Alleen de grond geeft houvast Retrospectief van Rineke Dijkstra in Museum Boijmans Van Beuningen

Rineke Dijkstra portretteert strandnimfen vol twijfel, pubers met door puistjes gekwelde gezichten, discomeisjes in kort, zwart en bloot uitgaanstenue. Wat zij met elkaar delen, is hun frontale eenzelvigheid....

RINEKE DIJKSTRA (1959) fotografeert mannen en vrouwen, meisjes en jongens in alle uithoeken van de wereld. Dit zijn geen sterren, maar gewone stervelingen, onbekenden, voor elkaar en voor ons. Zelfs de kunstenares wist niet precies met wie ze van doen had toen ze hen voor haar camera vroeg. Ze stapte op hen af, in de discotheek, op straat of aan het strand, omdat iets in hun doen en laten haar bekend voorkwam - bravoure, maar vaker nog een aarzeling.

Hun geschiedenis blijft ongewis. De strandkinderen en de disco-meisjes, de stierenvechters en de pas bevallen moeders, de zakenvrouwen en de schooljongens: ze zijn ongenaakbaar in hun isolement, uitgelicht als goden, maar ook genadeloos levensecht. Nu het hele gezelschap zijn gezicht laat zien, in monumentale portretten aan de muur bij Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, komen we dicht bij elkaar in de buurt. Zij nemen ons op in de kring, als verwanten die niets voor elkaar te verbergen hebben, zou je zeggen, als dat niet zo klef klonk.

Want Rineke Dijkstra zet geen sentimentele ontmoetingen in scène. Ze heeft wel een scherp inlevingsvermogen, en een sterk ontwikkeld zintuig voor onzekerheden. Ze registreert eenzame emoties, zoals bij strandnimfen twijfel over de eigen verschijning. En soms ook trots, maar dan in een kwetsbare variant: onthutsend naakt, zoals bij de jonge moeders in hun overwinningsroes, of slechts schijn, zoals bij de schooljongens die voor vol aangezien wensen te worden, in een stoere, maar transparante ontkenning van hun verlegenheid.

Daar is de fotografe bij uitstek gevoelig voor: voor het groeiende, maar nog wankele zelfbewustzijn van pubers, dat zich uit in een houding of een oogopslag. Ze vangt het in close-up en legt het vast op groot formaat, als het evenbeeld van de tiener die iedereen eens was. Als haar modellen 'lelijk te kijk staan', poserend met hun opgeschoten ledematen of een door puistjes gekweld gezicht, is het omdat wij hun frustraties denken te doorzien - als ex-tieners met een volwassen imago zelf ook nog wel eens op onze hoede voor andermans kritische blik.

Daarom zijn de disco-meisjes die in het museum als drie schuchtere gratiën op een rij verschijnen, ook onze boezemvriendinnen. Misschien kennen zij elkaar alleen van gezicht, maar ons kost het weinig moeite ze giechelend voor de spiegel te zien staan, muziekje erbij om in de stemming te komen, en plukkend aan elkaars haren, voor ze het ouderlijk huis verlaten. Vader en moeder kijken tv, horen hun voetstappen op de trap en roepen nog: 'maak het niet te laat', maar dan valt de voordeur dicht en zijn de dochters vrij, op weg naar The Buzzclub, het danspaleis in Liverpool.

Daar werd het drietal, in 1995, de één na de ander, door Dijkstra voor de camera gelokt, beter gezegd: genodigd, want de fotografe is niet zo verraderlijk dat zij 'prooien' portretteert, hoe onthullend haar werk ook is. De stiekeme vrijages in en rond The Buzzclub, waar de jonge bezoekers bijna allemaal bij naam en toenaam bekend zijn en bovendien in de gaten worden gehouden door surveillance-camera's, blijven buiten beeld. Dat de gratiën uit zijn op avontuur, is ook los van die entourage duidelijk genoeg. Hun sexy uitgaanstenue is tot drie keer toe: kort, zwart en bloot.

Ze weten wat ze moeten dragen om erbij te horen, ieder voor zich allerverleidelijkst, femmes fatales in de dop, die de kunst afkijken bij elkaar. Maar eerder dan lust, lees je van hun gezicht de gerede kans dat straks hun vader bij de diskjockey arriveert met de mededeling dat het de hoogste tijd is, waarop de diskjockey wel zo goed zal zijn dat bericht te versterken: 'Sarah Palmer to the frontdoor please' De fotografe was erbij toen het galmend door de discotheek weerklonk.

Wij zien het terug in haar hartveroverende portretten en als het meezit nog in de herinnering ook, altijd erger nog: met een vader die in zijn loden jas gerust naar binnen kwam stiefelen op een schoolfeest, onaangekondigd uiteraard. Dat zijn dierbare gebeurtenissen, achteraf, als ze je na jaren van verdringing weer te binnen schieten in het museum, waar Rineke Dijkstra de pubers wél in hun eigen waarde laat. Ze fotografeert ze uit een laag standpunt, zodat ze hoog voor ons oprijzen, boven iedere bemoeienis verheven.

Haar benadering is sober, vrij van anekdotische details en daardoor tijdloos, paradoxaal genoeg, want de kleding van haar modellen is wel degelijk aan de mode onderhevig, of bij gebrek aan geld juist nadrukkelijk niet, zodat de portrettenreeks ook een antropologisch overzicht vormt. In Polen dragen twee strandjongens lubberend wit ondergoed in plaats van een zwembroek, zonder zich daar zichtbaar om te bekommeren, terwijl een Amerikaans meisje in een glimmende oranje bikini een ernstige poging onderneemt te poseren als een pin-up. Voor haar lijkt de keuze van haar kleding een halszaak.

Maar wat de jongens en het meisje met elkaar delen, en met het hele gezelschap rondom, is hun frontale eenzelvigheid. Voor het oog van de kunstenares en haar camera moeten ze zich staande zien te houden, meestal zonder attributen, met geen ander houvast dan de grond onder hun voeten. Alleen Almerisa, een uit Joegoslavië gevlucht meisje, zit op een stoel, letterlijk in afwachting. Toen de fotografe haar in 1994 voor het eerst bezocht in het asielzoekerscentrum in Leiden, was het een bleek kind, met bengelende benen. In 1996 raken haar voeten de vloer en kijkt ze op met een voorzichtige lach.

De groei naar volwassenheid weerspiegelt zich hier in diverse stadia, maar in de afzonderlijke opnamen ook in een lichte radeloosheid over de beste stand van armen en benen, die kan omslaan in een krampachtige pose. Het meisje dat in de Berlijnse Tiergarten (1998) haar zevende verjaardag viert, staat stokstijf voor een boom, haar lippen, nee: haar hele lijfje, één strenge streep - zo te zien een kenau van een kind, dat niet van plan is zich te laten kennen en al evenmin oog heeft voor haar vriendinnetje, dat met een kadootje in de hand bedremmeld op haar aandacht wacht.

Z E IS de tegenpool van Annemiek: een brugklassertje dat zich met haar haarband en mond vol ijzerbeslag ontpopt tot de koningin onder de kinderen, en in haar overwinning op de schaamte tot de liefste poppedijn van de show. In een frontale close-up op video (1998) kijkt zij ons aan, schichtig eerst. Maar dan neemt haar favoriete nummer van The Back Street Boys haar mee en is ze vrij van de buitenwereld, één met haar schrijnende verlangen naar de toekomst, die ze bezingt met een griezelige ernst, haaks op haar onschuld: Oohooo, you know what I wanna do, I wanna be with you.

Je krijgt de melodie, de woorden en de toewijding van het kind met geen mogelijkheid meer uit je hoofd. Ergens zaten ze er misschien al, want het is of je ze altijd al kende, kwijt was geraakt en terug hebt gevonden. Dank zij Rineke Dijkstra, die begin jaren negentig zo wijs was een draai te geven aan haar carrière. Tot die tijd maakte ze in opdracht van kranten en tijdschriften als NRC Handelsblad, Quote, Elle en Elegance portretten van kunstenaars, schrijvers, modellen en zakenlieden. 'Die mensen weten precies hoe ze op een foto willen staan, daar gaat het mij niet om', realiseerde ze zich.

En toen wendde ze zich naar de zee, voor de strandportretten die haar internationale roem brachten en vorig jaar een eerbetoon in het Museum of Modern Art in New York. Alsof dat zo moest zijn, een gift van het water, die mythische levensbron met op de golven het schuim waar de schoonheidsgodin uit werd geboren. Talloos vaak is sindsdien gewezen op het hoekige tienermeisje in haar groene badpak, dat in de Poolse branding, 'stom toevallig', de gracieuze houding aanneemt van de Venus van Botticelli.

Het is net een sprookje, maar dan waarheidsgetrouw, herzien door de kunstenares.

Rineke Dijkstra, tot en met 17 januari in Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden