'Alle partijen zijn min of meer D66 geworden'

De socioloog Willem Schinkel heeft weinig op met de politieke partijen in Nederland. Ze hebben geen enkele visie en doen alleen aan probleemmanagement.

Neem nou het Lente- akkoord, waarover de Tweede Kamer afgelopen dinsdag debatteerde. Voor socioloog Willem Schinkel was dat akkoord de zoveelste bevestiging van de stelling die hij sinds enige tijd verkondigt: dat politieke tegenstellingen in Nederland nauwelijks meer bestaan. Dat de bestaande partijen zich veel te weinig van elkaar onderscheiden. 'In iets meer dan 24 uur tijd hadden GroenLinks en de VVD elkaar gevonden. Moet je nagaan: GroenLinks, zo'n beetje de meest linkse partij die we hier hebben, kon in no time een akkoord sluiten met de VVD, zo'n beetje de meest rechtse partij. Een duidelijker bewijs dat politiek hier vooral probleemmanagement is, is nauwelijks denkbaar. Het wordt ook steeds letterlijk zo gezegd: 'We moeten onze verantwoordelijkheid nemen.'


Maar dat is toch ook zo? Wat kun je daar voor bezwaar tegen hebben?

'O, daar zijn heel veel bezwaren tegen aan te voeren. Eén bezwaar is dat dit type politiek uiteindelijk niet bevredigend is voor mensen. Dat het onvrede creëert. Dat zag je heel goed in de jaren negentig onder Paars. Het ging goed met het land, de criminaliteit daalde, de koopkracht steeg. Toen kwam Pim Fortuyn en bleek er opeens een ontzettend groot ressentiment te bestaan tegenover de politiek. En dat had alles te maken met het feit dat politiek meer is dan alleen probleemmanagement.'


Een 'angry mature man', noemde columnist/politicoloog René Cuperus hem in de Volkskrant. Een 'upcoming socioloog', schreef nrc.next. Zijn afgelopen voorjaar verschenen boek De nieuwe democratie werd in de media verwelkomd als briljant, pikant, scherpzinnig en nog zo wat lovende woorden. Schinkel, in zijn werkkamer aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit: 'Nou, er zijn ook wel een paar wat meer gerontocratische recensies verschenen hoor.'


Gerontocratisch staat niet in de Van Dale, maar Schinkel is dol op neologismen en 'gerontocratische recensies' klinkt beter dan 'zure stukjes van ouwe lullen'.


Zelf is Willem Schinkel, geboren in Kampen en opgegroeid rond Rotterdam, van 1976. Een frisse dertiger. Van jongs af aan wist hij dat hij 'iets academisch' zou gaan doen. 'Dat is er met de paplepel ingegoten. Mijn vader heeft theologie en filosofie gedaan en mijn broer is historicus en filosoof. Mijn moeder heeft altijd gewerkt als secretaresse, maar ze heeft haar hele leven een grote interesse in taal gehad: ze leerde Zweeds, Hongaars, Italiaans. Er waren altijd filosofische discussies thuis, er was veel aandacht voor logica en voor taal.'


Nieuwe concepten ontwerpen, dat ziet hij als zijn wetenschappelijke taak. Concepten die nieuwe perspectieven genereren en die alternatieven bieden voor de huidige politiek en de huidige democratie. Schinkel schiet ze in zijn boek af met zinnen die geen tegenspraak dulden. 'Bij ons is democratie vooral een lifestyle, een air van kapitalistische keuzevrijheid en morele superioriteit', schrijft hij bijvoorbeeld. En: 'Het Nederlandse politieke bestel ruikt naar rottend vlees.'


Eerst dat rottende vlees maar. Waarom is het zo erg dat onze politieke partijen allemaal ongeveer hetzelfde met het land voorhebben?

'Het punt is dat politiek veel meer moet zijn dan alleen probleemmanagement. Politiek is ook de articulatie van de meest fundamentele verschillen die tussen mensen bestaan. En van de meest fundamentele machtsverschillen. Die moet je niet onderdrukken of wegmoffelen. Mensen hebben niet expliciet in de gaten dat de ideologische verschillen van vroeger zijn verdwenen en dat we bestuurd worden door een dominante elite met dominante belangen.


'Het kwalijke van politiek als probleemmanagement is juist die zogenaamde ideologische neutraliteit. Er wordt gedaan alsof politiek neutraal is, maar dat is absoluut niet het geval. Wat ik probeer duidelijk te maken, is dat ons huidige politieke systeem nauw is verbonden met een economisch systeem waarover veel kritische dingen te zeggen zijn en dat sterk ideologisch geladen is.


'Die ideologie van 'er is geen ideologie meer': dat is eigenlijk de laatst overgebleven ideologie. Maar het is dus wél een ideologie. De idee dat er geen alternatief is voor de mondiale economie waar wij nu in zitten, is extreem ideologisch. Die ideologie bestaat nu een paar decennia, maar hij zal er echt niet altijd blijven en is er ook lang niet altijd geweest.'


En die ideologie heet neoliberalisme.

'Ja; ik heb het in mijn boek ook wel over 'neoliberaal communautarisme', omdat tegelijkertijd de gemeenschap op een bepaalde manier benadrukt wordt, maar neoliberalisme mag ook. Zelf gebruik ik graag het woord 'kredietgeloof'. De cultuurfilosoof Walter Benjamin heeft eens gezegd dat het kapitalisme een religie zonder dogma is, een religie van pure verschulding. Daar is mijn idee van het kredietgeloof ook op gebaseerd.


'Ons leven is eigenlijk een leven in de min, we staan permanent in het rood, de schuld hangt als een blok aan ons been. Ik heb net een zoontje, mijn eerste kind, hij is nu twee maanden oud. Zo'n nieuw kind voegt extra schuld toe. Op hem rust nu al een zware hypotheek, want 'zijn' is tegenwoordig 'onderpand zijn'. Hij is burger van een land dat schuld uit heeft staan. En voor alles wat hij gaat doen, zal hij zelf ook schulden aangaan. Een huis kopen, studeren. Elk hoofd van de bevolking heeft een schuld en elk nieuw hoofd erbij is een schuld erbij.'


Vorige week zaterdag publiceerde de Volkskrant een nieuw onderzoek van politicoloog Philip van Praag. Hij voorspelt een tweestrijd tussen de SP en de VVD. Lijken die twee partijen nou zo enorm op elkaar?

'Ik denk van wel. Ik zeg niet dat er helemaal geen verschillen zijn tussen politieke partijen, ik zeg alleen dat die verschillen nooit echt heel fundamenteel zijn; de Partij voor de Dieren is misschien de enige uitzondering. Er is geen partij die zegt: we moeten nu echt snel naar een heel ander economisch systeem. De SP ook niet. In het debat tussen Roemer en Pechtold, bij Nieuws-uur, zei Roemer letterlijk: we willen allebei hetzelfde, we willen allebei dat die economie zo snel mogelijk weer op gang komt. Stel je even voor: de leider van de Socialistische Partij wil dat deze economie zo spoedig mogelijk weer door kan gaan. Ik zou het normaler vinden als de leider van de Socialistische Partij een heel ander soort economie zou nastreven - een socialistische economie bijvoorbeeld. Maar de SP vindt dus precies hetzelfde als D66. D66, dat is typisch de partij van een niet-ideologische politiek. In feite zijn alle partijen in meer of mindere mate D66 geworden.'


Waar stemt u op 12 september op?

'Daar doe ik geen uitspraken over.'


Dat is raar. In uw boek bent u zeer uitgesproken over de politiek, maar op wie u stemt mogen we niet weten?

'Ik ben er heel erg van overtuigd dat het mijn taak is om perspectieven te bieden, maar niet om stemadviezen te geven. Ik vind dat mensen dat helemaal zelf moeten weten. Bovendien krijg je meteen ook een soort plaatsing: o, hij hoort daar en daar bij. Ik pleit in mijn boek voor een 'links van links' en ik schrijf dat wat bij ons tegenwoordig doorgaat voor links, de revolutionaire betekenis van dat woord uitholt. Bestaand links, daar ga ik me niet aan verbinden. En links van links kan trouwens ook rechts worden.'


Maar u stemt wel?

'Ook daar doe ik liever geen uitspraken over.'


Heeft u tot dusver wel altijd gestemd?

'Ik heb wel altijd gestemd, ja. Maar ik ben dus helemaal geen fan van het huidige stelsel van politieke partijen. Ik denk dat veel van die partijen geen idee hebben waarom ze nog bestaan. Dat geldt met name voor de grote partijen als de PvdA en het CDA en in toenemende mate ook voor een partij als GroenLinks, waar de fractieleider nu steeds zegt 'we moeten macht hebben' zonder inhoudelijk duidelijk te maken waarom dan precies.


'Partijen die commissies laten nadenken over hun reden van bestaan, zetten de wereld op zijn kop. Je hebt ideeën en vervolgens doe je mee aan de verkiezingen: dat is de volgorde. Maar zeggen: jongens, we doen sowieso mee aan de verkiezingen en nu gaan we nog eens even heel goed nadenken met welk verhaal, dat slaat nergens op. Het is tekenend voor het hele stelsel, voor een tijdgeest waarin politici zeggen 'het regeerakkoord moet wel op één A4'tje passen'. Een maatschappij waarin de heersende opvatting is dat er geen alternatieven zijn voor hoe deze wereld grosso modo in elkaar zit.


'Iemand die met visies komt die totaal afwijken van wat we nu doen, vinden we niet redelijk. Terwijl het anderzijds volkomen duidelijk is dat het zo niet verder kan. In 2050 leven twee miljard mensen in sloppenwijken. Dat zet een enorme druk op migratie, om maar iets te noemen. De ecologische crisis is iets waarover onder wetenschappers grote concensus bestaat, maar wij stoppen het weg. En omdat politici het idee hebben dat het hun taak is om te spiegelen wat mensen denken, stoppen zij het ook weg. Maar in een democratie moeten politici juist níet spiegelen wat de mensen denken.'


Democratie is tegenwoordig een 'nagenoeg onbevraagde en daarmee bijna ondemocratische toestand', schrijft u.

'Toen de Griekse premier Papandreou voorstelde om die verschrikkelijke maatregelen in Griekenland voor te leggen aan het volk, werd hij door iedereen weggehoond. Ook hier, zowel door Rutte als door Plasterk. Je zult het maar aan de mensen zélf vragen - wat een belachelijk idee! Daaruit blijkt een enorme minachting voor de democratie. Die minachting wordt in Europa door links en rechts gedeeld. Je zag haar ook bij de referenda voor de grondwet.'


Wat heeft u toen gestemd?

'Ik heb destijds tegen de grondwet gestemd, wat meteen werd uitgelegd als een stem tegen Europa. Maar het was geen stem tegen Europa, het was een stem tegen een bepaald idee over hoe Europa ingericht zou moeten worden. En toen in Ierland na het eerste referendum een tweede referendum werd gehouden, over een verdrag waarvan Giscard d'Estaing notabene zei dat het maar een cosmetische wijziging was, werden de Ieren bijna bedreigd. Zo van: het is jullie democratische plicht om vóór te stemmen. Een democratische plicht om voor te stemmen: dat is een contradictio in terminis.


'Je ziet aan de ene kant dat democratie tegenwoordig heilig wordt verklaard - elke dictator die zichzelf respecteert laat zich democratisch kiezen - en anderzijds dat er een enorme minachting voor bestaat. Dat democratie achteloos wordt uitbesteed aan financiële markten en dat overal de zakenkabinetten opduiken. En dat leidt weer tot boze reacties. Kijk maar hoe nu in Griekenland die radicale partij Syriza opkomt. Ik wil ook de Grieken geen stemadvies geven, maar als ik Griek was, zou ik me goed kunnen voorstellen dat ik op die partij zou stemmen. Want het is natuurlijk belachelijk hoe de Grieken weggehoond worden, hoe steeds wordt gedaan of de hele situatie daar hun eigen schuld is.


'Het volk is een resultante van de verkiezingen. Dat volk is niet één; wat het volk is, dat blijkt ergens via de democratie. Politici denken dat democratie neerkomt op nagaan wat het volk denkt en wil en vervolgens maatregelen treffen die daarop aansluiten. Dat populistische verlangen leeft niet alleen bij de PVV, het leeft bij alle partijen. Maar daarmee vatten ze hun taak niet goed op. Mensen vertegenwoordigen is ook hun belangen vertegenwoordigen, is zeggen: moeten we niet dit en dit gaan doen? Het is misschien niet leuk maar wel echt belangrijk, denk er eens over na, misschien kunnen we je verleiden. De omgekeerde richting.


'We hebben altijd het idee gehad dat democratie verbonden is met heel fundamentele waarden: vrijheid, gelijkheid, solidariteit. Die democratie hebben wij vervolgens vervat in een bepaalde procedure - verkiezingen - en de meeste mensen denken: dát is dus democratie: verkiezingen! Maar dan verwarren ze democratie met de procedure waarmee wij die democratie vorm willen geven. Je ziet wel initiatieven om op een andere manier over democratie na te denken; de G500 bijvoorbeeld, waar ik heel ambivalent over ben. Het is een soort partijpolitieke necrofilie, zou je kunnen zeggen; ze sluiten aan bij partijen die een beetje stervende zijn. En ook hun opvattingen zijn puur gedepolitiseerd. Ook zij zijn een soort D66, met van die retoriek over hoe we het land in de handen van onze kinderen achterlaten.'


Er zíjn toch problemen en die moeten toch opgelost worden?

'Ja, maar die problemen zijn niet neutraal. Daar bestaat geen eenduidige mening over, en daar zul je dus altijd een politiek perspectief op moeten hebben. Je kunt niet op één manier naar de wereld kijken, want zo werkt het niet. Politiek heeft uiteindelijk te maken met de meest fundamentele spanning van het samenleven. Omdat we samenleven, is er spanning en is er machtsverschil. Er zijn altijd belangen. Dat bijvoorbeeld het klimaat wordt gezien als links issue, heeft te maken met het feit dat men denkt dat 'iets doen aan het klimaat' betekent dat de auto afgepakt wordt, of zo. En daar zit een zekere asymmetrie in, want waarom moet míjn auto worden afgepakt - niet dat ik een auto heb, maar goed - terwijl grote fabrieken lekker hun troep blijven uitstoten? Die vraag is niet overzichtelijk, voor mensen. Dus moet je belangrijke kwesties juist politiseren, omdat je alleen dan een goeie discussie kunt voeren over wat er moet gebeuren.'


Maar er wordt in de politiek al zoveel tijd verdaan met heen en weer gepraat over niks.

'Er wordt zeker enorm veel heen en weer gepraat over niks, maar dat is omdat men niet aan echt fundamentele issues raakt. Politiseren, daar bedoel ik niet mee: iedereen de hakken in het zand en bekvechten maar. Daar bedoel ik mee: grote visies op de toekomst ontwikkelen. Visies die aan onze vrijheid en solidariteit raken.'


De tijd van de echte grote ideologieën is toch voorbij?

'De opvatting dat de tijd van de grote ideologieën voorbij is, dat is op zichzelf een ideologie. Het is een beetje een opvatting uit de jaren tachtig. Natuurlijk kunnen er weer nieuwe, grote ideologieën komen; ik zou niet weten waarom niet. Misschien was het probleem van de grote verhalen wel dat ze niet groot genoeg waren.'


WILLEM SCHINKEL

1976 Geboren in Kampen


1995-2000 Studie sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam


2000-2005 Aio in Rotterdam


2005 Cum laude gepromoveerd op proefschrift Aspects of Violence


2005-heden Universitair hoofddocent sociologie EUR


Boeken

2007 Denken in een tijd van sociale hypochondrie. Naar een theorie voorbij de maatschappij


2008 De gedroomde samenleving


2010 Aspects of Violence. A Critical Theory


2012 De nieuwe democratie. Naar andere vormen van politiek


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden