Alcoholisch cynisme en Haagse journalistiek

Hoe netjes was het van de parlementaire journalisten Marleen Barth (Trouw) en José Smits (de Volkskrant) zich begin december vorig jaar te ontpoppen als kandidaat-Kamerlid voor de PvdA?...

Deze vraag zit de Nederlandse journalistiek kennelijk al maanden dwars, getuige het feit dat er deze week op maar liefst twee bijeenkomsten in Den Haag naar een antwoord is gezocht.

Critici vinden dat de twee redacteuren zichzelf door hun politieke coming out met terugwerkende kracht hebben ontmaskerd als wolfjes in schaapskleren. Ze hebben, vindt men, de verdenking op zich geladen zogenaamd onpartijdig hun werk te doen terwijl ze in het geniep de aanwijzingen van polit-commissaris Jacques Wallage volgden. Zo komt het dat de abonnees van Trouw en de Volkskrant zich nog altijd koesteren in het veilige gevoel dat Wim Kok het prima doet hoewel Nederland in werkelijkheid misschien al failliet is.

Deze ethische zienswijze is hier, toegegeven, wat karikaturaal geschetst, maar voor alle zekerheid zijn de dames door de hoofdredactie van hun krant tot aan de verkiezingen verbannen naar een hoekje waar ze geen kwaad kunnen. Zoals een verre oom van mij, politieverslaggever bij een regionaal dagblad, voortaan in de rubriek 'Blokje rond met de hond' viervoeters uit het asiel aan de lezers moest voorgeleiden nadat hij een ontvoering door enkele van zijn penose-relaties iets te participerend had geobserveerd.

Mocht dit apocriefe verhaal uit de familie-overlevering waar zijn - oom Henk, meld je, all is forgiven - dan kan ik de redelijkheid van deze overplaatsing inzien; ook Marleen Barth en José Smits kunnen beter stoppen met het recenseren van het toneelstuk waarin ze straks zelf gaan meespelen. Maar dat rechtvaardigt nog niet het in twijfel trekken van hun algehele journalistieke integriteit. Daarvoor moeten concretere aanwijzingen zijn dan een partijlidmaatschap en zelfverklaarde politieke ambities.

Hebben de twee redacteuren Mieke Sterk in de mond gelegd dat zij het in de PvdA-Kamerfractie reuze naar haar zin heeft? Hebben ze een pamflet van Niet Nix listig naar de voorpagina van hun krant gemanipuleerd, en de verslaggeving van een grensverleggend CDA-congres laten waaien? Hebben ze, iedere keer wanneer ze Jan Marijnissen in hun stukken noemden, geschreven dat een Marijnissen natuurlijk verbleekt bij de herinnering aan een Den Uyl? Uit niets is mij gebleken dat José Smits en Marleen Barth door hun collega's eerder zijn betrapt op politiek bevooroordeelde berichtgeving en analyse. En volgens mij is de manier waarop ze hun werk deden, het enige criterium dat telt.

In het deze week verschenen boek Binnenhof voor buitenlui, geschreven door Volkskrant-journaliste Milja de Zwart, staat dat de overgrote meerderheid van de politieke journalisten in Den Haag zich in een enquête heeft uitgesproken tegen het combineren van hun beroep met actief lid zijn van een politieke partij. Ongeveer de helft is tegen een passief lidmaatschap, maar anno 1997 geeft 91,5 procent van diezelfde geënquêteerden op sympathie voor een bepaalde politieke partij te koesteren. Geen journalist heeft ingevuld: 'De enige goede parlementaire redacteur is een alcoholische cynicus, die geen enkele politieke mening heeft behalve dat alle politici in beginsel fluimen zijn.'

Toch zou dat volgens mij het enig juiste antwoord moeten zijn, want de grens tussen het hebben van politieke voorkeuren en het lid zijn van een politieke partij is naar mijn smaak betekenisloos. Een aanzienlijk deel van het persvolk schijnt echter te menen dat een journalist op het moment dat hij of zij partijlid wordt, verandert in een kleptomaan die geen supermarkt meer in durft uit angst te worden besprongen door die vreselijke afwijking. Een beetje vertrouwen op het eigen onderscheidingsvermogen mag je van een journalist wel verwachten.

Anders wordt het als de partij eisen gaat stellen aan de journalisten onder haar leden. Ook in dat geval lijkt het me voor een collega met zelfs een minimum aan vakbekwaamheid eenvoudig om de juiste consequentie te trekken. Wie dat niet doet, deugt niet voor het vak, maar dat zou dan waarschijnlijk al eerder zijn gebleken.

Niettemin denk ik dat het voor de parlementaire pers geen groot verlies is als Marleen Barth en José Smits inderdaad overstappen naar de politiek. Hun integriteit staat voor mij buiten kijf. Persoonlijk ken ik hen niet, dus mijn oordeel is niet ingegeven door particuliere motieven. Ik baseer deze mening uitsluitend op mijn verbazing over het feit dat zij aan het volgen van de Tweede Kamer een onbedwingbare lust hebben overgehouden er zelf in te gaan zitten. In interviews hebben ze gezegd niet langer aan de zijlijn te willen blijven toekijken, maar actief aan de verbetering van de samenleving te willen werken. Heel nobel, maar het getuigt wel van een tekort aan alcoholisch cynisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.