'Alleen idealisten geven op'

Hij was enkele dagen in Amsterdam om de aanhoudende feestelijkheden rond de 75ste verjaardag van Harry Mulisch op te luisteren....

OP 3 OKTOBER stond hij niet in Berlijn, te midden van de vele prominenten bij de Brandenburger Tor. In plaats van daar de twaalfde verjaardag van de Duitse hereniging te vieren stond hij op de bühne van de Amsterdamse Stadsschouwburg en las voor uit In krabbengang, zijn februari jongstleden verschenen novelle. 'Ik ben niet zo'n feestnummer', zegt Günter Grass de zaterdag erop in de bibliotheek van een hotel aan de Amsterdamse Herengracht. De ironische blik in zijn ogen verraadt dat hij andere redenen had om niet bij dit spektakel aanwezig te zijn.

'Er valt überhaupt niks te vieren', zegt hij, streng over zijn bril turend. 'U weet dat ik indertijd uiterst sceptisch stond tegenover de Wiedervereinigung. Ik was voor een federale oplossing en voor een geleidelijke groei naar nationale eenheid. Voor een totale hereniging was het veel te vroeg. Helaas hebben de sociale en economische problemen die de hereniging heeft opgeleverd mijn zwartste prognoses overtroffen. De stroom van vooral jonge mensen van Oost naar West is ronduit rampzalig. En door de invoering van de harde D-mark in de voormalige DDR is bijvoorbeeld het aantal werklozen enorm gestegen; gevolg van het feit dat Oost-Duitse bedrijven hun lange-termijnopdrachten uit het Oostblok op slag kwijtraakten.'

Maar ook de culturele en politieke problemen zijn aanzienlijk. 'Vergeet niet dat direct na de Tweede Wereldoorlog de DDR van de ene dictatuur in de andere belandde. Die bevolking heeft nooit de gelegenheid gehad om, zoals de West-Duitsers, aan de democratie te wennen.'

En nu hij het toch over de politiek heeft, ook zijn visie op de uitslag van de Duitse verkiezingen valt niet te missen. De overwinning van Schröders SPD op Stoiber en diens CDU/CSU, hoe nipt ook, heeft hem verheugd en gerustgesteld. 'Het heeft mij geschokt dat de meest liberale landen van Europa - Denemarken en Nederland - eerder dit jaar een ruk naar rechts maakten. In Frankrijk heeft zich dat voortgezet. Ik was er niet gerust op wat de Duitse kiezer zou doen. Het had voor Europa slecht kunnen aflopen als ook in Duitsland de verrechtsing had doorgezet. Of het geholpen heeft weet ik niet, maar ik heb me de laatste week voor de verkiezingen nog in de SPD-campagne gemengd.'

De Duitsers zijn op tijd bij zinnen gekomen, al dan niet geholpen door het overvloedige water, dat Schröder de gelegenheid gaf zich met zijn sociaal-democratische ark als de reddende Noach op te werpen. Ook voor de andere landen voorspelt Grass eenzelfde roll back. Dat in de Nederlandse politiek ondermaatse populisten en plebejers de dienst uitmaken, acht hij een blamage. Maar lang zal deze episode niet duren, weet Grass. 'Nog dit jaar krijgen jullie nieuwe verkiezingen en zullen de kiezers een eind maken aan die beschamende vertoningen in jullie kabinet en parlement.'

Zoekend naar een oorzaak voor de plotse verrechtsing in Europa, komt Grass allereerst uit bij het kapitalisme, dat na de ineenstorting van het communisme zijn trouwe concurrent en counterpart kwijt is. 'Het kapitalisme wordt door niets meer gecorrigeerd. Bij gebrek aan een ideologische weerwoord, hoeft het zich ook niet meer in te spannen om zichzelf te verantwoorden. Daardoor is ook de vrijemarkteconomie veranderd. Iedere vorm van sociale verantwoordelijkheid is overboord gezet.'

De op hol geslagen aandelenbeurzen zijn daarvan slechts een symptoom. 'Als je toch ziet wat er iedere dag opnieuw aan kapitaal wordt vernietigd! Bovendien vind ik die beurzen immoreel. Een bedrijf dat grootscheepse ontslagen aankondigt ziet diezelfde dag de koers van zijn aandeel stijgen. Dat is geld verdienen ten koste van de ellende van anderen.'

De waanzin regeert, aldus Grass, die zijn koffie koud laat worden en voor de zevende maal tevergeefs probeert zijn pijp aan te steken. 'Het kapitalisme koerst als een kudde lemmingen recht op de ondergang af. En dat brengt mij in de merkwaardige positie dat ik, als sociaal-democraat, het kapitalisme voor de zelfvernietiging moet gaan behoeden. Want een ander economisch systeem is er niet.'

Het wereldwijde terrorisme ziet hij in het verlengde van deze economische analyse. Het land bombarderen waar de terroristen zich schuil houden, lost niets op, zegt hij. 'Je moet op zoek naar de oorzaak en die vervolgens wegnemen.' Die oorzaak is de scheve verdeling van armoede en rijkdom in de wereld: 'In de Derde Wereld groeit uit teleurstelling woede, en uit woede haat, die weer resulteert in terrorisme. Het is eigen aan het blinde kapitalisme dat men dat niet onder ogen wil zien.

De westerse wereld, zegt Grass, 'heeft zichzelf een denkverbod opgelegd, waardoor elke zogenaamde oplossing bij voorbaat kansloos is. Geen wonder nu er een ontoerekeningsvatbare aan het hoofd staat van het machtigste land ter wereld. Die man denkt in absolute categorieën als het Goede en het Boze, waarmee we lijken teruggekeerd in de Middeleeuwen. Alsof er nooit een Verlichting heeft plaatsgevonden!'

Ook de intellectuelen die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid niet meer nemen, krijgen er bij Grass van langs. 'Ik vind het onvergeeflijk dat in Duitsland en elders jonge kunstenaars zich van het politieke toneel terugtrekken. Engagement is uit, politiek is niet chic en zou de kunst maar schaden. Daarmee gaat een lange traditie teloor, die vanaf de twaalfde eeuw, met een Walther von der Vogelweide, tot voor kort ononderbroken bleef, en waartoe in de afgelopen eeuw schrijvers behoorden als Thomas Mann, die zichzelf overigens eerst lang afzijdig hield, Heinrich Böll maar zeker ook ikzelf.'

Die intellectuele nalatigheid wil Grass aan de kaak stellen. Dat je van politiek bedrijven vuile handen krijgt ontkent hij niet. 'Dat moet dan maar. Maar dat maatschappelijke betrokkenheid en kunst niet samengaan is Blödsinn.'

'Kort na de oorlog was ik vooral met kunst bezig, met de beeldende kunst in eerste instantie. Maar ik ontdekte dat dat zo niet gaat. Dat was voor mij het moment me politiek en maatschappelijk te engageren. En dat doe ik nog steeds.'

Zoals in In krabbengang, een literair product met een sterk politieke en feitelijk-historische inslag, dat terecht een moedig boek genoemd is. Grass, zelf geboren in Danzig, dat nu als Gdansk in Polen ligt, neemt daarin namelijk voor het eerst het lot van de miljoenen Oost-Duitse slachtoffers, de doden en de gevluchten, serieus.

Over dat lot is lang, te lang, gezwegen. Ook door Grass zelf, al komen sommige feiten en figuren uit In krabbengang ook al voor in eerder werk van zijn hand. 'Het moest rijpen', zegt hij over het verzuim dat hij nu heeft goed gemaakt. 'Ik had Distanz nodig, en een literair perspectief. Ik wilde geen documentaire schrijven maar een novelle. Die literaire invalshoek heb ik gevonden in de figuur van de verteller die tijdens de rampnacht op dat schip geboren werd.'

Er zijn ook andere verklaringen voor het lange stilzwijgen. Harry Mulisch, onvermijdelijk aanwezig op 3 oktober in de Amsterdamse schouwburg, stelde tijdens de discussie na afloop van Grass' voorleesbeurt dat oorlogsmisdadigers altijd alleen bij de verliezende partij worden gevonden. Was, bijvoorbeeld, het bombardement op Dresden niet ook een oorlogsmisdaad die achteraf veroordeeld had moeten worden?

'Wis en waarachtig', meent Grass. 'Maar alleen niet-Duitsers konden er vrijuit over schrijven, zoals Harry Mulisch deed in Het stenen bruidsbed en Kurt Vonnegut in Slaughterhouse-Five.'

Men zou die stelling van Mulisch ook kunnen omdraaien: de verliezer van een oorlog wordt niet geacht slachtoffers in eigen gelederen te hebben, laat staan daarvoor aandacht te vragen.

Grass heeft met In krabbengang dat taboe nu dus doorbroken. Het kwam hem te staan op massale loftuitingen in eigen land en een doorslaand verkoopsucces. Het omstreden 'exclusief linkse geweten van Duitsland' werd zelfs in de armen gesloten door zijn conservatieve tegenstrevers van weleer. Onder die bekeerde tegenstanders ook literatuurcriticus Marcel Reich-Ranicki die twaalf jaar geleden demonstratief op een omslagfoto van Der Spiegel Grass' roman tegen de hereniging, Im weites Feld, in tweeën scheurde. 'Ik had er niet op gerekend dat In krabbengang zoveel weerklank zou vinden. Maar die naar eigen zeggen nu tot tranen geroerde Reich-Ranicki zal eerst zijn excuses moeten aanbieden.'

Het boek - gepresenteerd als novelle maar in feite een voorbeeldige roman, waarvan een diepe Teutoonse neerslachtigheid uitgaat - vertelt de geschiedenis van de grootste scheepsramp aller tijden, waarbij veel Duitse soldaten maar vooral ook duizenden onschuldige vrouwen en kinderen omkwamen. Reden waarom zelfs de Russen, wier onderzeeër het immense hospitaalschip tot zinken bracht, niet trots waren op dit wapenfeit.

De hoofdpersonen in dit verhaal, dat gebaseerd is op de historische feiten rond de ondergang van het Duitse ss Wilhelm Gustloff op een ijskoude januarinacht in 1945, lijken door deze nimmer eindigende geschiedenis, onontkoombaar tot elkaar veroordeeld. Drie generaties Pokriefkes - moeder Ursula die acht maanden zwanger aan boord was, zoon Paul die in diezelfde ongeluksnacht ter wereld kwam, en diens jeugdige zoon Konrad die, opgejut door zijn grootmoeder, de zaak via internet opnieuw aanhangig maakt - stevenen, gevangen in elkaars lichtbundel, op een regelrechte tragedie af. En zelfs na die noodlottige afloop is het nog niet gedaan. Want, zoals de indringende slotzinnen van In krabbengang luiden, 'Het houdt nooit op. Nooit houdt dat op.'

Dat is een weinig optimistische slotsom, geeft Grass toe. Maar hoe verhoudt zich de literaire sombermans tot de radicale wereldverbeteraar die hij ook is? Want Grass' publieke alter ego is niet weg te branden uit de media en weet steeds met verve het politieke establishment tegen zich in het harnas te jagen - of het nu gaat om het uitblijven van bijval voor Rushdie, een afkeuring van het Amerikaanse ingrijpen in Afghanistan, een veroordeling van Israël in de strijd tegen de Palestijnen of een oplossing voor het Noord-Zuidconflict. In zo iemand moet toch ook een onverbetelijke optimist schuilen?

Hij ontkent het ten stelligste. 'Ik ben iemand die absoluut niet leeft vanuit het perspectief van de hoop. Net als de mythologische figuur Sisyfus weet ik dat de steen, eenmaal boven, weer naar beneden zal rollen. Maar wat dan nog? Van de Franse schrijver en filosoof Albert Camus heb ik geleerd dat wij ons Sisyfus als een gelukkig mens moeten voorstellen. Dat vind ik fantastisch! Ik hou van mijn steen. En als hij op een dag boven zou blijven liggen, zou ik wanhopig zijn. Wat zou ik dan nog moeten?'

Grass rekent zichzelf tot de categorie moderne Westerse verlichten die, naar het voorbeeld van Camus, een godloze humaniteit nastreven, zonder hoop of verwachting, maar nauwgezet, gewetensvol en plichtsgetrouw. Zij zijn het tegendeel van idealisten. 'Idealisten', zegt Grass, 'komen door hun hooggestemde verwachtingen altijd bedrogen uit. Alleen idealisten geven op. Sisyfus wird nie resignieren.'

Bij zo'n levensinstelling hoort een heilig geloof in de rede en de dialoog. Hoewel, heilig geloof? 'Er is geen alternatief', zegt Grass. 'Het enige wat je kunt doen is in gesprek blijven.' Dat geldt wat Grass betreft ook voor bijvoorbeeld de NPD. Hij is rabiaat tegen een verbod op deze extreem-rechtse partij: 'Dan duiken ze onder in cyberspace, die wereldomvattende speelweide.' Dat zoiets op een tragedie kan uitlopen heeft Grass met In krabbengang overtuigend geïllustreerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden