Albanese politici: 'Onderhandel met de rebellen'

Een staakt-het-vuren is het belangrijkste obstakel voor de vorming van een regering van nationale eenheid in Macedonië. De Albanese Partij voor Democratische Voorspoed (PDP) weigert in zo'n regering zitting te nemen zolang het Macedonische leger doorgaat met het beschieten van Albanese dorpen in het noorden....

De PDP heeft de regering drie dagen de tijd gegeven om een eind te maken aan de beschietingen. Zonder de PDP is de regering voor nationale eenheid, die is aangekondigd als poging een politieke uitweg uit de dreigende burgeroorlog te vinden, van de baan.

De PDP wil dat de beschietingen onmiddellijk ophouden, dat leger en rebellen zich terugtrekken uit het omstreden gebied, en dat de politie onder internationaal toezicht terugkeert. Nikola Dimitrov, de veiligheidsadviseur van president Boris Trajkovski, voelt weinig voor het idee: 'Als de eis tot een staakt-het-vuren inhoudt dat wij moeten ophouden met het verdedigen van het land, is dat onacceptabel.'

De PDP wil ook dat de rebellen betrokken worden bij de onderhandelingen over een oplossing van de problemen van de Albanezen in Macedonië. Die wens wordt gesteund door Arben Xhaferi, leider van de gematigde Albanese regeringspartij PDSh. Tegenover CNN zegt Xhaferi dat de rebellen 'een factor' zijn die niet langer kan worden ontkend. Maar de Macedonische regering weigert categorisch met de rebellen te spreken, en wordt daarin ferm gesteund door het westerse standpunt dat 'met terroristen niet wordt gepraat'.

Zelfs een korte gevechtspauze, als gebaar van goede wil, blijkt in Macedonië te veel gevraagd. De regering had er één beloofd voor dinsdag, toen het principe-akkoord over de nieuwe regering werd bekendgemaakt. Die pauze duurde niet langer dan een uur.

Ook het nieuwste staakt-het-vuren in Macedonië, woensdagochtend, houdt nog geen uur stand. Kort voor zes uur woensdagochtend opent het Macedonische leger het vuur op Slupcane. Een BBC-journalist en een fotograaf van de Amerikaanse New York Times kunnen nog net wegduiken voor de rondvliegende kogels. De auto van de journalisten, een gepantserde Landrover die duidelijk gemarkeerd is met de letters 'TV', wordt door de Macedoniërs met luchtdoelgeschut aan flarden geschoten.

Dinsdagavond was elk half uur op radio en tv voorgelezen: 'Wij geven de burgers van Vaksince, Slupcane, Matejce, Lipkovo en Orizare tussen vijf en tien uur een allerlaatste kans het gebied te verlaten en naar Kosovo in de Federale Republiek van Joegoslavië te gaan of naar Kumanovo. Na die tijd nemen wij geen enkele verantwoordelijkheid voor eventuele burgerslachtoffers.'

De journalisten hadden van de tijd tussen vijf en tien gebruik willen maken om de inwoners van Slupcane te bezoeken, die al sinds donderdag in hun kelders schuilen voor de granaten die op hun dorp worden afgeschoten. Sinds zondag zijn geen journalisten of vertegenwoordigers van hulporganisaties meer in Slupcane geweest. De toestand van de burgers daar moet, volgens Amanda Williamson van het Rode Kruis in Skopje 'uiterst ernstig' zijn. Het Rode Kruis heeft echter sinds zondag geen kans meer gezien een bezoek aan Slupcane te brengen.

Pas na bemiddeling door het Rode Kruis staken de Macedoniërs de beschieting van de journalisten. Met geheven handen lopen de twee, Nick Wood (BBC) en Andrew Testa (New York Times), een politiepatrouille tegemoet die hen voor verhoor meeneemt. De Macedonische televisie meldt woensdagavond dat 'Albanese terroristen het vuur hebben geopend op buitenlandse journalisten en op het Macedonische leger', en dat 'het Macedonische leger twee buitenlandse journalisten uit het gebied van de rebellen heeft bevrijd'.

Een grootscheepse aanval op de rebellen, waarmee Macedonië al dagen dreigt, blijft echter uit. Een mislukte bestorming, maandagavond, heeft aangetoond dat zo'n aanval ongetwijfeld gepaard zal gaan met grote verliezen. Maar ook het alternatief - de dorpen blijven bestoken met granaten - is een tactiek die nergens toe leidt. De rebellen lijden daar niet of nauwelijks onder. Alleen de toestand voor de burgers in hun kelders verslechtert met de dag.

Terwijl het leger lijkt te aarzelen over een grootscheepse aanval, lijkt de positie van de rebellen sterker te worden. Sinds vier dagen worden ook in de bergen boven de stad Tetovo sporadische gevechten gehoord. De politie heeft alle wegen naar de bergen hermetisch afgesloten en leger;trucks rijden af en aan. Nieuws over dit nieuwe front komt er nauwelijks naar buiten, wat erop wijst dat Macedonië ook hier weinig greep op de situatie krijgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden