Alle vuiligheid eruit

Hij wordt zelfs bezongen in de de 'Dreigroschenoper' van Bertolt Brecht, de oerwet voor elke theatervoorstelling: 'En men ziet die in het licht, die in het donker ziet men niet.' Maar tussen licht en donker zit een scala van mogelijkheden....

Kees van de Lagemaat (49), kunstzinnig theaterbelichter. Zelfstandig werkzaam in zijn bedrijf 'Lichtontwerpers en de Lichtfabriek'.

'OMDAT ik als zelfstandig lichtontwerper bij een productie betrokken ben, heb ik nog wel eens kinnesinne met de vaste technici van een theater. Als het klaar is, zien ze het nut en de noodzaak van mijn gepriegel wel in, maar ze proberen je altijd te testen. Uit te testen.

Maar dat deed ik vroeger ook, toen ik nog technicus was bij de Toneelschuur in Haarlem. Als ik een grote volle stand had staan en een regisseur zei: ''Doe die schijnwerper daar maar vijf procent lager'', dan zat ik met m'n armen over elkaar achter de lichtcomputer en zei alleen door de microfoon: ''Zo goed?''

Bij die Toneelschuur ben ik begonnen. In 1968. Als vrijwilliger. Ik solliciteerde bij de Haarlemse stadsschouwburg en daar heb ik de grondbeginselen van het vak geleerd. Onder andere de door mij zo gehate 1-2-3-belichting. Twee spotjes voor, één erachter als tegenlicht. Twee jaar later vroegen ze me terug bij de Toneelschuur, omdat de grote zaal technisch opnieuw moest worden ingericht.

Ik wist nog niks van licht. Net als iedereen. Alle groepjes die binnenkwamen, hadden die 1-2-3-belichting geleerd. Dat je gelijkmatig een acteur van links naar rechts over het toneel moest kunnen laten lopen zonder dat er één fluctuatie in het licht te zien was. Een ENW-constructie noem ik dat, een Energie-Noord-West constructie. Zoals ze bij dat bedrijf de straatverlichting ontwerpen.

Door mijn samenwerking met regisseur Jan Joris Lamers kwam daar verandering in. Bij hem heb ik leren kijken. Door de ruimte die ik kreeg om heel snel allerlei dingen te proberen en gewoon maar te doen. Om alle conventies van het basisbelichten over boord te gooien. Omdat hij met heel weinig decor en changementen werkte, ontstond de noodzaak andere beelden op te roepen met licht dan je normaal zou doen.

In die periode moet dus dat Kees-van-de-Lagemaat-licht zijn ontstaan. Maar wat mijn licht dan precies is? Ja, grafisch. Niet zoveel kleur. In kleine stappen tegelijk. Kleine nuances. Vandaar dat ik geen grote hoeveelheden verzameld kleurengebruik wil doen. En als ik ze gebruik, dan maak ik ze weer vuil door er ander licht doorheen te mengen. Dat is mijn aard, mijn spiritualiteit ook.

Toen ik bij de Toneelschuur wegging dacht ik, nu ga ik beroemd worden. Maar ik had geen idee hoe. Eerst heb ik de tv-regisseursopleiding in Hilversum gedaan. Beeldanalyse met Thomas Brasch. Dan zaten we soms wel drie kwartier naar een vast camerashot van twee acteurs in een Mercedes te kijken. En die acteurs maar wachten. Maar we wilden uitvinden of we een perfect shot hadden. Dat hebben we toch dagen volgehouden.

Je hebt het over licht en licht is nog een abstracter deel dan de reflectie in een schilderij. Dus je hebt het over omschrijvingen van licht en donker van schaduwpartijen, van intensiteiten. Neem dat toneelbeeld van de voorstelling Reigen. Dat zou zeker licht van mij kunnen zijn. Omdat het om vijf schijnwerpers als basis gaat, die een ruimte laten zien en die exact de essentie vertellen van die ruimte. Ik doe nooit meer dan nodig is.

Hoewel, ik heb laatst De Hondeman voor Karina Holla gedaan en daar zaten wel hele vette beelden in. Karina houdt van dat gladde. Daar heb ik gedaan wat je tegenwoordig ook in de lounges van cafés en restaurants met licht ziet. Van die zoetige kleuren. Het decor leende zich daar goed voor. Een stel diagonale waslijnen, waaraan frostfilters waren gehangen, transparante lappen kunststof. Doordat die heel erg gelaagd waren opgehangen, kreeg je allerlei zachte reflecties en lichtbrekingen.

Ik lees de tekst, maar dat wil nog niet zeggen dat ik dan mijn beelden al vorm. Dat doe ik pas na gesprekken met een decorontwerper. En die beelden komen tot je. In een flits. Die zie je.

Veel van mijn ontwerpen zijn voortgekomen uit mijn meditaties. Dat zijn bijna irreële beelden. Van een heel andere orde dan het licht dat wij kennen. Daar heb ik het 'zwarte licht' ontdekt. Bij Oom Wanja van Toneelgroep Amsterdam heb ik dat toegepast. Er was aan de rechterkant van het toneel een grote glanzende zwarte wand geplaatst. Dat had ik gevraagd, omdat ik dat een keer had gezien in één van mijn 'reizen'. Dat zwarte vlak neemt de kleur en de aard van dat licht niet op, dus het wordt geen tweede bron, maar geeft wel alles door. Het licht verandert op geen enkele manier, maar er gebeurt wel degelijk iets in dat zwarte vlak. Alle vuiligheid wordt eruit gehaald. Het enige wat er nog overblijft is het rechte, eerlijke licht. En dat noem ik 'zwart licht'. De ultieme reflectie eigenlijk. En in het mediteren heb ik dat gezien en ontdekt.

Misschien werkt het ook wel zo omdat ik hartstikke blind ben. Vorige week dacht ik nog, ik ga maar weer eens achtenveertighonderd gulden uitgeven om mijn lenzen bij te laten laseren, om eens echt goed te kunnen kijken. Ik krijg er nu veel last van, omdat ik én verziend én bijziend ben. Bijziend van huis uit, want op mijn zesde kreeg ik een brilletje omdat ik het bord niet kon zien. Dat is uitgegroeid tot min elf. Nu ik ouder ben, word ik ook verziend, dus die oogspier kan nu geen kant meer op.

Een tijdje geleden was ik in een kerk en zag voorjaarslicht door een raam vallen. Dat was van een zachtheid. Onvoorstelbaar. En ik dacht, het is natuurlijk ook voor een deel rijm wat je maakt. Rijm met de natuur. Dat is eigenlijk altijd de visie van een lichtman. Een rijm met de natuur.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden