Alfred Nobels roulette

Komende week worden in Zweden de Nobelprijzen 2003 toegekend. Zelfs prominente Nederlandse wetenschappers hebben nauwelijks een idee wie er dit jaar wint....

Hij heeft dit jaar maar eens overgeslagen. Zegt de Utrechtse H theoretisch fysicus prof. dr. Gerard ' t Hooft, winnaar van de Nobelprijs voor Natuurkunde in 1999, op de vraag of hij nog iemand heeft genomineerd voor de Nobelprijs, editie 2003.

Komende week wordt de prijs der prijzen van dit jaar vergeven. Maandag die voor Fysiologie annex Geneeskunde. Dinsdag die voor Natuurkunde. En woensdag, afgezien van Economie, die voor de Chemie. Vrijdag, ten slotte, wordt de Vredesprijs bekend. Traditiegetrouw zweefde de Literatuur-prijs vanaf donderdagochtend boven de agenda's. Coetzee, bleek meteen dezelfde dag.

Pas na enig aandringen spreekt ' t Hooft. Want Nobelprijszaken, die doe je in stilte. Dit jaar heeft hij zich er dus niet mee bemoeid, maar het had gekund, want het voordragen van potentiële winnaars van een Nobelprijs is nu eenmaal het voorrecht van laureaten die de gang naar Stockholm al eens maakten. Sterker, bekent ' t Hooft, sinds hij de prijs samen met zijn vroegere leermeester Martinus 'Tiny' Veltman won, zijn ongevraagde adviezen en regelrecht gelobby niet van de lucht. Je leert ermee leven, zegt ' t Hooft.

In de natuurkunde, zegt ' t Hooft, dringen geheide winnaars zich dit jaar niet op. 'Niet bij gebrek aan kandidaten, maar eerder door een overvloed aan keus. Er gebeurt zoveel moois. Ik zou niet graag de beslissing nemen. Al twijfel ik er niet aan dat het achteraf een logische keus lijkt.'

Maar als het toch moet, is er het drietal Frank Wilczeck (MIT Boston), David Politzer en David Gross (beide Harvard) dat in 1982 uitrekende hoe quarks en gluonen kerndeeltjes vormen, de zogeheten quantum-chromodynamica (QCD). Zonder meer Nobelprijs-waardig werk, zegt ' t Hooft, die zelf ook wezenlijk aan die theorie bijdroeg, maar dat werk pas nadien publiceerde. 'Alleen geef ik ze dit jaar niet zo veel kans, want deeltjesfysica heeft de laatste jaren haar portie al wel gehad.'

Maar toch, aarzelt in Amsterdam ' t Hoofts oud-leerling prof. dr. Robbert Dijkgraaf, onlangs nog een van de winnaars van een Nederlandse Spinozaprijs. 'Die drie kregen afgelopen zomer de grote prijs van de European Physical Society. Net als ' t Hooft in 1999. Het zou een teken kunnen zijn.'

Ook de Amsterdamse deeltjesfysicus prof. dr. Jos Engelen, directeur van het Nikhef-instituut en binnenkort van het CERN-laboratorium in Genève, zou een prijs voor Wilczek en consorten niet verbazen. 'Die drie zijn aan de beurt', mailt hij droogjes.

Zo exact als de wetenschap is waarvoor ze worden toegekend, zo ongrijpbaar is het proces waarin elk jaar de Nobelprijzen voor de natuurwetenschappen worden toegekend. Ieder voorjaar doen de Zweedse Academie van Wetenschappen en het Karolinska Instituut een oproep voor nominaties uitgaan, onder laureaten en een voor de gelegenheid geselecteerde groep wetenschappers over de hele wereld.

Van serieuze genomineerden worden grondige wetenschappelijke profielen gemaakt, waarna elk comité in een geheim overleg en via stemming tot een besluit komt. Vaak pas op de dag van de bekendmaking.

Tot dat moment is er zelfs voor vooraanstaande wetenschappers eigenlijk nauwelijks een peil op te trekken, valt op te maken uit een rondgang langs Nederlandse prominenten. Wie moet er dit jaar winnen, en waarvoor?

Om even bij de natuurkunde te blijven: de Twentse hoogleraar prof. dr. Ad Lagendijk wijst op de theoreticus Michael Berry in Bristol, die een wiskundige truc - de zogeheten geometrische fase - ontdekte waarvan sindsdien vrijwel alle fysische disciplines, van de mechanica tot de quantumtheorie, lol hebben.

Fysicus prof. dr. Gerard Meijer, sinds een klein jaar directeur van het Fritz Haber Instituut voor molecuulfysica in Berlijn, twijfelt niet: Ted Hänsch van het Max Planck-instituut in Garching moet de natuurkunde-prijs krijgen. De laatste jaren is hij bekend om zijn pogingen anti-waterstof te creëren. Maar de prijs, aldus Meijer, verdient hij voor de extreem nauwkeurige meettechnieken voor lichtfrequenties die Hänsch bedacht. 'Ik zou zeggen: long overdue.'

En anders, zegt de Eindhovense organisch chemicus prof. dr. Bert Meijer (geen familie), is sir Richard Friend in Cambridge misschien iemand voor de fysica-prijs, voor diens pionierswerk in plastic elektronica. 'Friend viel twee jaar geleden buiten de boot toen Chemie al naar de ontdekkers van de geleidende polymeren ging.'

Bovendien, zegt Meijer, kan het veld van de geleidende moleculen wel een opkikker gebruiken. Vorig jaar kwam de grootschalige fraude van Jan Hendrik Schön (Bell labs) aan het licht, die talloze moleculaire effecten volledig uit zijn duim zoog en ze toch gepubliceerd kreeg in topbladen als Science en Nature. 'Misschien kan het comité zo onderstrepen dat het een individuele uitglijder was en geen vloek voor het hele vak', zegt Meijer.

Zijn naamgenoot Gerard Meijer in Berlijn wijst er fijntjes op dat wat hem betreft de chemieprijs vorig jaar ten onrechte naar de Japanner Koichi Tanaka ging, voor een techniek om biomoleculen ruimtelijk te karakteriseren. 'Die had natuurlijk naar Franz Hillenkamp in Münster gemoeten.' Duitsland, bedoelt de Nederlandse molecuulfysicus maar, heeft nog wat tegoed.

Bijvoorbeeld in de persoon van katalyse-specialist Gerhard Ertl van, geen toeval, het Max Planck-instituut waarvan Meijer directeur is. 'Zijn werk aan het gedrag van moleculen op oppervlakken is ongeëvenaard.' De naam Ertl valt nog een keer. Ook prof. dr. Rutger van Santen, chemicus en momenteel rector van de Technische Universiteit Eindhoven, wijst zonder dralen Ertl aan. 'Vanwege zijn fundamentele werk dat inmiddels tot in de productie van schonere benzines doorklinkt.'

Voor Chemie valt nog een naam twee keer: Georges Whitesides van de universiteit van Harvard, een pionier op het gebied van nanostructuren en hun chemische fabricage. Nota bene een fysicus, Ad Lagendijk in Enschede, denkt dat Whitesides de scheikunde-prijs helemaal waard is.

Zijn collega-Spinozaprijswinnaar Bert Meijer, chemicus in Eindhoven, houdt nog een slag om de arm: 'Er is bij alles wat hij groot maakte, wel iemand te noemen die echt de eerste stap zette. Whitesides is een ware grootheid in de scheikunde, maar mag dus eigenlijk de prijs niet krijgen.'

Wat hem betreft wel in de race: katalyse-expert Bob Grubbs van Caltech University in Pasadena die nieuwe wegen vond voor de synthese van bepaalde geneesmiddelen. 'De Nobelprijs is ongeveer de enige prijs die hij nog nooit heeft gehad.' Daarnaast noemt Meijer nog de Amerikaanse bio-organisch chemicus Peter Dervan, alweer Caltech. 'En natuurlijk Rosalind Franklin, de vrouw wier röntgenopnames van DNA in 1953 leidden naar de ontrafeling van de dubbele helix van DNA. Helaas is ze jong gestorven. Zou hem postuum moeten krijgen.'

In de Geneeskunde annex Fysiologie wijzen de Utrechtse hoogleraren Ronald Plasterk en Hans Clevers onafhankelijk van elkaar naar de ontdekkers van RNAi, het effect waarbij stukken overschrijf-DNA in de cel elkaars functie kunnen beïnvloeden. Plasterk, die er zelf ook aan werkt: 'Embryoloog Andy Fire van het Carnegie Institution in Washington moet daar dan zeker bij zijn. Maar het is eigenlijk nog wat vroeg, het is te nieuw nog.'

Precies hetzelfde zegt emeritus hoogleraar prof. dr. Piet Borst van voorheen het Nederlands Kankerinstituut in Amsterdam, een bekend netwerker in internationale wetenschappelijke circuits. RNAi is nog niet Nobelrijp, schat hij streng.

Wie en wat dan wel? Borst heeft een lijstje gemaakt. Pierre Chambon van de universiteit van Straatsburg, die als eerste bekeek hoe een celkern aan de rest van de cel signalen afgeeft. Of anders celdelings-expert Liz Blackburn van de universiteit van Californië in San Francisco.

Wie, aldus Borst, trouwens ook al heel lang in de wachtkamer zit: kankercelspecialist Bob Weinberg van het MIT in Boston. Of natuurlijk de Amerikaan Robert Gallo en de Fransman Luc Montaignier voor de ontdekking, in heftige rivaliteit, van het aidsvirus HIV.

De Utrechtse moleculair bioloog Clevers heeft nog een paar andere namen. Aaron Ciechanover van het Technion Instituut in Haifa, Israël, voor zijn ontdekking van het eiwit ubiquitine dat bij vrijwel alle processen in cellen betrokken is. En anders is darmkanker-geneticus Bert Vogelstein van de Johns Hopkins universiteit in Baltimore iemand om rekening mee te houden. Momenteel is Vogelstein de best geciteerde biomedicus ter wereld, schat Clevers.

Veel namen, maar geen Nederlanders? Zeker wel, zegt Bert Meijer uit Eindhoven: 'Ik hoop dat er Nederlanders zijn die het juiste lobbywerk hebben gedaan voor prof. dr. Jack van Boom in Leiden. Voor diens werk aan de synthese van DNA-achtige structuren.'

De Geneeskundeprijs moet van hem subiet naar Willem Kolff, 92 jaar inmiddels en - onder meer - uitvinder van de kunstnier. 'Maar als het om lobbyen gaat verliezen we het ruimschoots van Amerikanen en Japanners.'

Piet Borst noemt de Leidse emeritus hoogleraar celbiologie prof. dr. Lex van der Eb, in de jaren zeventig de uitvinder van de technieken waarmee vreemd DNA in diercellen wordt ingebracht. 'Een hoeksteen van de hele hedendaagse genetica en celbiologie.'

Nog meer Nederlanders? Daan, zegt prof. dr. Frans Saris, decaan van de Leidse bètafaculteit. De prijs voor natuurkunde (of desnoods scheikunde) moet wat hem betreft naar prof. dr. Daan Frenkel van het FOM-instituut Amolf in Amsterdam, hoogleraar in Utrecht en tevens Spinozaprijswinnaar in 2002. 'Voor zijn ontdekkingen, met computersimulaties, betreffende condensatie en kristallisatie van eiwitten en andere levende materialen.'

En ook al zijn ze dikke vrienden (Saris was ooit Frenkels directeur bij Amolf), hij meent het echt. Daan, vindt Frans, moet winnen.

Nadere berichten volgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden