Alledaagse taal verdraagt niet zoveel acteergeweld

Teddy, de heer des huizes, staat verbijsterd te kijken. Hij probeert uit alle macht contact met zijn vrouw Syl te krijgen, maar ze kijkt finaal langs hem heen....

Syl heeft alle reden om haar echtgenoot zo rigoureus uit het oog te verliezen. Hij is het type van de makkelijk verleidbare rokkenjager, tuk op iedere vrouw die belangstelling voor hem heeft. Maar hij is ook zeker niet te beroerd om de vrouw van een vriend, met wie hij een verhouding heeft, bruusk en ongevoelig aan de kant te zetten.

In de stukken van Alan Ayckbourn draait het altijd om gebrekkige relaties, misverstanden en het menselijk onvermogen om het leven op het juiste spoor te houden. Zijn personages zijn altijd doodgewone burgers en dus heel herkenbaar voor de gemiddelde schouwburgganger die zijn eigen misstappen ietwat uitvergroot ziet verbeeld.

Met zijn nieuwste stuk, Huis & Tuin, heeft Ayckbourn een stunt uitgehaald. De voorstelling speelt simultaan op twee plekken in het theater.

De spelers rennen van het tuindecor naar de huiskamer en het publiek ziet dezelfde gebeurtenissen twee keer, waarbij alle verhaallijnen pas bij de tweede keer kijken als een puzzel in elkaar vallen. Het knappe is dat het niet uitmaakt in welke volgorde je de delen ziet.

Het Nationale Toneel heeft heel wat uit de kast getrokken om van deze onderneming een succes te maken. Er is een stoet acteurs gerecruteerd, niet de minsten, en de hele schouwburg staat twee maanden lang in het teken van deze marathon.

Want een marathon is het. Ook voor de acteurs die precies op tijd in de scène moeten verschijnen om het spelritme niet te verstoren.

Die dienstregeling functioneerde bij de première perfect. Maar of het gestuntel in de tuin zoveel toevoegt is de vraag. Huis lijkt het meest op een gangbare Ayckbourn.

In het huis van Teddy en Syl wordt de lunch voorbereid waarbij een oude kennis wordt verwacht, belangrijk voor Teddy's carrière. Bovendien arriveert een Franse filmster die de jaarlijkse fancy-fair moet openen.

Verwikkelingen te over, maar inhoudelijk is het niet meer dan een vlotte soap waarin hier en daar een fraaie scène flonkert. Jammer genoeg hebben de meeste spelers moeite met dit vluchtige materiaal. Je ziet ze de woorden aanzetten, de actie uitvergroten, maar het werkt averechts. Zoveel acteergeweld verdragen die alledaagse zinnetjes niet.

Stefan de Walle is als enige volstrekt op zijn plaats in dit luchtige Engelse comedy-werk. Met zijn Mr. Bean-achtige mimiek maakt hij van de onnozele Geert die zijn vrouw de hysterie in ziet schieten, een meesterstukje. Ook Carine Crutzen, de vrouw des huizes, zorgt voor een paar fraaie momenten. Terwijl Lou Landré als de Londense gast met pedofiele neigingen in een scène met de dochter het proeven van een glas wijn de lading geeft van een langzaam opgebouwd orgasme.

Maar ondanks dat is de uiteindelijke oogst van ruim vier uur toneel veel te mager. In zijn beste stukken ziet Ayckbourn kans om die alledaagse ellende flink te laten schrijnen.

Nu komt een publiek in het beste geval niet verder dan louter herkenning. De slotwoorden zijn wat dat betreft tekenend: zowel Teddy als Syl eindigen met de dooddoener: 'Nou ja, 't zal er wel bijhoren allemaal. Bij het leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden