Alle klokken lopen tenslotte ook vooruit

COCK-CROWING, Hanengekraai, heet een vers van de zeventiende-eeuwse Engelse dichter Henry Vaughan. Het geldt als een van de moeilijkste gedichten van deze mystieke dichter....

De haan wordt gesacraliseerd. En met de tijd gebeurt hetzelfde. Als in de zon God opgaat, kunnen de andere delen van de dag hun religieus-symbolische betekenis niet meer ontlopen. Er ontstaat wat men kan noemen een 'kerktijd' en de benoeming van de delen van de dag is die van de gebedsuren, zoals ze in kerken en kloosters werden gevierd. Maar die gebedsuren werden, ondanks hun vaste benaming, niet altijd op dezelfde tijd gehouden. Het licht regelde de tijd en daarmee de indeling in dag en nacht. De zonnewijzer gaf het tijdsverloop aan. De tijd was nog uiterst concreet en niet geabstraheerd naar de kloktijd. Er was zou men kunnen zeggen, meer licht- dan tijdsbewustzijn. Met alle mogelijkheden tot symbolisering.

De Franse mediaevist Jacques Le Goff heeft de overgang van de middeleeuwen naar de nieuwe tijd omschreven als die van de kerktijd naar de koopmanstijd. Daarmee zet dan een proces van secularisering van de tijd in: de canonieke uren van de kerk verloren het van de klokuren. De twee benamingen en dus indelingen van de dag hebben nog lange tijd naast elkaar bestaan - en de resten van de oude tijdsaanduiding zijn in de taal nog aanwezig - maar het proces van abstractie was onafwendbaar. En de ontwikkeling van de techniek maakte dat proces mogelijk (of het proces riep de techniek op). De aanduiding 'koopmanstijd' verwijst naar de steden. En de 'nieuwe tijd' wordt dan tegengesteld aan de agrarische tijd van licht en seizoen. De stadstijd gaat heersen en wordt ook als beheersingsmiddel gebruikt. De klok gaat alles regelen. Tijd wordt arbeidstijd en tijd wordt ook geld.

'Klok' kan in twee betekenissen verstaan worden: uurwerk en luidklok. De luidklokken waren er het eerst; de uren werden ook het eerst geslagen. Men hoorde de klok eerder dan dat men klok keek. Het laatste is een inviduele aangelegenheid; de klokslag en het klokgelui zijn voor het collectief. Met het tijdsbewustzijn wordt de tijd ook schaars. Men dient de tijd zo goed mogelijk te besteden. En daar is discipline voor nodig. Maar met het beiden van de tijd en het duren van het uur wordt de tijd nog schaarser. Men wordt beheerst door wat men denkt te beheersen.

VAUGHANS tijdgenoot John Hall schreef een gedicht On an Houre-glass en dat is dus op een zandloper. Dit zijn de eerste regels:

My life is measured by this glasse, this glasse

By alle those little Sands that thorough passe.

See how they presse, see how they strive, which shall

With greatest speed and greatest quickness fall.

Het is mooi dat de zandloper zelf lijkt te lijden aan wat hij uitwerkt. De klacht om het voorbijgaan van de tijd is oud; de tijd vlucht onachterhaalbaar weg. En dat 'onachterhaalbaar' ontleen ik aan de sonnet over de tijd van Hooft. De tijd is ook een dief; hij gaat er met je jeugd vandoor. (Er is daarover een heel mooi sonnet van Milton, en van Shakespeare natuurlijk). Bij Hall is de tijd de eigen tijd van leven. Concreet af te lezen aan de zandloper, die daarmee een vanitas-symbool wordt. Maar er is meer. Op renaissanceschilderijen van Hiëronymus en Augustinius, die grote voorbeelden van geleerdheid en studie, staat in hun kamer of op hun tafel een zandloper. Maar die doelt er ook op, dat men de tijd heel goed en gedisciplineerd dient te gebruiken. En dat vraagt om indeling en dus ordening van de studie en van de tijd. Alles wordt meetbaar en telbaar. (Met als eindpunt, dat nu veertig uur goed is voor één studiepunt en een voltooide universitaire studie in een aantal werkuren wordt uitgedrukt).

Met de klok begint de grote ordening van alles. De tijd wordt de maatstaf van alles. En daarmee de grote dwingeland. En toen de eeuwigheid als vervolg op de tijd (die naar de woorden van de dichter zelf in de eeuwigheid zal sterven) verdween, werd de tijd nog korter, want zelfstandig, geen voorbereiding op, maar een zaak op zichzelf. Misschien is dat het eindpunt van de secularisering die met het geleidelijk verdwijnen van de kerktijd, gevolgd door het verdwijnen van het kerkelijk jaar, is begonnen.

Het lijkt moeilijk te ontkennen, dat die abstracte tijd met zijn zeer concrete effecten een metaforisch karakter heeft. Al onze verbeeldingen van het leven lijken erin uit te drukken. En wat voor het begrip geldt, geldt uiteraard voor het woord. En voor klok en vooral horloge geldt hetzelfde. Wij dragen de tijd en daarmee het beeld van ons leven de hele dag mee. Het stilstaan van het horloge op het ogenblik van sterven van de bezitter is er de misschien gemakkelijkste, want wonderlijke, maar toch zinvolste uitdrukking van: het eigen leven en dat van het horloge vallen samen. Maar we verkopen ons ook aan de tijd en aan de heersers erover (en daarmee de heersers over ons leven): het uurloon is daarvan misschien de treffendste uitdrukking. Ik ben zoveel geld per uur waard. En dat kan tot op de cent worden berekend, zoals we tijd per tiende seconde kunnen vaststellen.

Wat ik graag zou willen weten of bij het sterker worden van het tijdsbewustzijn ook de notie van het telaat opkomt en daarmee van de verloren tijd (die vroeger alleen bestond in het perspectief van de eeuwigheid). Wie, in de meer gangbare zin, altijd te laat komt, kan daarmee een onafhankelijkheid van de tijd en klok demonstreren. Misschien kan dit de heerschappij van de klok en de onmogelijkheid tot terugkeer naar de oude tijdsbeleving illustreren: dertig jaar geleden is in Bretagne gepoogd het kloosterleven naar de letter van de oude regel te hernemen, ook naar de tijdsindeling. Het experiment is mislukt. De klok is biologische klok geworden.

KERKKLOKKEN luiden nog altijd een kwartier voor het begin van de dienst. En ook nog enkele minuten ervoor. Tijd voor God. Wat noodzaak was, is een symbolische zaak geworden. De beursklok in Amsterdam luidt om half twee: tijd voor de handel. Wij kennen het academisch kwartiertje. Bij veel bijeenkomsten vroeger werd men bij het laat komen beboet. Men hield zich niet aan de tijd. Maar er was geen algemene exacte tijd. De lengte van het verloop van een zandloper werd de gunst voor de telaatkomers. Resten van de oude tijdscultuur zijn nog overal aanwezig, tot in het woordgebruik toe.

De Duitse mediaevist Gerhard Dohrn-Van Rossum publiceerde in 1992 Die Geschichte der Stunde, Uhre und moderne Zeitordnungen. Het boek is mij indertijd ontgaan. Er is nu onder de titel History of the Hour een Engelse editie van het werk verschenen. Zie ik het goed, dan kan de auteur met het gebruik van Stunde een dubbelzinnige betekenis bereiken: het canonieke uur, dat van de verschillende getijden, en het klokke-uur worden er beide in aangeduid. Over de twee soorten tijd en de geleidelijke overgang van de ene naar de andere, en alle consequenties eruit, handelt het boek. Men kan alleen terstond vaststellen, dat het tijdsbewustzijn van de klokketijd veel uitvoeriger beschreven wordt dan het tijdsbewustzijn van de kerktijd. Met de behandeling van de regel van Benedictus kan moeilijk worden volstaan, met het geschuif in de tijd ter wille van de handhaving van de letter van de regel ook niet. (Men verschoof de uren - met behoud van naam - gewoon, om bijvoorbeeld de maaltijd vroeger te kunnen gebruiken. De kloosters mogen al vroeg van waterklokken gebruik hebben gemaakt, maar waarvoor die functioneerden, blijft enigszins onduidelijk. Ik denk ook dat de concentratie van de auteur op de monastieke orden het tijdsbeeld - letterlijk - van de middeleeuwse periode wat eenzijdig maakt. Er moge te weinig historisch bekend zijn, de middeleeuwse literatuur moet toch voorbeelden geven, dunkt mij.

Misschien is het curieuze aan deze studie, dat de auteur zelf wat met de tijd overhoop ligt. Hij doorkruist de tijd en ook de ruimte. Dat is mede het gevolg van de schaarse bronnen. Maar het heeft als resultaat dat de chronologie moeilijk zichtbaar wordt. Maar zijn bronnenstudie heeft hem in elk geval één heel nieuw inzicht opgeleverd en dat documenteert hij vrij overvloedig. De overgang van kerktijd naar koopmanstijd, als door Le Goff geformuleerd, is als een zekerheid gaan functioneren, terwijl de Fransman het als een hypothese, die nader onderzoek vraagt, gesteld heeft. Dohrn-Van Rossum laat zien, dat niet de handel en daarmee de kooplieden en dus de economie (en de veranderingen daarin) verantwoordelijk is voor de overwinning van de nieuwe tijd, maar de overheden, stedelijke en meer nationale. De klok, die dan ook, als slagklok, luidklok of klok met wijzerplaat, op de belangrijkste toren van de stad werd aangebracht, had een duidelijke gemeenschaps- en gemeenschap ordenende functie. De klok was het instrument van de heersers. En de torenklok werd het symbool van de macht. De vijand bracht bij verovering het eerst de klokken tot zwijgen. Tijd was dus plaatselijke tijd. De Kerk heeft zich tegen die nieuwe tijd nooit verzet. Vanaf de kerktorens werd de tijd niet minder geordend.

HET proces naar de abstractie verloopt langzaam. Tijd blijft concrete tijd: voor het aangeven van het begin van de kerkdiensten, gebedsuren, de markten, vergaderingen. Het gebeier en slaan van de klokken moet bijna verwarrend zijn geweest. Er zijn dan ook klachten uit de late middeleeuwen over het teveel. Verfijningen treden in de openbare tijdmeldingen nog niet op. De ordening is trouwens vaak per plaats of streek verschillend: de nieuwe dag bijvoorbeeld begon op verschillende tijden. Met nog altijd aanwezige gevolgen in het taalgebruik: Duitsers spreken over 'gisternacht' als de afgelopen nacht wordt bedoeld; die duiden wij aan met 'vannacht'.

Uitvinders van het mechanische uurwerk of van bepaalde vernieuwingen daarin zijn niet aan te wijzen. Juist over de technische ontwikkeling ontbreken heel veel gegevens en dat is mede het gevolg van en de onduidelijkheid van de vaak Latijnse terminologie. Met de evolutie van de klok schijnt zich voor te doen wat met veel beslissende nieuwe zaken het geval is: ze treden gelijktijdig op verschillende plaatsen op. De auteur heeft met bewonderenswaardige inzet in talloze archieven gespeurd; hij maakt veel materiaal openbaar, maar met een ordening ervan lijkt hij de grootste moeite te hebben. Erg overzichtelijk is zijn werk helaas niet.

Dat is mede het gevolg van het gebrek aan keuze. Hij behandelt het veranderend tijdsbewustzijn, de technische ontwikkelingen, de gevolgen van de nieuwe tijd, tot de zeer abstracte wereldtijd toe, maar de verschillende delen zijn niet alleen weinig met elkaar verbonden, ze komen ook ieder afzonderlijk te kort. Soms krijg ik de indruk dat hij in tijdnood heeft gezeten. Tegen de technische paragrafen kan men het bezwaar hebben, dat wat er over de ontwikkeling van de klok wordt gezegd, niet is ingepast in de algemene technische ontwikkelingen die zich in de middeleeuwen en vroeg-renaissance hebben voorgedaan. Zo staan zijn beschrijvingen over het tijdsbewustzijn buiten de filosofie van de tijd. Het aantal bronnen en de hoeveelheid feiten zijn zeer groot, het aantal visies is klein.

Wat helaas ontbreekt, is een verslag van de consequenties van de klok voor de ordening van het geheugen en dus ook voor de ordening van het verleden. De klok moet aan beide zowel een structuur als een schijn van exactheid hebben gegeven. Maar misschien is de klok vooral wel een metafoor voor het geheugen zelf. De tijd die alles doet voorbijgaan, houdt, paradoxalerwijs, alles vast. Ik zeg het voorzichtig, want in de schitterende studie De metaforenmachine, Een geschiedenis van het geheugen van Douwe Draaisma blijft de klokketijd buiten beschouwing.

De klok wijst in elk geval ook naar de toekomst: elke klok loopt in die zin vooruit. En zo zijn heden, verleden en toekomst metaforisch of niet in de klok aanwezig. Hij is eeuwig.

Gerhard Dohrn-Van Rossum, History of the Hour, Clocks and modern temporal Orders, The University of Chicago Press. Chicago-London, prijs ¿ 72,35.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden