Alle dagen voetballen zonder hoofdpijn

Alle internationals leerden ergens voetballen. Het jongensparadijs van Robin van Persie, aanvoerder van Oranje, was een pleintje aan de Taxusstraat in Kralingen. Kappen, draaien, passen en poorten tot je erbij neervalt.

Achraf, Joerie, Djerrel, Nordin, Nasr-eddien, El Mokhtar, Billal en Aiman voetballen in de kooi aan de Taxusstraat in Kralingen, Rotterdam. Het pleintje van Van Persie 'bij speeltuin Oudedijk', zoals hij het zelf noemt. Het is de biotoop van een voetballeven, het theater van menige kinderdroom, het decor van de herinnering aan een onbezorgde jeugd.


Op Valentijnsdag 2014 vertonen de jongens hun trucs. Het zijn onvolmaakte bewegingen. Halve scharen. Ze spelen een partijtje vier tegen vier. Ze glijden soms uit door de regen van die ochtend en kijken dan naar hun vuile broek, naar de schaafwonden op hun handen. Ze moedigen elkaar aan of lachen elkaar uit.


Uit de aanpalende speeltuin klinken kinderstemmen. Moeders op bankjes sluiten hun ogen en laten hun wangen kietelen door de winterzon. Hier ligt een stads paradijsje: een klassieke middelbare school, het Libanon Lyceum, een onder loof verscholen botanische tuin even verderop. Er zijn tijdens de schoolpauze rokende leerkrachten die een ommetje maken door de buurt, meisjes met hoofddoeken, jongens met petjes.


En er is dus de Taxuskooi Playground, met de openingstijden op een bord. 's Avonds gesloten. Beducht voor hangjeugd en zo.


Na hun partijtje praten de jongens met de bezoeker met zijn blocnote. Of ze Robin van Persie kennen? Natuurlijk kennen ze hem. Of ze weten dat hij hier altijd voetbalde toen hij kind was? Natuurlijk weten ze dat. Ze weten alles van Robin van Persie. Ze zouden hem wel willen zijn.


Zij stellen ook een vraag:


'Wil je aan Robin vragen of we kunstgras kunnen krijgen in de kooi? Op het cement glijden we steeds uit. Kunstgras is gewoon veel lekkerder.'


Ze vertellen:


'Ik zag hem een tijdje geleden met de auto langs ons huis rijden. Hij heeft een mooie auto.'


'Hij was vroeger een vriend van mijn oom.'


De jongens dromen hardop van een loopbaan als die van Robin van Persie, de spits van Manchester United en de topschutter aller tijden van het Nederlands elftal, wiens loopbaan evolueerde van het pleintje in Kralingen tot het Theatre of Dreams in Manchester. Ze kibbelen met elkaar wie de beste van hen is. Ze zijn 10 of 12 jaar jong, ze spelen bij HOV/DJSCR of bij andere clubs uit Rotterdam. Ze zeggen dat ze van Feyenoord houden.


Toen Robin van Persie zo jong was als Achraf, Joerie, Djerrel, Nordin, Nasr-eddien, El Mokhtar, Billal of Aiman, jongens met nieuwsgierige, veelkleurige, vrijpostige, lieve gezichten, gezichten van de moderne stad, dacht hij vaak aan Diego Maradona. Hij droomde van een leven als topvoetballer.


Zijn droom is uitgekomen. Hij kan dat op een typerende manier zeggen, met een intens tevreden lach, een mengeling van trots en verwondering. 'Ja, dat kun je wel stellen.' Sterker: op het moment dat de jongens in Kralingen vragen om een kunstgrasveld in de voetbalkooi, trapt hun idool Van Persie volkomen ontspannen een balletje met zijn idool Diego Maradona, op een grasveld met kale plekken in Dubai, tijdens een trainingskamp van Manchester United. Zo zie je dat er idolen zijn in alle soorten en maten.


In Dubai is Van Persie voor heel even weer Achraf, Joerie of Djerrel. Op YouTube staat een filmpje van 25 seconden van de ontmoeting tussen één van de beste voetballers van het moment en de volgens velen beste voetballer aller tijden. Van Persie draagt een bordeauxrood overhemd en een gebroken witte lange pantalon. Maradona is dikkig en gekleed in korte broek en T-shirt met lange mouwen. Ze staan een paar meter van elkaar. Ze spelen het balletje over, hup door de lucht, soepel met hun voeten en knieën of dijbenen.Dan slaan de voetballers de handen tegen elkaar en besluiten ze hun korte sessie met een omhelzing.

Jonglerend naar huis

Een topvoetballer en een voormalig fenomeen zijn even terug op de veldjes van hun jeugd. Villa Fiorito, Buenos Aires en Kralingen, Rotterdam, komen samen op een grasveld in een oliestaat. Het voetbalpleintje is universeel.


Van Persie is een voetballer van de straat. Als hij de Volkskrant ontvangt in een Italiaans restaurant buiten Manchester is de aanvaller als altijd onder de indruk van de Maradona van vroeger. 'Ik kon de soli van Maradona dromen. Ik draaide de banden, telkens weer, uit liefhebbersoogpunt. Ze gaven me een kick. Zoals de één een kick kreeg van Rocky I, kreeg ik die van Maradona. Hij is kunst voor mij. Ik had altijd zin om te voetballen, maar na het zien van zo'n band van Maradona, Cruijff of Vanenburg wilde ik echt het gras opvreten.'


Vanaf het moment dat Robin kon lopen, kreeg hij ballen van zijn vader. Hij raakte verslaafd aan voetbal. Mensen bij zijn eerste club Excelsior vertellen weleens dat hij jonglerend naar de club kwam, vanaf huis, over een afstand van 2,5 kilometer.


Als je van de Jaffadwarsstraat naar Excelsior rijdt, geeft de teller inderdaad bijna 3 kilometer aan. Het moet een vreemd gezicht zijn geweest de jongen zo te zien lopen. De bal aan de voet of stuiterend op de wreef, een half oog gericht op het verkeer.


Hij jongleerde langs het pleintje en de speeltuin en over de stoepen langs de Oudedijk, een drukke ader door Kralingen. Aan die straat ligt nu onder meer Sportshop Kralingen, eigendom van Mounir El Hamdaoui, ook al zo'n parel uit de buurt. Een werknemer van de winkel deelt ansichtkaarten uit: eentje van El Hamdaoui in het shirt van Malaga, één van Van Persie als jonge Feyenoorder. Op de foto's staat een handtekening.


Op de dag van Achraf, Joerie en zijn vriendjes is het dus Valentijnsdag, 14 februari 2014. De dag is rustig begonnen. Het is bijna middag. De kooi tegenover het Libanon Lyceum is nog leeg. Het voetbalpleintje oogt rustiek. Waar blijven de voetballers?


De Taxusstraat ligt in het volkse deel van Kralingen. Naast de speeltuin ligt de voetbalkooi met twee metalen doelen. Iets verderop ligt de Jaffadwarsstraat, waar Van Persie jaren woonde met zijn vader Bob, een beeldend kunstenaar, die hem een vrije opvoeding gaf en hem liet voetballen zoveel hij wilde.


Op het pleintje ontwikkelde Robin zijn traptechniek dankzij een 10 voor voetbalvlijt. Hier, en op talloze andere pleintjes in Rotterdam, was hij al gauw een bezienswaardigheid. Straatvoetbal als bakermat van techniek, de voetbalkooi als arena voor het felle gevecht, met de panna, het tussen de benen spelen van de tegenstander, als bekroning.


Maar de koning van het pleintje is niet automatisch de keizer van het veld. Integendeel. Het pleintje is slechts de basis. Van Persie legde daar een solide fundament voor zijn carrière. En hij was vaak de enige blanke in multicultureel voetballand. Hij ging zelfs een beetje praten als zijn vrienden met Marokkaans bloed.


Hier trapte hij eindeloos balletjes over met jeugdvriend Said Boutahar, die tegenwoordig prof is in Qatar. Van Persie: 'Mijn lange trap heb ik op straat ontwikkeld, op het pleintje, met het spelletje doel naar doel, één tegen één. Het veld was 25 meter, je schoot van 5 meter voor je eigen doel, of van naast je goal. De hele dag door schieten tot je pijn in je liezen kreeg. Maar op een gegeven moment gaat die trap in je benen zitten.'


Boutahar, vanuit Qatar: 'We oefenden eindeloos. Vanaf mijn huis was het nog geen 5 minuten lopen. We trainden onze traptechniek, oefenden op trucs of voetbalden partijtjes. Drie tegen drie, vier tegen vier. Jong tegen oud. Ja, we wilden onze tegenstander altijd vernederen, maar het ging ook om winnen. De partij die verloor, moest achter in de rij aansluiten. Dan stond je soms wel een uur te wachten, voordat je weer aan de beurt was. Je moest dus winnen.'

De mooiste tijd

Altijd oefenen, altijd voetballen, altijd winnen. Van Persie en Boutahar waren als Achraf, Joeri of Djerrel nu, maar dan talentvoller. Het was misschien zelfs de mooiste tijd van zijn leven, durft Van Persie tegenwoordig te stellen. 'Helemaal geen zorgen. Gewoon een lekker trainingspakje aan. Voetbalschoentjes. Spelen. Buiten op straat. In de zaal. Gewoon lekker spelen. Hele dagen. Moe: kende je niet. Spierpijn: een dagje misschien. Als kind herstel je zo snel, dat is ongekend. Het komt niet in je op dat je een blessure zou kunnen oplopen. Dat is geen optie. Dat was de mooiste tijd, zo rond je 10de jaar op de lagere school. Je had zo veel tijd.'


Toch is dat ritme bijzonder, want altijd voetballen is helemaal niet logisch. Op 14 februari 2014 verlaten tientallen jongens het Libanon Lyceum rond 12 uur. Ze praten en slaan elkaar op de schouders. Het voetbalpleintje aan de overkant lonkt, de zon schijnt, maar het blijft leeg. Het duurt nog even voor Achraf, Joeri en Djerrel zich melden.


Willem van Velzen van het Libanon Lyceum zegt dat er veel minder jongens zijn om te voetballen dan voorheen. Hij heeft destijds genoten van Van Persie en al die andere talenten. Dan stond hij gewoon te kijken. 'Vroeger , vooral toen Robin en Said al een beetje bekendheid hadden verworven, toen ze tegen het eerste team aanzaten, stonden hier soms wel 100, 150 toeschouwers. Zo druk als in die tijd heb ik het nooit meer gezien.'


De meisjes verlaten de school deze Valentijnsdag 2014 met een roos. Gekregen. Het spel van loven en bieden op de liefdesmarkt is begonnen. Juist dat spel ging aan Van Persie voorbij, destijds. Zijn grote liefde was de bal. 'Ik was helemaal niet met meisjes bezig, ook niet toen ik aan het puberen was. Normaal als je 14, 15 bent, kijk je naar de dametjes. Ik was laat op dat gebied. Jongetjes om me heen vonden meisjes heel interessant. Ik niet. Ik had alleen voetbal, voetbal, voetbal. Dat is ergens mijn geluk geweest.'


Spijt? Nee man. Juist niet. Zijn jeugd is zijn schat. 'Ik droeg mijn Feyenoordtrainingspak ook vaak privé. Als je de hele dag zo'n pakje aanhebt, kun je niet uitgaan. Het enige wat je dan kunt doen, is sporten. Ik zag veranderingen bij vriendjes, maar ik bleef strikt. Veel vriendjes hadden dat trouwens ook niet echt, die interesse voor meisjes. Dus ik werd ook niet echt geprikkeld, dat was handig.'


Said Boutahar geeft Van Persie gelijk. 'Die tijden waren eigenlijk het mooist. We hoefden elkaar ook nooit te bellen of de ander kwam voetballen. We waren er altijd. Thuis aten we en sliepen we. Die tijd kun je niet kopen, hoeveel geld je nu ook hebt. Die tijd moet je koesteren, de rest van je leven. Voetbal zonder hoofdpijn.'


Dan zegt hij dat hij onlangs met Mounir El Hamdaoui nog op het pleintje was. 'We waren in de stad. Gewoon, even een balletje trappen. Heerlijk.'


Veld 1


Veld 1 is het belangrijkste veld van de amateurclub, het hoofdveld. Het is altijd dicht bij de kantine en wordt omgeven door tribunes en reclameborden. De beste jeugdteams van de club voetballen op Veld 1. En het eerste elftal natuurlijk. Het echte voetbal begint op Veld 1. Voor Veld 1 keren we met de internationals van nu terug naar hun allereerste veld. De voetballers van Oranje raakten er door het spel geïnspireerd toen ze nog nooit hadden gehoord van zaakwaarnemers, doellijnbewaking of transferwindows. Vandaag de eerste aflevering van elf verhalen, die worden gebundeld in een boek, Veld 1, dat in mei verschijnt.


CV Robin van Persie


Geboren: 6 augustus 1983


Geboorteplaats: Rotterdam


Eerste club: Excelsior


Latere clubs: Feyenoord, Arsenal, Manchester United


Debuut profvoetbal: 3 februari 2002: Feyenoord - Roda JC 5-0


Debuut Oranje: 4 juni 2005: Nederland - Roemenië 2-0


Aantal interlandgoals: 41

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden