Alledrieduivekaters snel verzen rijmen Bloemlezing van vijf 'luimige' dichters uit de vorige eeuw

Luim en kortswijl, - zoals vrijwel niemand de woorden nog kent, zo kennen we ook de gedichten niet meer die hiermee werden gekenschetst, erger nog: we kennen nauwelijks nog de gevoelens die erachter schuil gingen....

J.A. DAUTZENBERG

Na de negentiende eeuw was het uit met de koddige verzen en de schrijvers ervan werden zoal niet verguisd dan toch zeer vergeten. Onder de mooie titel De burger schuddebuikt hebben Anton Korteweg en Wilt Idema een ruime keuze gemaakt uit het oeuvre van vijf van deze 'luimige' dichters. Twee van hen genieten nog enige bekendheid: Jacob van Lennep en J. Goeverneur ('Jan de Rijmer'); van de anderen zullen alleen specialisten ooit hebben gehoord: P.T. Helvetius van den Bergh, J. van Oosterwijk Bruijn, W.J. van Zeggelen.

Ze pleegden een vermoeiend soort humor en aanvankelijk lijkt het al meligheid en flauwiteit wat de klok slaat. Bovendien wisten ze van geen ophouden: dichtstukken van meer dan tien bladzijden zijn eerder regel dan uitzondering, terwijl humor het toch vooral van de kortheid moet hebben. Althans in onze optiek, destijds klaarblijkelijk niet, want de samenstellers schrijven in hun zeer informatieve nawoord dat korte genres als het puntdicht nauwelijks beoefend werden.

Maar bij langduriger lezen gaat de meligheid onweerstaanbaar op de lachspieren werken, met name bij Van Lennep en Goeverneur. Blijkbaar is het niet helemaal toevallig dat juist deze twee nog enigszins bekend zijn. Vooral Van Lennep schrijft soepele verzen en af en toe is zijn humor heel modern, zoals in het gedicht Zaagt ge immermeer? Daarin wordt een bombastische opsomming gegeven van alle moois dat er op aard te zien is, de hoogdravende toon wordt ontkracht door de slotzin: 'Zaagt gij dit al? - Dan zaagt gij bliksems veel'

Er zijn nogal wat gedichten opgenomen die de toenmalige serieuze poëzie hekelen. Het kinderbal van Goeverneur is een pastiche op brave liedjes voor en over een kinderfeestje; het zijne eindigt met een waar bloedbad. 'Je doet nooit wijs, jezelf van kant te helpen,' is de wijze les die de kinderen voorgeschoteld krijgen. Van Goeverneur is ook het meesterstuk Aan de redactie van de Groninger Studentenalmanak, waarin de hele vaderlandse poëzie op de hak wordt genomen ('Thans gaat het rijmen/ alledrieduivekaters snel,/ verzen te lijmen/ is kinderspel'). Een gelijksoortig stuk is het Rijmepistel van Helvetius van den Bergh.

Dat het rijmen hem alledrieduivekaters makkelijk af ging laat Van Lennep zien in Hoe loopt de Dusse langs het hol van Neander, verbluffend ronkende woordkunst vol klanknabootsingen, alliteraties en binnenrijmen. Het lijkt een aanval op de snorkende dichtkunst waarop Bilderdijk het patent had, het soort poëzie dat loeiend en galmend werd voorgedragen met als gevolg dat er soms - Bilderdijk vertelt het zelf - barsten kwamen in het servies van de gastvrouw.

Ze gniffelden, de negentiende-eeuwse dames en heren, over deze aanvallen op de smaak van hun voorouders, zoals wij gniffelen om hún smaak en zoals men later meewarig zal glimlachen om ons gevoel voor humor. Wat blijft is dat de poëzie naar het woord van Du Perron steeds 'een tijdverdrijf is voor enkle fijne luiden.'

Anton Korteweg en Wilt Idema (samenst.): De burger schuddebuikt.

Querido, ¿ 12,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden