Opinie

Aleid Truijens: 'Trek een lange neus naar de literaire baantjesmarkt'

Uitgevers noch literair agenten weten iets te beginnen met de goede, onzichtbare schrijver. Het werk wordt verramsjt, en zonder uitgever geen subsidie. 'Maar er is hoop. Er komt een generatie aan die gewend is haar zaken zelf te regelen', ziet Aleid Truijens.

Een boekenkastBeeld ANP

Op Walcheren staat een vakantiehuisje te huur. Heel bijzonder, want 'dit is het land van Franca Treur!' U weet wel, van die grefo-ellende. Of toch liever naar Texel, 'bekend om oud-inwoner Jan Wolkers'? Bergen, een villadorp zo duur dat geen schrijver er meer woont, geurt met dichtersprinsen Lucebert en A. Roland Holst. In Velp kan men de bloemenkwekerij bezoeken uit Jan Siebelinks roman Knielen op een bed violen. In het Amsterdamse Betondorp loop je over droefgeestige pleintjes waarvan Gerard Reve vaststelde: 'Laat elke hoop varen, gij die hier opgroeit'. Zo stap je rond in de fictie, als was je een personage.

De toeristenbranche heeft literatuur als stijlvolle aanbeveling allang ontdekt. Schrijvers zullen er niet rouwig om zijn. Ook een schrijver heeft een winkel. Velen zijn niet te beroerd om tegen forse betaling een suf bedrijfsuitje of huwelijksfeest cachet te verlenen met een geselende column of spotgedicht. Voor verhalen rond het thema 'suiker' voor een suikerfabrikant of levensecht drama uit het ziekenhuis draaien de meesten hun hand niet om. Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar. Geef ze eens ongelijk, die schrijvers. Maar als de nar niet langer bruikbaar is, kan hij vertrekken.

In buitenliteraire circuits gelden dezelfde wrede wetten als in de boekenbranche. Bovenin de piramide staan de schrijvers die een eigen tv-programma hebben. Beroemd interviewt beroemd. Of ze vertellen over hun leven, datzelfde leven waarover ook hun veelgekochte boeken gaan, én de interviews over hun programma's . Tot gekmakend toe zie je hun gezichten in de media. In de boekhandel staat hun werk torenhoog opgetast, dat van anderen wegdrukkend. 'Titelreductie' heet dat. De boekhandel moet wel. Iedereen koopt hetzelfde boek, vooral als de levende schrijver komt vertellen over zijn leven, waarover uiteraard ook zijn boek gaat.

Onderaan de piramide van literaire ZZP'ers staan de kleine zwoegers, die met stukjes in bedrijfsbladen en lezingen in bibliotheekzaaltjes geld bijeenschrapen waarmee ze tijd kopen om aan hun boeken te werken.

Buiten de piramide, diep weggestopt, moeten al die andere schrijvers zich ophouden, die nooit worden gevraagd voor interviews, broodschrijverij of optredens, of zich walgend afwenden van die hoererij om in stilte te scheppen. In alle drie de categorieën zitten zowel goede als slechte schrijvers.

Gelukkig is er het Nederlands Letterenfonds, dat schrijvers ondersteunt. Helaas wordt in die subsidie flink gesnoeid. Daarom zal het Fonds zich vooral richten op 'talentontwikkeling' en wil het schrijvers stimuleren hun 'zichtbaarheid' te vergroten. Terecht: als het geld schaars is, kunnen schrijvers niet levenslang subsidie krijgen. Maar wie zichzelf nooit heeft hoeven verkopen, redt het niet in het schnabbelcircuit.

En zo sluit zich het net om de niet-mediagenieke schrijver, die zwijgt over zijn leven, te verlegen is, of een slecht performer. Deze schrijver, hoe briljant ook, wacht het graf. Wie je niet ziet, bestaat niet. Uitgevers noch literair agenten weten iets te beginnen met de goede, onzichtbare schrijver. Het werk wordt verramsjt, en zonder uitgever geen subsidie.

Hoop
Maar er is hoop. Er komt een generatie aan die gewend is haar zaken zelf te regelen. Vanochtend viel Das Magazin op de mat, een fonkelnieuw tijdschrift. Van papier nog wel, en wat voor papier: 82 glanzende kleurenpagina's met verhalen, gedichten, foto's en tekeningen, superieur vormgegeven. Vier dikke nummers voor 20 euro. Je moet maar durven.

Das Magazin wordt niet uitgegeven door een grote uitgever, maar door Babel & Voss, de uitgeverij die een van de hoofdredacteuren, Daniël van der Meer, mede heeft opgericht. Van de dertien medewerkers zijn er acht geboren in de jaren tachtig. Ik heb het blad nog niet uit, zal het langzaam leegeten als een kind zijn snoeptrommeltje, maar het straalt op elke bladzijde plezier, talent en zelfverzekerdheid uit.

Zo doe je dat als je 25 bent: richt een uitgeverij op, maak iets moois met je eigen roversbende. Trek een lange neus naar de literaire baantjesmarkt, de uitgever met zijn 10 procent royalty, de egomane schreeuwers op de sociale media en iedereen die hoont dat dode bomen passé zijn. Ik hoop dat ze overleven.

Aleid Truijens is columnist voor de Volkskrant.



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden