-Korea doorgaans kleiner dan die uit Noorwegen, Finland of Oostenrijk.


Van de 2.800 deelnemers heeft naar schatting 1 procent Afrikaanse voorouders. Ze hebben de Amerikaanse, Britse, Nederlandse, Canadese, Franse, Braziliaanse of Jamaicaanse nationaliteit. Slechts vier minimale ploegen zijn afkomstig uit Afrika. Marokko, Algerije, Togo en Zimbabwe zijn met een of twee atleten aanwezig. De meeste van die deelnemers zijn geboren in Europa of Noord-Amerika. De skiër uit Zimbabwe is blank.


Vooral in de sneeuwsporten is het onwaarschijnlijk dat er op korte termijn veel zal veranderen. Er zijn buiten Amerika, Canada en Frankrijk nauwelijks landen met een substantiële zwarte bevolking en een bloeiende wintersportcultuur. Zelfs in die drie landen is het kostbaar om op jonge leeftijd fanatiek te skiën, snowboarden of langlaufen. De training is duur en er moet worden gereisd om aansluiting te vinden bij de top.


Op het ijs kan het sneller gaan. Kunstijsbanen liggen vaak in steden, waar verhoudingsgewijs veel etnische minderheden wonen. Het kunstrijden in Sotsji heeft twee Franse deelneemsters van Afrikaanse of gemengde origine.


In het Noord-Amerikaanse ijshockey duiken steeds meer donkere spelers op. En Shani Davis heeft vaak verteld dat hij shorttrack in zijn jonge jaren als een zwarte sport beschouwde. Op het ijs van zijn club in Chicago zag hij nooit blanke schaatsers.


Davis praat niet graag over de voortrekkersrol die hij in de wintersport vervult. Zoals president Obama zich bij voorkeur presenteert als een postraciale politicus, zo ziet de tweevoudig olympisch kampioen op de 1.000 meter zichzelf graag als een postraciale schaatser. 'Ik geloof dat mijn talent de kleur van mijn huid overstijgt. Mensen waarderen me om wat ik doe en presteer. Huidskleur maakt daar geen deel vanuit.'


Davis heeft zelfs een veelzeggende woordgrap paraat om raciale discussies in de kiem te smoren. 'My race is the 1.000 metres.' In het Engels betekent 'race' zowel wedstrijd als ras.


Zou Usain Bolt een goede bobber zijn? Winston Watts, de piloot van Jamaica, denkt van wel. Hij heeft de sprintkampioen uitgenodigd om het als remmer te proberen, al beseft hij dat het waarschijnlijk een wensdroom zal blijven. 'Usain houdt niet van de kou.'


Bolt zou niet de eerste olympisch sprintkampioen in de bob zijn. De Brit Linford Christie, in 1992 winnaar van de 100 meter, probeerde het ooit. Hij beleefde weinig plezier aan de ervaring en verliet het ijskanaal zo snel als hij kon.


Niet elke topsprinter is geschikt voor een wintersportloopbaan. Behalve de kou schrikt ook de hoeveelheid arbeid af. De verzorging van de slee kost veel tijd. De dagen zijn gevuld met sjouwen, sleutelen en poetsen. Het is fysiek zwaar werk, zegt Judith Vis. 'Het is veel harder werken dan atletiek. De zorg voor het materiaal is part of the deal. Ik heb er geen spuughekel aan, maar ik zou het niet doen als ik het niet zou hoeven doen.'


Rennen op ijs is ook niet voor iedere sprinter weggelegd. Het vraagt om een aanpassing van de techniek om een slee van bijna 200 kilo in een sprint van 40 meter in beweging te krijgen. Atletiekspikes zijn ongeschikt. Om niet uit te glijden dragen bobbers schoenen met honderden spijkertjes onder de voorvoet.


Vis: 'Niet elke sprinter kan bobsleeën. Het is een omschakeling. In de atletiek heb je relatief kort contact met de grond. Je zweeft langer door de lucht. Hier kun je alleen kracht leveren als je aan het ijs bent. Sprinters die op kracht lopen, kunnen het beste duwen. Als je een reactieve sprinter bent en dus kort contact maakt, heb je het op ijs moeilijker.'


Bondscoach Nicola Minichiello, een oud-zevenkampster, is blij met de komst van Amerikaanse topatleten naar de bobslee. Het genereert veel publiciteit voor de sport, vooral omdat Williams en Jones met veel respect spreken over hun nieuwe vak en collega's.


'Je moet wel gek zijn en ongelooflijk intelligent om deze sport te beoefenen', schreef Williams op haar blog. Ze is onder de indruk van het arbeidsethos van bobsleeërs en de onderlinge saamhorigheid. 'Als dankbaarheid niet in je dna zit, is deze sport niets voor je. Ik heb nog nooit zoveel dankjewel gezegd, of horen zeggen, als de afgelopen drie maanden.'


Minichiello is niet bang dat de sprinters de indruk wekken dat bobsleeën gemakkelijk is door de snelheid waarmee ze aanhaken. 'De meeste topbobbers zul je niet zien op de 100 meter atletiek. Het vergt een andere techniek, een andere vaardigheid. Het helpt als je snel bent, maar het is niet de enige voorwaarde om te slagen.'


Zou Bolt wat voor Jamaica kunnen betekenen? Minichiello betwijfelt het. Hij is aan de lange kant. 'In aerodynamisch opzicht is hij tamelijk zwak.'


procent van de 2.800 deelnemers in Sotsji heeft Afrikaanse voorouders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden