Alle kinderen naar de crèche

Hoe blijft de verzorgingsstaat betaalbaar terwijl de bevolking vergrijst? Politici kijken verlekkerd naar het Scandinavische model, maar ook Scandinavië en Finland debatteren over de toekomst van hun sociale zekerheid....

Nanda Troost

Oud, een schort voor, nietswetend. Gebruik in Denemarken het woord husmoder, en deze beelden doemen op. Huisvrouw is er eerder een scheldwoord dan een geuzennaam. Zo vraagt antropologe Anne Knudsen (58) zich hardop af wat een vrouw de hele dag thuis zou moeten uitvoeren. ‘Niemand stelt zich zo toch haar leven voor. Alleen maar kinderen opvoeden, schoonmaken, koken. Misschien ’s ochtends, als het donker en koud is, dan wil je weleens lekker thuisblijven. Maar stel je voor dat je geen baan hebt.’

Knudsen kan zich de discussie niet voorstellen zoals die in Nederland wordt gevoerd over de vraag of vrouwen – met of zonder kinderen – meer kunnen werken om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden met het oog op de toenemende vergrijzing. PvdA en VVD willen de arbeidsparticipatie onder vrouwen vergroten door de crèche gratis te maken – de PvdA met maximaal drie dagen gratis voor iedereen, de VVD alleen voor werkenden. Het CDA is tegen wat het gratis ‘staatscrèches’ noemt.

Maar krijgt Nederland op die manier vrouwen wel meer aan het werk, vraagt Knudsen zich af. ‘Op deze manier lijkt er toch iets van dwang achter te zitten. Wij hebben de kinderopvang zelf bevochten, al in de jaren zestig. Die vier decennia overbrug je niet even.’

Als Scandinavië ergens tot voorbeeld dient, gaat het altijd om de kinderopvang, met Denemarken voorop. De overheid zorgt voor professionele opvang, waar kinderen spelen en zich ontwikkelen onder begeleiding van sociaal-pedagogen met een hbo-opleiding.

Van de Deense kinderen tussen 1 jaar en de basisschoolleeftijd gaat 95 procent naar de kinderopvang. Vijf dagen in de week, en als de ouders het handig indelen – de een brengt en de ander haalt – hooguit een uur of zeven per dag. Zelfs kinderen van vrouwen die niet werken, gaan naar de crèche, want die wordt niet beschouwd als een plek om een kind te stallen omdat de moeder carrière wil maken.

Voor een kind is professionele opvang beter dan thuis zijn, luidt de opvatting. Niet de ouders, maar de kinderen hebben recht op een plaats in de opvang, in Zweden bijvoorbeeld tot en met de naschoolse opvang als het kind 12 jaar is. Met uitzondering van Noorwegen – daar zijn nog grote tekorten aan goede kinderopvangmogelijkheden – functioneert dat heel redelijk. De ouderbijdrage is laag: maximaal zo’n 250 euro per kind per maand, voor een volle week opvang. In Finland is de opvang gratis.

‘Moeder worden betekent niet dat je een goede moeder bent’, zegt Knudsen, die daarmee de doorsnee Deense opvatting verwoordt. ‘Hoe creatief je als vader of moeder ook bent: wat ze op de crèche allemaal leren, daar kun je thuis niet tegenop’, vindt Søren Jørgensen (39), IT-specialist in Kopenhagen. Matilda Katajamäki (31), communicatiedeskundige in Helsinki, noemt sociaal gedrag een van de belangrijkste aspecten. ‘Op elkaar leren wachten bijvoorbeeld, dat leer je in onze kleine gezinnen niet meer.’

Waar de Nederlandse politici het in hun campagne niet over hebben, is het ruime en grotendeels doorbetaalde zorgverlof in Scandinavië en Finland. Want een baby van drie maanden bij de crèche afleveren – dat doen ze in Scandinavië niet, in tegenstelling tot de Nederlandse situatie. Bijna drie jaar ouderschapsverlof heeft Matilda Katajamäki in Helsinki erop zitten als ze in augustus volgend jaar terugkeert naar haar oude werkplek. Haar dochter Freja is dan 1 jaar en 8 maanden, ‘een mooie crècheleeftijd’. Zoon Okko (3) ging rond dezelfde leeftijd naar de opvang.

Op een ander punt zijn Scandinavië en Finland misschien wel net zo traditioneel als Nederland: het opnemen van ouderschapsverlof is een vrouwenzaak. ‘Vader-quota’ is het nieuwe toverwoord: steeds meer verlofdagen worden toebedeeld aan de vader, en vervallen als ze niet worden opgenomen.

Søren Jørgensen is, als huisman, een grote Deense uitzondering. Na een carrière in de IT – hij zette zijn eigen bedrijf op – is zijn vrouw aan de beurt. Marianne Britt Jørgensen (36) probeert naam te maken als ontwerpster van schoenen en tassen en is daarvoor gemiddeld drie dagen per week in Zweden. Als ondernemer beiden carrière maken, dat lukt ‘zelfs in Denemarken’ niet, in combinatie met een gezin. Dus heeft Søren ‘een studentenbaantje’ in een callcentrum, om in elk geval de hypotheek te kunnen betalen. ‘Ik werk nu zoals anderen doen als ze ouder zijn: ik doe het even rustig aan.’ Zoontjes Otto (5) en Knud (3) gaan evengoed vijf dagen per week naar Børnehavn Hylet, in het centrum van Kopenhagen. Daar worden 27 kinderen opgevangen door vier sociaal-pedagogen, één in opleiding, en een assistent. Er is ook een kok. ‘Ik zou onze kinderen tekortdoen als ze niet gingen. Een kind thuis, dat is niet sociaal.’

Otto en Knud zijn net twee keer drie dagen naar het bos geweest. ‘De natuur in, kijken naar bomen, naar dieren. Een een vuurtje stoken, eten koken, popcorn maken. Daar hebben ouders allemaal geen tijd voor. Daarom doen wij het’, zegt Erik Nielsen (56), sinds 1976 in dienst bij Hylet en als man in de kinderopvang geen uitzondering.

Een groot verschil tussen Scandinavië en Nederland is ook het imago van de opvang. Een crècheleider met een universitaire graad of een hbo-opleiding is in Scandinavië geen uitzondering, terwijl de opleiding in Nederland doorgaans op mbo-niveau is. De Wet Kinderopvang lijkt ook niet echt over de kwaliteit van de opvang te gaan, zegt Louis Tavecchio, hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het gaat over randvoorwaarden als groepsgrootte en brandveiligheid, en te weinig over pedagogische kwaliteit.’

Tavecchio denkt niet dat wat PvdA en VVD willen, op korte termijn veel effect zal hebben. Misschien dat vrouwen een dagje erbij gaan werken, maar daar blijft het bij, vreest hij. De hoogleraar is een voorstander en pleitbezorger van kinderopvang. Alle kinderen minimaal drie dagen per week naar de crèche zou al een enorme cultuuromslag betekenen. Drie dagen is in zijn ogen een minimum, ‘omdat zich anders geen zinvolle relatie tussen het kind en de leidsters kan ontwikkelen en het kind mogelijk niet echt gaat profiteren van de verrijkende omgeving die de kinderopvang kan zijn’.

Maar de praktijk is anders. ‘In onze cultuur geldt toch de moeder als de beste opvoeder, de vader is een leuke tweede keus, en de kinderopvang is voor menigeen niet veel meer dan een oppasplek buitenshuis.’ Ongeëmancipeerd? Tavecchio vraagt het zich af. ‘Misschien zijn Nederlandse vrouwen wel slimmer dan die in de rest van de wereld. Ze hebben de touwtjes in handen. En er is niks mis mee als je zelf voor een belangrijk deel voor je kind wilt zorgen.’

Tavecchio noemt de Nederlandse vrouw ‘een poortwachter’. ‘Ze gooit de deur op het gebied van opvoeding niet helemaal open. Ze laat de man toe voor zover haar dat uitkomt. Dat is, met onze verzuiling en christen-democratische traditie, zo gegroeid’.

De Deense antropoloog Knudsen schudt haar hoofd. ‘In Denemarken gelooft niemand dat het een goed idee is om thuis te blijven om voor een kind te zorgen. Zeker niet voor het kind.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden