Wetsvoorstel seksueel geweld

Alle seks tegen de wil van de ander strafbaar: wat betekent dat in de praktijk?

Seks tegen de wil van de ander moet strafbaar worden, ook als er geen sprake is van dwang, vindt minister Grapperhaus. Maar wat betekent zijn wetsvoorstel in de praktijk? 

Een willekeurige verleidingsscène. De op de foto afgebeelde personen komen niet in dit verhaal voor. Beeld Hollandse Hoogte / Marieke van der Velden

‘Daar moet een piemel in!’, riepen mannen naar de enige dorpsgenote die in 2015 op een bewonersbijeenkomst in Steenbergen vóór de komst van een asielzoekerscentrum durfde te pleiten. De Volkskrant-columniste die een paar keer kritisch over GeenStijl schreef werd door het weblog teruggepakt met een blogpost onder de kop ‘Zou u haar doen?’. Een openlijke uitnodiging aan reaguurders om zich te buiten te gaan aan verkrachtingsdreigementen ten aanzien van de journaliste met de onwelgevallige mening.

De plegers van zulk wangedrag gaan tot nu toe vrijuit, maar Justitieminister Ferdinand Grapperhaus wil verbale seksuele intimidatie strafbaar stellen. Mensen die anderen publiekelijk seksueel vernederen of bedreigen kunnen dan maximaal drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van een paar duizend euro tegemoet zien.

Fysieke seksuele intimidatie is onder de huidige wetgeving evenmin strafbaar, tenzij de dader dwang gebruikt. Dat geldt ook voor verkrachting en aanranding: die zedendelicten kan het Openbaar Ministerie alleen vervolgen als de dader zijn slachtoffer(s) met geweld of bedreiging heeft gedwongen de seksuele handelingen te ondergaan. Het enkele feit dat het slachtoffer de seks niet wilde, is niet voldoende voor een veroordeling. Daardoor gaan nogal wat daders vrijuit, want de praktijk leert dat veel slachtoffers zich niet verweren tijdens een seksuele aanval. Grapperhaus wil daarom niet alleen ‘seks onder dwang’ strafbaar stellen, maar alle onvrijwillige seks.

Nederland heeft in 2012 het Verdrag van Istanbul tegen seksueel en huiselijk geweld ondertekend. Dat verplicht de ondertekenaars seks zonder wederzijds goedvinden strafbaar te stellen. Grapperhaus wil eind dit jaar een wetsvoorstel indienen. Het nieuwe strafbaarheidscriterium bij verkrachting en aanranding is dan niet langer het gebruik van dwang, maar het handelen tegen de wil van de sekspartner. De dader is daarbij óók strafbaar als het slachtoffer (man of vrouw) niet expliciet ‘nee’ zegt of niet tegenstribbelt. Voor strafbaarheid is het voldoende als de dader ‘de onvrijwilligheid van de ander had kunnen afleiden uit de feiten en omstandigheden’, schrijft Grapperhaus in zijn Kamerbrief. Wat betekent dit voor:

De dader/verdachte

Advocaat Bart Swier heeft veel verdachten van zedendelicten verdedigd. Hij vindt de wetswijziging die Grapperhaus voorstelt op veel punten een verbetering, maar heeft wel moeite met de in zijn ogen erg ruime definitie van onvrijwillige seks. ‘Dat mannen – want laten we wel wezen: verdachten van zedendelicten zijn meestal mannen – ‘op grond van de feiten en omstandigheden’ zelf maar moeten inschatten of hun sekspartner uit vrije wil seks heeft, legt te veel verantwoordelijkheid bij de man. Neem nou de volgende hypothetische situatie: een man en een vrouw ontmoeten elkaar in de kroeg, gaan flink aan het bier en als ze allebei twaalf pils op hebben belanden ze samen in bed. Als de vrouw de volgende dag wakker wordt met een kater en denkt: ‘o jee, hoe kom ik hier, dit wilde ik eigenlijk niet?’, kan ze de man dan aanklagen? Omdat hij had kunnen weten dat ze te dronken was om te beseffen wat ze deed?

‘In 2016 is er een groot onderzoek gepubliceerd over de zedenwetgeving. Daarvoor zijn ook officieren van justitie geïnterviewd. En van hen zei: ‘Als je zedendelicten zo ruim formuleert, lever je mannen echt aan de goden over.’ Daar ben ik het wel mee eens.’

De rechtspraak

Landelijk officier van justitie Eva Kwakman (Huiselijk Geweld en Zeden) is daar niet zo bang voor. Ze benadrukt het onderscheid tussen strafbaarheid en bewijsbaarheid. Een beschuldiging van aanranding of verkrachting kan alleen tot een veroordeling leiden als daar voldoende bewijs voor is, zegt zij.

‘De wetswijziging die Grapperhaus aankondigt, verruimt het aantal strafbare situaties, maar dat betekent niet dat de bewijslast voor het OM minder wordt. Net zoals het OM nu dwang moet kunnen bewijzen, moeten openbare aanklagers straks in de rechtbank kunnen bewijzen dat de seks tegen de wil van de ander plaatsvond.’

Kwakman heeft veel ervaring met de opsporing en vervolging van zedenzaken. Ze bevestigt dat Grapperhaus’ wetsvoorstel het Openbaar Ministerie in sommige zaken meer mogelijkheden biedt. ‘Zoals de wet nu is, kan de dader alleen gestraft worden als er sprake is van dwang. Hij moet dan iets gedaan hebben om de wil van zijn slachtoffer te breken. Bijvoorbeeld door geweld, door opsluiting of door ermee te dreigen een naaktvideo online te zetten als het slachtoffer niet doet wat hij wil. De huidige wet houdt geen rekening met het fenomeen ‘tonische immobiliteit’. Dat is een fysieke reactie op stress. Mensen reageren op drie manieren op gevaar: vechten, vluchten of te bevriezen. Dat laatste hoor je vaak van mensen die zich bij de politie melden. Dat een slachtoffer zegt: ‘Ik wilde het niet, maar kon van angst niet meer bewegen. Ik liet het maar gebeuren’.’

Het slachtoffer

Ellen Roskes is directeur van de Brabantse hulporganisatie Blauwe Maan, die slachtoffers van zedendelicten bijstaat. Zij is groot voorstander van de wetswijziging die Grapperhaus voorstelt. ‘Ik hoop dat de politie dan veel meer zedenzaken in onderzoek neemt. Als een slachtoffer naar de politie stapt om aangifte te doen van verkrachting of aanranding, vragen de agenten nu eerst of de dader dwang heeft toegepast. Als dat niet blijkt uit het verhaal van de vrouw, zegt de politie: ‘Helaas kunnen we niets voor u doen.’ We hadden laatst een situatie waarin een vrouw aangifte wilde doen. Een straatcamera had gefilmd dat de dader haar bij de pols pakte, maar hij trok haar een steeg in waardoor de verkrachting niet op beeld stond. De politie zei: ‘De camerabeelden laten niet zien dat hij je heeft meegesleurd.’ Dus was dwang niet te bewijzen en werd er niets met de aangifte gedaan.’

Onder de nieuwe wet kan de aangifte niet meer om deze reden worden afgewezen en zou de politie wél onderzoek moeten doen, hoopt Roskes. ‘De drempel om aangifte te doen is voor slachtoffers al hoog genoeg door misplaatste schaamte en schuldgevoel. De #MeToo-discussie en de berichtgeving over het seksueel misbruik in de kerk en in de sport hebben die drempel gelukkig al wat verlaagd.’

In Zweden hebben ze al ervaring met een ‘sekswet’. Waterdicht is die niet, maar de samtyckeslag werpt wel vruchten af.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden