Column

Alleen achteraf zie je het aankomen

Vierentwintig jaar geleden zette Joost Zwagerman met zwier zijn naam voorin Vals licht. Dinsdagavond laat bladerde Arjan Peters die vergeten opdracht tevoorschijn.

Foto Rein Janssen

Dat vond Joost Zwagerman vrij zouteloos, om uit het aanvallend rood op het laatste doek uit 1970 van Mark Rothko af te lezen hoe de schilder zelfmoord zou plegen, namelijk door zich de polsen door te snijden. Zo'n visie zou een mysterieus schilderij terugbrengen tot een anekdote, een plaatje dat vooruitliep op een persoonlijke tragedie. Zwagerman wilde laten zien dat Rothko het de toeschouwer mogelijk maakt om te ontkomen aan zichzelf, door in het doek op te gaan.

Een vervelend kenmerk van voorbodes is dat ze zich pas achteraf als zodanig laten herkennen. In de Volkskrant-stukken die zijn gebundeld in De stilte van het licht (De Arbeiderspers; euro 24,99) dat woensdag verscheen, luttele uren nadat de schrijver zich van het leven had beroofd, vallen de woorden 'stilte', 'leegte', 'God' en 'niets' zo dikwijls dat we voortdurend worden verleid tot knikken. Maar alleen achteraf zie je het aankomen.

En daar gáán Zwagermans stukken ook niet over. Het zijn oefeningen in verdwijnen, maar dan op zo'n manier dat je de schrijver telkens blijft zien. Vijf jaar geleden bezocht hij in het MOMA de performance van Marina Abramovic die op een stoel achter een tafel de stilte zat te verbeelden. 'Ik was erbij', schrijft Zwagerman, 'niet lang', en die twee woorden onthullen de gejaagde scribent. Hij herkende daar niettemin 'het verlangen om er niet te zijn', een term die hij citeert uit een roman van Willem Brakman en die hij aanvult met 'het verzet tegen het ontmoedigende feit er wél te zijn'.

Zwagerman ervoer ongemak bij zijn eigen aanwezigheidsbehoefte. Daar heb ik lang geen idee van gehad. Ook niet toen de schrijver mij op zijn 27ste zijn roman Vals licht schonk, en er iets in schreef. Afgelopen dinsdagavond bladerde ik die vergeten opdracht tevoorschijn, en las in zijn signatuur juist onuitwisbare levenslust terug.

Ongemak bespeurde ik al evenmin toen Zwagerman in februari van dit jaar zijn persoonlijk archief aan het Letterkundig Museum afstond, een opruiming waarvan vermoedelijk niemand toen besefte dat het ook een vingerwijzing kon betekenen.

Foto Rein Janssen

De gulzigheid waarmee hij bij andere schrijvers een verlangen naar niet-bestaan signaleert, brengt de gedreven gids zelf steeds in beeld. De kijklessen uit zijn laatste boek zijn herkenbare voorbodes van iets opmerkelijks, een wending in de richting van mystiek en religie. Maar we blijven hem in het vizier houden. Om ons op de verlokking van het oplossen te wijzen, moet hij permanent present zijn.

Een verenging tot het particuliere zou hij ernstig hebben betreurd. Zijn boek wijst naar de kunst, en niet naar zijn dood. Zo lang we blijven kijken, leren en lezen, is Joost Zwagerman niet verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.