'Alle kinderen verloren hun vader'

Vandaag dient een zaak van de kinderen van slachtoffers van Nederlandse militairen in Indonesië bij een bloedbad in 1947. Ze eisen smartegeld, net als de weduwen kregen.

H. Andi Monji, Syafiah Patursi en H. Abdul Halik: drie 'kinderen van Zuid-Sulawesi'. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ze zijn hoogbejaard, maar ze heten 'de kinderen' van Zuid-Sulawesi, het vroegere Zuid-Celebes. Hun vaders werden voor hun ogen standrechtelijke geëxecuteerd door Nederlandse militairen. Het gebeurde in de eerste maanden van 1947 in het dorp Suppa en het gebied rond Bulukumba.

Nederland gaf kapitein Raymond Westerling en diens elitetroepen vrij baan om de revolutie op Zuid-Celebes de kop in te drukken. Hij richtte een bloedbad aan. In drie maanden tijd werden naar schatting 3.500 Indonesiërs zonder enige vorm van proces gedood. Het juiste aantal weet niemand.

Nederland heeft Westerling en zijn manschappen nooit bestraft. Na lang aandringen besloot de Nederlandse regering vorig jaar de weduwen van Zuid-Sulawesi 20 duizend euro schadevergoeding per persoon toe te kennen, net zoals de weduwen van het Javaanse dorp Rawagadeh. Veel weduwen waren echter al overleden. Hun kinderen hebben echter hetzelfde leed doorgemaakt.

H. Abdul Halik is met twee andere kinderen naar Nederland gekomen om de Tweede Kamer en de rechter te overtuigen. 'Wat de staat deed, was onrechtmatig', zegt hij en hij staat op om het document te overhandigen dat hij een jaar geleden de Nederlandse ambassadeur in Jakarta namens de kinderen gaf. 'We hebben nog geen reactie gekregen', zegt hij. Volgens zijn document zouden er 40 duizend mensen zijn gedood.

Raymond Westerling in 1950 Beeld anp

Halik oogt ouder dan zijn 'bijna 77 jaar'. Tijdens het bloedbad was hij 10. Zijn vader werd op donderdag opgepakt. Een eenvoudige boer, zegt Halik. Ongeveer 40 jaar oud. Een informant van Westerling had hem aangegeven. Zijn huis werd in brand gestoken en het vuur sloeg over naar andere huizen. Alles ging in vlammen op, inclusief de voorraad padie (rijst). De volgende dag werd iedereen in het dorp gesommeerd naar een veldje bij de rivier te komen. De vader van Halik was er ook. Hij stond met andere gevangenen op een open truck. 'Waar ga je naartoe', schreeuwde hij naar Halik. 'We moesten hier naartoe, we zijn opgeroepen. We weten niet waarom', had hij toen geantwoord.

Zeven mannen moesten uit de truck stappen en op het veldje in kleermakerszit gaan zitten met hun gezicht naar de rivier. Achter elke man ging een Nederlandse militair staan. Ze schoten op commando van vijf meter afstand tegelijk de man voor zich door het hoofd. Zes waren er op slag dood, de zevende leefde nog, zagen de dorpelingen die het graf voor de doden groeven. Hij overleed uren later.

Een groepje van drie met kettingen geketende mannen moest vervolgens de truck verlaten. Hen wachtte hetzelfde lot. De vader van Halik stond nog steeds op de truck, die eerst een paar rondjes draaide en toen langs de rivier verder reed naar een volgend dorp. Haliks broer ging er te paard achteraan. Halik zelf rende. Toen hij er aankwam, was zijn vader al dood, net als de andere gevangenen van achteren door het hoofd geschoten. De kogel had via het voorhoofd het lichaam verlaten.

Hij wil nog iets kwijt, zegt Halik later. Over drie bijzondere gebeurtenissen in zijn dorp, die hem al die jaren zijn bijgebleven. Een persoon werd levend begraven. Een ander moest in een klapperboom klimmen en werd er toen uit geschoten en op de grond gedood. De derde stikte in de mest van de buffels nadat hij daarin was gejaagd.

De vader van Syafiah Patursi (82) was een van de drie geketende mannen die de kogel door het hoofd kregen op het veldje bij de rivier. Ze woonden vlak bij de stad en zij was de jongste van drie kinderen. Haar vader was ambtenaar in Nederlandse dienst. Hij deelde vaccinaties uit. Nooit hadden ze gedacht dat hij gevaar zou lopen. Zij moesten vluchten omdat hun huis in brand werd gestoken. 'Niemand wilde ons helpen. Ze waren allemaal bang.'

Ze mochten even bij een kennis op adem komen, maar voor de nacht moesten ze weg. Zij, haar moeder, haar zus, schoonzus en twee tantes. Het broertje van 10 werd verpakt in een deken, zo bang waren ze dat hij ontdekt en ook geëxucuteerd zou worden.

Het derde 'kind' is H. Andi Monji (77). Om zes uur 's ochtends moesten alle bewoners van zijn dorp naar het huis van de datu, het stamhoofd. Vrouwen en kinderen kregen te verstaan dat ze onder het huis moesten plaatsnemen. Alle mannen van het dorp, 208 in totaal, moesten op het erf gaan zitten. Monji was er met zijn oma. Tussen de mannen op het erf zaten zijn vader en ooms.

Om de beurt moesten de mannen een rondje lopen. Ze droegen alleen hun onderbroek. De Nederlandse militair die het bevel voerde, was linkshandig. Monji zag hoe hij zijn pistool richtte en zijn vader door het hoofd schoot. 's Avonds tegen 6 uur waren alle mannen dood.

'Waarom huilt die jongen', vroeg de Hollander aan zijn oma. 'Hij heeft net gezien dat zijn vader is doodgeschoten', antwoordde zij.

De vrouwen en kinderen hebben na het vertrek van de militairen drie grote gaten gegraven en hun dode mannen erin gelegd. Hun huizen waren in brand gestoken. 'Ze dachten dat in dit dorp de vrijheidsstrijders zaten', zegt hij. 'Alle kinderen hebben hun vader en opa verloren en andere mannelijke familieleden verloren. We hebben heel erg geleden. '

De meeste vaders liggen begraven op de Ereveld Begraafplaats Suppa. Nederland wilde hen ten voorbeeld stellen aan andere rebellen, vandaar dat de executie in het openbaar gebeurde, blijkt uit onderzoek dat in 1954 in opdracht van de Nederlandse regering is verricht.

De vraag of een van de geëxecuteerden daadwerkelijk betrokken was bij de strijd, werd nooit gesteld.

Nabestaanden die executie meemaakten

De weduwen van Zuid-Sulawesi ontvingen vorig jaar van Nederland excuses en een schadevergoeding van 20 duizend euro per persoon, nadat de staat was gedagvaard. De dagvaarding werd ook namens de 'kinderen' van Sulawesi ingediend. De staat beriep zich wat de 'kinderen' betreft op verjaring. Ten onrechte, zegt advocate Liesbeth Zegveld. De rechtbank heeft niet gesproken over 'weduwen', maar over nabestaanden die de executie hebben meegemaakt. De zaak dient vandaag voor de rechtbank in Den Haag.

Nederland heeft vier ton schadevergoeding uitbetaald. Twee aan de weduwen van Rawagadeh op Java en twee aan die van Zuid-Sulawesi. Er komt nu 160 duizend euro bij voor weduwen op Java en Zuid-Sulawesi. Er liggen nog aanvragen van tien weduwen en vijf kinderen.

Mocht de rechter de kinderen de schadevergoeding toewijzen, dan zijn er nog tientallen aanvragen te verwachten. 'We praten over massa-executies. Het waren niet een paar enkelingen', aldus Zegveld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden