'Alleen God kan Zuid-Soedan nog redden'

Een dag voor de viering van vijf jaar onafhankelijkheid is het geweld in Zuid-Soedan weer opgelaaid. We gaan terug naar de burgers die ons eerder vertelden over hun dromen.

Herders met hun vee in het zuiden van Zuid-Soedan.Beeld Sven Torfinn

'Het is nog niet voorbij.' De man die we spreken zit in de kamer van zijn collega. Aan de zijkant van een archiefkast hangt een setje stropdassen. Handig, voor wie plots de deur uit moet voor een bijeenkomst. Op de grond liggen een kogelwerend vest en een legerhelm. Voor als het weer eens helemaal uit de hand loopt.

'Niemand kan voorspellen hoe het hier over een maand zal zijn', zegt de man, een westers diplomaat. We zijn in Juba, de hoofdstad van Zuid-Soedan. In juli nog golden kogelwerend vest en helm hier als de 'dresscode', toen soldaten en milities van zowel de president als de vicepresident elkaar naar het leven stonden. Nu is het rustig in de hoofdstad van 's werelds jongste land. Lijkt het rustig. En wacht iedereen gespannen af wat komen gaat.

Bij een van onze vorige bezoeken kwamen we geregeld langs een kleine rotonde. In het midden telde een digitale klok de dagen, uren en seconden af naar de onafhankelijkheid van 9 juli 2011. Niet heel precies, de stroom viel ook weleens weg. Maar het gaf een idee, van trots en vrolijkheid. Die klok staat nu op zwart. 'In het donker telt hij terug', zeggen Zuid-Soedanezen. Het beste zou zijn, zeggen experts nu, om de onafhankelijkheid terug te draaien, in ieder geval tijdelijk om orde op zaken te stellen.

Sinds 1999 hebben we het land bezocht. We zagen de olie-installaties in het noorden. We zwommen over de Nijl waar de zandweg ophield en er te weinig boten waren. We gingen naar Bentiu en naar Malakal. We vergaapten ons aan de veekampen bij plekken als Wau, waar witte koeien en stieren met enorme horens rondsjokten met jonge herders die hun naakte lijven insmeerden met as, tegen de insecten. We hoorden van vrijwel alle mensen hoe belangrijk het voor hen was dat zij, na tientallen jaren oorlog en miljoenen doden, zich zouden losmaken van de 'Arabische' regering in Khartoem, de hoofdstad van Soedan. En we gingen in 2011 naar Juba, voor een groot feest. Nu zou alles goed komen.

De droom is kapotgemaakt

Kenners die van buiten kwamen, hadden daar toen al een andere kijk op. Onder diplomaten, schrijft Alex Perry in zijn boek The Rift, gold Zuid-Soedan op het moment van onafhankelijkheid als een pre-failed state. Zeker, men begreep dat de donkere Afrikanen hier, christenen en animisten, het meer dan zat waren om door het islamitisch bewind van Khartoem al meer dan vijftig jaar als 'slaven' te worden behandeld. En dat het door de Britten bedachte, koloniale gedrocht 'Soedan' geen pas meer gaf. En ja, men wist dat na de scheiding de meeste olievelden in het nieuwe Zuid-Soedan zouden liggen. Maar over de kwaliteiten van de nieuwe bestuurders, over de ontwikkeling van een straatarm land dat het eigenlijk aan alles ontbrak, bestonden diepe twijfels. Bij de kenners van buiten. Niet bij de Zuid-Soedanezen.

Monica Keji was in de dertig en liep over van energie toen we haar in 2011 ontmoetten. Bij haar Peace Restaurant waren schilders bezig een muurtje, waar kort daarvoor een auto tegenaan was geknald, van nieuwe, frisgele verf te voorzien. Het was aan de vooravond van de onafhankelijkheid. Was zij niet bang dat de vrede en onafhankelijkheid even fragiel zouden blijken als haar muurtje? Ze lachte hartelijk. 'Nee.'

(Tekst gaat verder onder de foto.)

Beeld Sven Torfinn
Vrouwen dragen water naar huis dat ze met de hand hebben opgepompt in het dorp Pieri, in het noordoosten van Zuid-Soedan.Beeld Sven Torfinn

'Wij hebben de Nijl, we hebben olie, we hebben alle middelen die andere landen rijk hebben gemaakt', zei Monica Keji. 'Je zult zien, wij gaan ons ontwikkelen. Dan zullen we net zo zijn als landen in Europa.' We bestelden een White Bull, het eerste in Zuid-Soedan gemaakte bier (en een opgestoken middelvinger naar het alcoholloze Khartoem), en toostten met haar op de vrijheid.

Deze maand vonden we Monica terug. Haar restaurant heeft zij aan anderen overgedaan. De brouwerij van White Bull is alweer een poosje gesloten. Monica zit thuis, waar zij haar bijbel leest en bidt dat zij over niet te lange tijd voldoende geld heeft om op bezoek te kunnen bij haar twee kinderen, die zij om veiligheidsredenen naar het buurland Oeganda heeft laten gaan. 'De droom is kapotgemaakt', zegt Monica. En herhaalt het dan nog eens.

We luisteren op haar veranda naar haar analyse van wat er in Zuid-Soedan na de onafhankelijkheid fout is gegaan. Een even helder als triest verhaal dat nauw aansluit bij alle beschouwingen die andere Zuid-Soedanezen, van academici tot boeren, ons voorschotelen. 'Ik ben ontzettend teleurgesteld. Ons is alles ontnomen, we zijn bestolen door onze leiders. We hadden zoveel hoop, maar alles is mislukt. De pijn is enorm.'

Fundamenten

In de eerste maanden zag het er zo slecht nog niet uit. Landen die zich sterk hadden gemaakt voor Zuid-Soedans vrijheid, zoals de Verenigde Staten en Nederland (dat zo'n half miljard euro hulp heeft geschonken), stonden zij aan zij met president Salva Kiir en zijn vicepresident, Riek Machar. De olie ging voor een nog redelijke prijs via Soedan het land uit. Honderden miljoenen dollars aan eigen inkomsten en buitenlandse hulp vloeiden in de schatkist. 'De overheid liet in 2011 en 2012 zien dat zij in staat was onder deze jonge natie de fundamenten te leggen', vertelt ons Akuoch Ajang, de voorzitter van SSCSA, de alliantie van particuliere groepen uit het maatschappelijk middenveld. 'Er kwam dienstverlening op gang. De eerste echte wegen werden aangelegd en er kwamen schooltjes en klinieken.' Jonge, geschoolde Zuid-Soedanezen kwamen terug uit ballingschap. Een broos, maar bemoedigend begin was gemaakt.

Na 2,5 jaar ontspoorde het avontuur. In december 2013, nadat Kiir zijn vicepresident en rivaal Machar had ontslagen, begonnen zware binnenlandse gevechten. De politieke leiders - vaak oudere ex-militairen die decennialang alleen met wapens hadden bestuurd - waren, eenmaal minister of gouverneur, niet erg geïnteresseerd in maatschappelijke ontwikkeling. De corruptie was gigantisch, zelfs voor Afrikaanse begrippen. In totaal roofden 75 leiders zo'n 4 miljard euro uit de schatkist.

De andere splijtende factor is etniciteit. Salva Kiir is de leider van de Dinka, Zuid-Soedans grootste volk. Riek Machar geldt als de ongekroonde koning van de Nuer. Ze hebben hun volken onbeschaamd achter zich gemobiliseerd. Hierachter, zoals Zuid-Soedankenner Alan Boswell heeft opgemerkt, schuilt nog een strijd: die van kleinere volken als de Shilluk, de Murle en andere 'tegen het koninkrijk zelf'.

De corruptie, meent Akuoch Ajang, 'heeft het vertrouwen van de burgers in hun leiders vernietigd.' De steeds openlijker en gewelddadiger etnische strijd dreigt het land te vernietigen. 'We staan er beroerd voor', zegt Ajang met gevoel voor understatement. De olieprijs is gekelderd. De inflatie is ruim 600 procent. De regering reserveert 44 procent van de begroting voor de krijgsmacht en veiligheidsdiensten, en voor onderwijs en gezondheidszorg amper 10 procent.

Studiebeurs

In juli barstte het geweld opnieuw los, nu vooral in Juba, een dag voor de 'viering' van vijf jaar onafhankelijkheid. Riek Machar, na een zoveelste vredesakoord net een paar maanden terug als vicepresident, liet zijn milities slaags raken met soldaten van Salva Kiir. De laatste lijkt voorlopig te hebben gewonnen. Machar zit in Zuid-Afrika, maar zint op wraak. Als hij erin slaagt zijn land opnieuw binnen te komen, verklaarde Jok Madur Jok van het Sudd Instituut, 'zijn we terug bij een massale burgeroorlog.'

'Dank u voor het kiezen van de vrijheid', zeggen borden bij Independence Road. Ruim vijf jaar na de onafhankelijkheid vinden wij in Juba vrijwel geen burger meer die de keuze nog terecht vindt. We rijden naar 'PoC1', een kamp voor binnenlandse ontheemden, aan de rand van de stad. De weinig effectieve VN-vredesmacht, Unmiss, dient hun te beschermen. Hier zitten duizenden mensen die het geweld zijn ontvlucht, de meesten Nuer. Bij sommige tenten hangt een klein affiche van Riek Machar.

Nyamal Pal (21) kwam dit jaar terug uit Kenia, waar zij op de middelbare school zat. Zij hoopte in Juba geld te vinden voor een studiebeurs. Zij is het eerste meisje in haar familie dat onderwijs heeft genoten. Maar in plaats van op een campus zit Nyamal met negen anderen in een wat viezige tent. Als zij ons haar verhaal vertelt, rollen na een paar minuten de tranen over haar wangen.

'Ik geef mijn leiders de schuld voor het leven dat ik nu moet leiden', zegt Nyamal. 'De onafhankelijkheid heeft ons ellende gebracht. We verwachtten dat onze levens anders zouden worden. Ik heb nog zoveel plannen en ambities. Ik wil verandering kunnen brengen. Dus ik ben zo verdrietig. Want ik heb niet kunnen bereiken wat ik wilde.' Dan veegt zij haar tranen weg en loopt naar het lokaaltje in het kamp waar zij kinderen wat onderwijs probeert te geven.

Is het jonge Zuid-Soedan nog te redden? Twee kenners van het land, Princeton Lyman en Kate Knopf, stelden onlangs voor de komende tien, vijftien jaar Zuid-Soedan op life support te zetten met 'een uitvoerend mandaat voor de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie, die het land moeten besturen tot de instituten er zijn die het op een niet-gewelddadige manier kunnen beheren en die de patronagenetwerken afbreken die aan het conflict ten grondslag liggen'.

Zuid-Soedan moet zijn onafhankelijkheid dus weer opgeven. Het is de beste oplossing; de Zuid-Soedanese politieke leiders hebben de laatste vijf jaar bewezen dat ze het land niet kunnen besturen. Het zal er uiteraard niet van komen, want diezelfde politieke leiders zullen dat nooit toelaten en zijn sterk genoeg om het tegen te houden. Maar wat dan?

Beeld Sven Torfinn

'Alleen God kan ons redden', meent Monica Keji.

'Er is een nieuwe generatie leiders nodig', stelt de westerse diplomaat.

'Er is een gigantische hongersnood op komst', zegt een hulpverlener.

'Als de politici niet naar elkaar luisteren, komt er nooit vrede', zegt een boer.

'Als we zo doorgaan, wordt 2017 het ergste jaar dat we ooit hebben meegemaakt', meent Akuoch Ajang.

'Het waarschijnlijkste scenario is een nieuwe grote oorlog, van de Dinka tegen alle anderen', zegt een Zuid-Soedanese politiek analist.

'We leven in hoop', zegt een man die zich al zeventien jaar het lot van de mensen in het land aantrekt. 'En in angst.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden