Alleen al praten met banken is verdacht

Met de onteigening van de SNS-bank viel het doek voor HFC, de stichting die de Nederlandse financiële sector er bovenop moest helpen. Omdat oud-SNS-topman Van Keulen er de scepter zwaaide. Adjunct Robin Fransman beschrijft de ondergang, 'een voorbeeld van het afbrokkelend middenveld'.

Zondag 3 februari, ik zit helemaal klaar voor Buitenhof. Minister Dijsselbloem komt vertellen over de onteigening van SNS Reaal. Na alle commotie is het vrijwel zeker dat Dijsselbloem ook gevraagd zal worden naar mijn werkgever, het Holland Financial Centre (HFC). Sjoerd van Keulen, oud-CEO van SNS, is bij ons voorzitter. Kan Dijsselbloem iets anders doen dan afstand nemen? Nee. Hij spreekt over een 'old boys network'. Dan is duidelijk dat het een moeilijke week wordt. Een ontwikkeling die niet onverwacht komt, maar wel harder en sneller dan voorzien.


Terug naar 2006. In de wandelgangen van een congres over financieel recht spreken topmensen uit en rondom de financiële sector hun bezorgdheid uit over de ontwikkelingen in de branche. Het gaat niet goed. De liberalisering van de financiële sector, waarbij partijen met één vergunning in een EU-lidstaat door heel Europa heen hun diensten mogen aanbieden, leidt er toe dat bedrijven hun activiteiten - en dus banen - verplaatsen naar Dublin, Luxemburg, Londen, Brussel en Parijs. Nederlandse pensioenfondsen besteden het vermogensbeheer steeds vaker uit aan partijen in Londen. De positie van Nederland staat sterk onder druk.


Die andere landen maken zich aantrekkelijk met soepele regels en weinig toezicht. Daar is men dan nog trots op dit 'light touch'-toezicht. Later pas, als in 2008 de Engelse bank Northern Rock failliet gaat na drie jaar zonder controles van de toezichthouder, zal blijken hoe rampzalig dit uitpakt.


Of neem Dublin, waar de ingewikkeldste financiële producten gegarandeerd binnen drie dagen worden beoordeeld, waarna ze in heel Europa mogen worden verkocht. Of Luxemburg, waar nieuwe Europese regelgeving in razendsnel tempo wordt omgezet in wetgeving, terwijl dat in Nederland vaak jaren duurt. De btw op vermogensbeheer wordt afgeschaft in Engeland, Ierland, Luxemburg. Kortom, wie het buigzaamst bestuurt, is het aantrekkelijkst voor de zakenwereld en wint aan werkgelegenheid.


In Nederland gaan toezichthouders AFM, DNB en het ministerie van Financiën nauwelijks mee in deze vorm van concurrentie. Toch willen ze ook niet té streng zijn en alles en iedereen naar het buitenland jagen. In 2007 dreigt Michel Tilmant, dan voorzitter van de raad van bestuur bij ING, daar expliciet mee in een interview: 'In theorie kan ING overal in Europa naartoe... dat besef moet ook hier doordringen.'


De overname van ABN Amro en de kredietcrisis moeten dan nog komen.


Eind 2006 beginnen de gesprekken over de vorming van Holland Financial Centre. Private sector, toezichthouders AFM en DNB en de overheid willen de handen ineen slaan om werkgelegenheid te behouden. En men heeft haast. Nog voor een compleet plan is uitgewerkt, wordt Holland Financial Centre in juli 2007 opgericht door 37 partijen, waaronder vier ministeries, DNB en AFM, en met instemming van de Tweede Kamer. Dat is het moment dat ik werd gevraagd om voor HFC te komen werken - ik werk dan nog bij de AFM. Een chic evenement wordt georganiseerd in het Concertgebouw in Amsterdam, waar Wouter Bos - dan minister van Financiën - een toespraak houdt, in aanwezigheid van alle kopstukken uit de sector. Onbedoeld ontstaat het beeld dat Nederland wil concurreren met Londen, een beeld dat de nodige scepsis oproept, omdat ABN Amro net wordt overgenomen.


Pas daarna gaat een kleine werkgroep met vertegenwoordigers van publieke en private partijen aan het werk om de strategie te formuleren. Ik doe zelf ook mee. De analyse is dat Nederland fundamenteel en structureel niet mee kan in de trend onder financiële instellingen in die periode: groot, groter, grootst. De thuismarkt is te klein, en de risico's zijn te groot. De groei van de financiële sector is onhoudbaar op de langere termijn is de analyse, door de lage rentes richt men zich steeds meer op volume en provisies, in plaats van het traditionele rentebedrijf.


Als Nederland werkgelegenheid in de financiële sector wil behouden dan moet het zich specialiseren. Zich concentreren op gebieden waar Nederland sterk is, waar de risico's beperkt zijn en waar groei verwacht wordt. Er wordt gekozen voor vermogensbeheer, pensioenadministratie, betalingsverkeer, effectenverkeer, duurzaam beleggen en handelsfinanciering. En dus niet voor bijvoorbeeld investment banking. Dat zat, ook toen al, grotendeels in Londen. Er wordt bewust afgezien van concurreren op 'licht toezicht', bij toezicht moet het juist gaan om een 'race to the top'. Dat draagt bij aan een veilig financieel stelsel.


Lehman

De strategie wordt in de lente van 2008 gepresenteerd. In augustus van dat jaar valt Lehman om, en begint de kredietcrisis echt.


In het HFC-bestuur wordt drie keer gesproken over de betekenis van de crisis voor HFC. Maar de belangen van alle betrokken partijen lopen hierin zo ver uiteen dat ze die buiten HFC willen houden. Elke keer is daarom de conclusie dezelfde: HFC moet doorgaan op de ingeslagen weg en zich zo veel mogelijk buiten het debat over oorzaken van en oplossingen voor de kredietcrisis houden.


De HFC-projecten gaan dan ook door, de Duisenberg School of Finance wordt opgericht, er komt een fonds voor startende vermogensbeheerders, een bedrijvencentrum voor startende ondernemers, wetgeving voor nieuwe pensioenoplossingen en een opleiding voor de financiering van verduurzaming. Door buitenlandse missies worden verschillende partijen naar Nederland gehaald. In mei 2009 wordt Sjoerd van Keulen voorzitter van HFC. Een baan van een dag in de week, waarbij we in diverse projecten intensief samenwerken.


Tegelijkertijd zet de crisis door. Nieuwe kwetsbaarheden van het Nederlandse financiële stelsel worden zichtbaar. De kredietverlening hapert. Omdat Nederlanders vooral sparen via de pensioenfondsen is er weinig spaargeld bij banken. En de pensioenfondsen investeren hun vermogen, zo rond de 900 miljard, voor meer dan 90% in het buitenland. Daardoor staat tegenover 1000 miljard aan kredieten en hypotheken, slechts 500 miljard aan spaargeld en andere deposito's. Het verschil, de 'funding gap', wordt gefinancierd door buitenlandse beleggers en banken. Maar dat wordt moeilijker. Door de crisis trekken banken zich terug in het thuisland, en nieuwe regelgeving uit Brussel dreigt het investeren in hypotheekleningen van banken minder aantrekkelijk te maken. Vooral de financiering van woningmarkt en MKB komt onder druk te staan. Duidelijk is dat aan de toekomstige vraag naar krediet niet voldaan kan worden zonder ingrijpende wijzigingen in het financiële en fiscale stelsel.


In de gesprekken over oplossingen blijkt grote verdeeldheid. De banken zijn het onderling oneens over de beste oplossingen voor de woningmarkt. Consensus daar is wel dat de hypotheekrenteaftrek op langere termijn onhoudbaar is. De verzekeraars denken daar weer heel anders over. En veel partijen vinden dat pensioenfondsen meer in Nederland moeten beleggen, te beginnen met Nederlandse hypotheken. De pensioenfondsen denken daar anders over, voor hen staat de verhouding tussen risico en rendement van de investeringen voorop.


Toch is er voor sommige projecten overeenstemming te vinden. Zo is 250 miljard aan Nederlandse hypotheken in pakketten aan buitenlandse beleggers verkocht. HFC werkt samen met banken, verzekeraars en internationale beleggers om te zorgen dat die beleggingen simpeler en transparanter worden. Ook start HFC een onderzoek naar de mogelijkheid van het opzetten van een Groene Investeringsmaatschappij om de financiering van schone energie en energiebesparing te vergemakkelijken. Intussen zijn banken steeds minder in staat om risico's te nemen en dus minder in staat om uit te lenen. Daardoor kan minder worden geïnvesteerd, wat de economische groei verder remt. En elke uiting van deze zorgen, bijvoorbeeld door werkgeversorganisatie VNO-NCW, wordt al gauw gezien als een poging van de financiële sector om zich aan strengere regelgeving te onttrekken. Dat het uiteindelijk gaat om het vlot trekken van de economie en de woningmarkt wordt over het hoofd gezien.


Vertrouwen

Eind 2010 gaat het nog altijd niet goed en de vooruitzichten zijn dat een veilig en goed functionerend financieel stelsel nog jaren gaat duren. In een serie gesprekken met bestuurders wordt gestart met het opstellen van een nieuwe strategie, waarbij HFC zich ook expliciet richt op herstel van vertrouwen en herstel van kredietverlening aan burgers en instellingen. Als die strategie bijna af is, onteigent minister Dijsselbloem van Financiën namens de staat SNS. Hij heeft 'geen andere keus', juist omdat, vanwege de afhankelijkheid van buitenlandse beleggers, het omvallen van SNS alle banken in gevaar kan brengen.


Ineens komt HFC, dat tot dan toe in de luwte heeft bestaan, vol in de schijnwerpers te staan. Omdat Sjoerd van Keulen, de voormalige topman van SNS, de voorzitter is. In de stortvloed van crisisnieuws zijn de activiteiten van HFC lange tijd alleen voor insiders interessant geweest. Dat verandert in een klap. HFC ís in de beeldvorming ineens SNS, HFC ís de foute investering, HFC is voor velen ineens de belichaming van alles wat er loos is in de financiële sector. Bij Buitenhof bevestigt Dijsselbloem dat beeld. Hij zegt dat hij weliswaar achter de doelstellingen van HFC staat, maar dat hij deelname in het bestuur te veel vindt lijken op belangenverstrengeling. De vertegenwoordigers van de overheid en toezichthouders trekken zich terug uit het bestuur van HFC.


Het betekent het einde van de publiek-private samenwerking.


En zo vergaat het HFC deels zoals het ook de SER, de vakbonden, de woningcorporaties, de zorg, de bouw, het onderwijs en pensioenfondsen is vergaan. Onderling verdeeld, geplaagd door fouten en schandalen, weggezet als lobbyclubs, genegeerd door de politiek. Als het maatschappelijk middenveld op die manier afbrokkelt, is dat laatste onontkoombaar.


Maar de banken, dat zijn wij. Als spaarders, als leners, als beleggers. De pensioenfondsen, dat zijn wij. De verzekeraars, dat zijn wij. Zoals we ook werknemer, huizenbezitter, huurder en zorgconsument zijn. Het maatschappelijk middenveld is daarmee een essentieel onderdeel van de democratie, met belangen die het verdienen dat er voor gevochten blijft worden. Het zijn ook onze belangen, zelfs als die geregeld met elkaar botsen.


We zien steeds vaker een overheid die geen zaken wil doen met het maatschappelijk middenveld. Een politiek die overleg of samen optrekken vooral ziet als mogelijke belangenverstrengeling. Het is een opvatting over democratie waarbij de overheid vooral controleert, in plaats van de belangen van burgers behartigt. Maar dat valt de politiek niet te verwijten. Feit is dat grote delen van het maatschappelijk middenveld, waaronder vooral ook de financiële sector, op vele fronten hebben gefaald en daardoor gezag en draagvlak hebben verloren. Dat moet eerst worden hersteld. Daar kan de politiek wel een constructieve rol in spelen. Door juist het overleg met het middenveld te hervatten en te versterken. En ook het middenveld moet meer doen. Te beginnen met in het openbaar verantwoording afleggen als de samenleving daarom vraagt. De dilemma's en afwegingen delen met het publiek. Daarover in debat gaan. Laat dit daar een bescheiden bijdrage aan zijn.


Robin Fransman is adjunct-directeur van HFC, hij twittert op @RF_HFC


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden