Alle muziek in één paleis

Nederland bouwt. Volkskrant Banen neemt in twaalf afleveringen een kijkje. Deze keer bij het Utrechtse Muziekpaleis. Een deels nieuw gebouw op de plek van het huidige Vredenburg, dat plaats gaat bieden aan drie organisaties: poppodium Tivoli, muziekcentrum Vredenburg en jazzpodium Stichting Jazz Utrecht (SJU)....

Het is koud en stil in Vredenburg.

Op 17 juni 2007 werd er door het Nederlands kamerorkest het laatste concert gegeven. Sindsdien wacht het Utrechtse muziektheater op de sloophamer. Protesten van burgers zorgden voor vertraging. Een rode lijn op de vloer maakt al wel duidelijk welk gedeelte zal verdwijnen: alles buiten de lijn gaat tegen de vlakte. Dat deel wat binnenin ligt – waaronder de grote muziekzaal en de oude ticketbalies – zal worden gerenoveerd.

Het gebouw is leeg en donker. ‘Het leven is eruit’, zegt ingenieur Theo Raijmakers – namens advies- en ingenieursbureau DHV projectleider akoestiek – terwijl hij de deur opent naar de grote zaal. Er klinkt een brommend geluid. Binnen in de zaal staan ventilatoren opgesteld die zorgen voor een constant klimaat. Raijmakers legt uit dat de ventilatoren noodzakelijk zijn voor het behoud van de grotendeels houten constructie van het dak en de tribunes (‘bepalend voor de bijzondere akoestiek’). Elf jaar lang deed hij bij TNO Bouw als wetenschappelijk medewerker onderzoek naar akoestiek. Sinds 2000 werkt hij als adviseur bouwakoestiek en installatiegeluid bij DHV.

Dat het ingenieursbureau de opdracht kreeg voor de gehele akoestiek van het nieuwe Muziekpaleis kwam mede doordat een van hun hoofdconsultants betrokken was bij de oorspronkelijke bouw van Vredenburg in 1979 door de architect Herman Hertzberger. De akoestiek werd destijds – mede vanwege de ronde vorm, waardoor iedere luisteraar een zo kort mogelijke zichtlijn heeft – beschouwd als revolutionair.

Naast het behoud van de grote zaal bestaat het project Muziekpaleis ook uit de bouw van verschillende nieuwe muziekzalen voor de andere partners: Tivoli en SJU. Verschillende muziekstijlen (klassiek, pop en jazz) hebben hun eigen akoestische eisen, maar de complexiteit van het nieuwe muziekpaleis schuilt volgens Raijmakers vooral in ‘de compactheid’ van het gebouw. Slechts enkele meters van elkaar gescheiden zullen tegelijkertijd concerten worden gegeven in tegengestelde muziekstijlen. De oplossing komt onder meer door zogeheten ‘doos-in-doos’-constructies. Het geluid kan daardoor zo goed mogelijk geregeld worden. Raijmakers: ‘Maar alle aanpassingen zullen in de nieuwbouw moeten plaatsvinden. Dat maakt dit project ook zo spannend. Door de compactheid werken we op de grenzen van wat technisch haalbaar is.’

Het feit dat voor het ontwerp van elke afzonderlijk zaal een andere architect gevraagd wordt, maakt het hele project nog eens extra complex. Voor de popzaal werd Jo Coenen gevraagd, voor de jazzzaal Thijs Asselbergs en voor de zogeheten ‘cross-overruimte’ het bureau NL Architects. Daarbij behoudt het architectenbureau van Hertzberger de supervisie over het totale project. Volgens Raijmakers zorgt de veelheid aan partijen juist voor een ‘interessant spanningsveld’. De kracht van zijn bureau komt daarbij naar voren. ‘Het is altijd onze insteek om de betreffende architect zoveel mogelijk in zijn esthetische visie te ondersteunen.’

Dat de ingenieurs van DHV in de loyaliteit jegens architectonische wensen ver kunnen gaan bewees hun rol bij de bouw van het Casa da Musica, dat in 2005 in de Portugese stad Porto openging. Op verzoek van architect Rem Koolhaas en zijn bureau OMA onderzochten ze de mogelijkheid de voor- en achtergevel van de muziekzaal van glas te maken en de vloer van aluminium, zonder verlies aan akoestische kwaliteiten. Zeer ingewikkelde vraagstukken die desondanks met succes werden opgelost. Raijmakers kijkt er dan ook nog steeds met veel trots op terug. ‘Je raakt echt verslaafd aan zulke complexiteit’, zegt hij en zucht eens diep.

Maar in het geval van het nieuwe Muziekpaleis schuilt de complexiteit niet alleen in het zoeken naar technische oplossingen. Bewoners van Utrecht vochten de aanstaande sloop bij de rechter aan. Zo moest er enige tijd gewacht worden met het kappen van bomen vanwege broedende eksters. Verder zaten de deelnemende organisatie van Tivoli, Vredenburg en SJU niet altijd op één lijn. En rapporteerde een onafhankelijk onderzoeksbureau dat de begrotingsplannen voor de toekomst te ruim waren ingeschat. Het gevolg was telkens weer: vertraging.

‘Op de meeste van deze procedures hebben wij geen invloed’, zegt Raijmakers. Door de diversiteit aan opdrachten en projecten in de afgelopen jaren is hij wel wat gewend. ‘Elk bouwproject loopt zoals het loopt’, zegt hij. De ingenieur geeft het voorbeeld van een Amerikaanse opdrachtgever, die uiteindelijk zelfs helemaal afzag van een aanvankelijk gewenste verbouwing. Dat zal bij het Muziekpaleis niet gebeuren. Maar het oponthoud van het project betekent wel dat hij zijn aandacht voor even meer richt op andere lopende projecten. Zo is Raijmakers nu druk met projecten in de Amerikaanse steden Louiseville en Dallas. Toch hoopt hij ook snel aan de slag te kunnen in Utrecht. En probeert hij daarom, waar mogelijk, het proces te versnellen. ‘Juist doordat wij met veel partijen overleggen, is dat mogelijk. Bij zo’n project waar muziek centraal staat is het van belang dat de bouwakoestiek werkt als smeerolie tussen verschillende disciplines.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden