Alle roem is literair

Portugezen worden door de Spanjaarden neerbuigend de 'huilebalkjes' genoemd. Zelf zijn ze, zoals het cliché wil, trots en luidruchtig; de fado-liefhebbers zouden graag zwelgen in misère en mislukking....

Maar de grootste Portugese schrijver van de vorige eeuw, Fernando Pessoa, was geen zwelgende huilebalk. Misschien was hij wel niet zo erg Portugees. Extravert of trots was hij evenmin. Eigenlijk beschouwde hij zichzelf als een niemand, een huls voor langskomende ideeën. Maar wel een huls met talent. Hij trok de uiterste consequentie uit zijn overtuiging en verdeelde zichzelf, of zijn gebrek aan zelf, over verscheidene 'heteroniemen', schrijvers met een eigen levensloop, karakter en thematiek. De man die Fernando Pessoa heette, was overdag een kantoorklerk.

Maar hij wist dat hij het in zich had, schrijft August Willemsen in zijn inleiding bij Herostratus, het door hem vertaalde nieuwe deel in de Nederlandse Pessoa-bibliotheek van De Arbeiderspers. Pessoa besefte dat hij een genie was zonder weerga, maar dat erkenning bij leven zou uitblijven. Zo ging dat vaker bij genieën.

In Herostratus buigt Pessoa zich over het verschijnsel onsterfelijke roem. Wie valt die ten deel? Herostratus wilde zich onsterfelijk maken door een tempel van Diana in brand te steken. Dat lukte, maar anders dan hij gedacht had: op het uitspreken van H.' s naam stond na zijn laffe daad de doodstraf – dus lag zijn naam op ieders lippen, generaties lang. Zo zijn, schrijft Pessoa, schrijvers wier namen bij leven luidop genoemd worden, zelden groot. Het ware genie is miskend.

Wat zichzelf betreft kreeg hij gelijk: de roem van Pessoa, de onzichtbare dichter, is in de 68 jaar na zijn dood alleen maar gegroeid. In die self fullfilling prophecy schuilt het hermetische van dit koel analyserende, maar ook wel erg droge essay. Pessoa overtuigt met zijn theorieën omdat hij ze exact toesnijdt op zichzelf.

Allereerst bestaat er maar één soort roem: 'Alle beroemdheid is in feite literair, want literatuur is het ware geheugen van de mensheid.' En dan: vernieuwing moet altijd wortelen in de traditie. Alleen barbaren hebben geen besef van collectieve cultuur: 'De neger draagt altijd de laatste mode', schrijft hij bot.

Altijd ontbreekt er wel iets: Shakespeares genie was te groot voor hem, bij Goethe ontbrak de kracht van het geheel, Milton is dodelijk saai. Bovendien houden de meeste genieën zich niet aan de keiharde eis van bondigheid – het nageslacht houdt niet van dikke turven. Het vermogen tot goede compositie is volgens Pessoa een typisch 'Latijnse' eigenschap, die noordelijke zeveraars ontberen. 'Afwisseling', stelt hij, 'is het enige excuus voor overdaad. Niemand zou eigenlijk twintig verschillende boeken moeten achterlaten tenzij hij kan schrijven als twintig verschillende mensen.' Eindelijk is hij waar hij wezen wil: het ware genie is een Latijnse, meervoudige schrijver, bij leven miskend. En daar kennen we er natuurlijk maar één van: Pessoa zelf.

Toch moet er iets menselijks hebben gekleefd aan dit genie. Het stak Pessoa wel degelijk, schrijft Willemsen, dat zijn talent bij leven niet herkend werd. Maar hij sublimeerde dat verdriet in zijn waterdichte verhandeling over roem. Weer bracht hij zijn teleurstelling elders onder, zoals hij met al zijn emoties deed. Intussen kon de Pessoa van vlees en bloed in treurnis verzinken. Als een echte Portugees.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden