Alarm, teleurstelling en toorn

Op de dag dat Karel van Wolferen zijn nieuwe boek presenteerde, las ik vorige week in althans één krant (NRC Handelsblad) een berichtje op de buitenlandpagina over de Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, en de zes- à zevenhonderd in Afghanistan gevangengenomen 'illegale combattanten' die zonder aanklacht, of enigerlei vorm...

Jan Blokker

Op een bijeenkomst van de National Press Club in Washington had Rumsfeld gezegd dat het nooit de bedoeling is geweest deze gevangenen te berechten. Ze mogen volgens de minister ook niet vergeleken worden met gewone criminelen. 'Het is niet ons belang ze te berechten en dan na een paar jaar straf weer vrij te laten rondlopen, het is ons belang ze van de straat te houden zolang de internationale oorlog tegen het terrorisme voortduurt. En zo zal het gebeuren.'

Het was niet eens een erg groot of erg prominent gebracht bericht. De wijze waarop de Amerikanen uit naam van de door hen geproclameerde kruistocht tegen de terreur een paar elementaire rechtsregels aan hun laars lappen, is haar nieuwswaarde alweer een poosje kwijt. Maar Van Wolferen zou het stukje hebben uitgeknipt en in z'n dossier hebben geborgen: Exhibit nummer zoveel in z'n requisitoir tegen het Amerika van George W. Bush.

In De ondergang van een wereldorde wil de auteur kort gezegd bewijzen dat de Verenigde Staten recentelijk tot een macht zijn geworden 'die eerder slecht dan goed is voor onze wereld', en dat we die slechtigheid belichaamd zien in de man die in 2000 'op basis van een zeer dubieuze procedure door een partijdig hooggerechtshof als president werd aangewezen'.

De oorspronkelijke titel van de in het Engels geschreven aanklacht luidde: George W. Bush and the Destruction of World Order. Blijkbaar met instemming van de auteur, maar zonder dat die er een verklaring voor geeft, is de titel in de Nederlandse vertaling op twee punten afgezwakt. Op het omslag zie je niet meer meteen dat het om een boek tegen Bush gaat, en het agressieve destruction is verzwachteld tot het veel neutralere en bijna berustende ondergang. Terwijl toch van de eerste bladzij af overduidelijk is dat voor Bush in het door Van Wolferen geschreven drama de schurkenrol is weggelegd, omdat Bush er volgens hem sinds zijn aantreden, en des te fanatieker na 11 september 2001, op uit is geweest de bestaande wereldorde metterdaad te vernietigen.

Eerst die wereldorde.

Wat we daar precies onder moeten verstaan, wordt bij Van Wolferen eigenlijk niet zo ontzettend helder, afgezien van de vaststelling dat ze sinds het midden van de 20ste eeuw zonder Amerika niet langer denkbaar is. Alle ordeningen van daarvoor waren Europese ordeningen geweest, en Europa zou als 'veroorzaker' van twee bloedige wereldoorlogen voorlopig even niet meer meetellen in zaken van machtsevenwicht.

'Nooit', schrijft Van Wolferen in wat je de preambule van z'n betoog zou kunnen noemen, 'heb ik er aan getwijfeld dat de Verenigde Staten de politieke beschaving minstens tweemaal hebben gered. Allereerst toen Amerika samen met de Sovjet-Unie de legers van Hitler versloeg en een eind maakte aan de onderdrukking door Japan van de Aziatische landen. Vervolgens toen Amerika de Russische expansiedrift een halt toeriep.'

En in dezelfde context:

'Tijdens de koude oorlog stonden de Verenigde Staten niet alleen aan dezelfde kant als iedereen die vrijheid en democratie verlangde, maar werd het land in het algemeen ervaren als een goede, hulpvaardige mogendheid.' Of nog bondiger, in een van de vele interviews waarmee hij vorige week in de Nederlandse pers werd gecoiffeerd:

'Onze generatie is opgegroeid met de Verenigde Staten als niet zomaar een bondgenoot, maar als maatstaf van politiek fatsoen.'

Als je daarvan overtuigd bent, en bovendien meent waar te nemen dat die maatstaf ineens niet alleen is verlaten, maar is ingeruild voor iets dat het tegendeel vertegenwoordigt, is er inderdaad alle reden tot alarm, teleurstelling en toorn - de drie emoties van waaruit Van Wolferen zijn klacht heeft samengesteld.

Maar er is wel wat op af te dingen.

Weinigen buiten Amerika zullen afkerig zijn van een verhandeling waarin George W. Bush in alle denkbare schakeringen als de kwaaie pier wordt afgeschilderd

'Niet geschikt voor zijn ambt omdat hij niet genoeg weet.' 'Als men aan iemands taalgebruik de toestand van zijn geest kan aflezen, dan is zijn geest een janboel.' 'Kandidaat voor de titel meest destructieve president in de Amerikaanse geschiedenis.' 'Het zou moeilijk zijn iemand te vinden die nóg minder talent heeft om de scepter over de wereld te zwaaien.'

En dat alles (en nog veel meer) culminerend in de aanname dat Bush uiteindelijk niet veel meer is dan een marionet, bespeeld door vileine neoconservatieven als Rumsfeld, Cheney en Wolfowitz: 'Natuurlijk had zo iemand nooit president mogen worden, maar zo kunnen we hem wel zien als een beklagenswaardig instrument in de handen van mensen die hem hebben gebracht waar hij nu is.'

Allemaal tot je dienst, maar is het niet wat naïef te geloven dat het grote Amerika, een bakermat van politieke beschaving, bijna van de ene dag op de andere kan worden 'gekaapt' en 'gegijzeld' (begrippen die Van Wolferen veel hanteert) door een klein groepje onverlaten met aantoonbare belangen in een even klein aantal multinationale ondernemingen, en zulks uitgerekend op een moment dat de media - inclusief de kranten - ook al zijn 'gekaapt' door een handjevol molochs van de amusementsindustrie?

Wat opdoemt is de mythe van de ugly American, die natuurlijk al sluimert sinds 1776 (waren de meeste founding fathers geen slavenhouders?), maar voor wiens lelijkheid we graag een oogje dichtdoen zolang we een oorlog tegen Duitsland en Japan moeten winnen of de bolsjewieken achter de IJssellinie willen houden.

Anti-Amerikaanse sentimenten zijn veelal kort van memorie: ze gaan zelden verder terug dan tot aan de krijgszuchtige Reagan of op z'n ergst Vietnam. Maar indianen, Texanen, negers, en Zuid-Amerikanen tot aan Allende-aanhangers in het Chili van nog maar dertig jaar geleden, herinneren zich Amerikaanse rotstreken van veel langer geleden, dus je kunt je afvragen of er met de komst van George W. Bush werkelijk iets heel nieuws begint.

Van Wolferen meent van wel.

'Sommige van mijn Amerikaanse vrienden', schrijft hij, 'denken misschien dat ik hier een te rooskleurig beeld schets' - hij heeft de VS dan net geprezen als de goede, hulpvaardige mogendheid . . . 'Maar wie de negatieve aspecten (Vietnam, Cuba, Reagan) in dezelfde categorie plaatst als de ervaringen onder George W. Bush, negeert hoe diep Amerika op moreel vlak in niet-Amerikaanse ogen is gezonken.'

Dat gaat, nogmaals, vast en zeker op voor mensen die zich veilig voelden bij de oude, door Amerika beheerste wereldorde, en die alarm slaan of kwaad worden nu George W. Bush een andere, of helemaal geen wereldorde schijnt te willen, omdat de wereld voor hem uit alleen maar de Verenigde Staten zou dienen te bestaan.

Van Wolferen maakt ter onderbouwing van z'n desillusie en z'n boosheid gebruik van veel complotvermoedens. Dat 11 september voor Bush en diens trawanten 'een geschenk uit de hemel' was, wordt zo vaak gesuggereerd dat je bijna moet gaan geloven dat ze de terroristen zo niet aangemoedigd dan toch ook niet erg tegengehouden hebben. Of Witte Huis en Pentagon een 'zenuwenoorlog' gaande houden door telkens voor nieuwe aanslagen te waarschuwen kan waar zijn, maar dat zou ook een beetje bewezen moeten worden. Mikken de 'neocons' op een Verelendung van de toch al niet rooskleurige situatie in Irak, om op die manier een langdurige oorlog te bewerkstelligen? Moeten we bij de War on Terrorism werkelijk denken aan de manier waarop Orwell zijn Big Brother ergens aan de grenzen van 'Eurazië' een oorlog tegen een nooit te definiëren vijand laat continueren?

De veronderstellingen maken De ondergang van een wereldorde er niet sterker op, evenmin als de omslachtige stijl en de ook na drie keer lezen nog moeilijk te ontwarren zinnen, die het vertoog ver verwijderd houden van wat voor hetzelfde geld een krachtdadig en meeslepend pamflet had kunnen worden. En, laatste bezwaar: zou het echt zo zijn dat het Amerikaanse zelfkritische vermogen - 'een scherp bewustzijn van het eigen falen', zoals we ergens in het boek lezen - door de commerciële mediahyena's net zo definitief is vernietigd als Bush de oude wereldorde heeft vernietigd?

Van Wolferen zegt het, maar hij zegt wel meer dat niet meteen waar hoeft te zijn.

Als evenwel z'n alarm ertoe bijdraagt dat we berichten als over Donald Rumsfeld en de zes- à zevenhonderd gevangenen op Guantánamo Bay niet langzamerhand als een 'normale' boodschap gaan lezen, dan heeft zijn alarmisme in ieder geval een meer dan hygiënisch doel gediend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden