Alain de Botton in het Rijksmuseum: 'Een drievoudige belediging (**)'

Tekstborden in musea zijn feitelijk en saai, vond filosoof Alain de Botton. Doe het dan maar zelf, dacht het Rijksmuseum.'Kunst Is Therapie is een drievoudige belediging. Voor musea, voor de kunstwerken en bovenal voor de bezoeker', schrijft Volkskrant-recensent Wieteke van Zeil.

(For an English version, see below)

Alain de Botton bij 'Het straatje', Johannes Vermeer, ca. 1658 Foto Vincent Mentzel

Het zou wat zijn. Als de FIFA straks in juni iemand uitnodigt om elke wedstrijd van commentaar te voorzien. Niet iemand die weet wat buitenspel of een panna is, maar een geneesheer die beweert dat de FIFA en wij allen de ware zin van het voetbal niet begrijpen. Wij dwazen, die ons maar vergapen aan het spel en de techniek zelf! Van hem horen we waar het werkelijk om gaat: dat Messi ons liefdesverdriet verzacht en hoe het spel onze diepste behoefte aan kameraadschap voedt.

Het zou wat zijn, als een hoofdredacteur van de Süddeutsche of The Guardian iemand uitnodigt bij elk bericht in de krant een geel kader te plaatsen, als een post-it, zeg maar. Waarin staat dat de berichtgeving helemaal niks voor ons doet. Dat de opstanden in de Oekraïne eígenlijk gaan over het diepe verlangen naar eigenheid in ons allen. En dat een vluchtelingenkamp­reportage uit Jordanië zou moeten gaan over hoe we ons allemaal wel eens buitengesloten of eenzaam voelen.

Post-it van De Botton naast een werk van Bart van der Leck Foto Olivier Middendorp

Wolf zonder schaapskleren
Welk internationaal instituut zou de wolf in huis halen, zonder schaapskleren en al?

Het Rijksmuseum. Kijk toch niet naar die saaie tekstborden bij schilderijen, zegt 'filosoof' - ja, dat moet in deze context echt tussen aanhalings­tekens - Alain de Botton, samen met John ­Armstrong. 'De kunstelite', schreef de Botton al in zijn boek Kunst als therapie (2013), heeft ons jarenlang verkeerd onderwezen. Tekstborden zijn feitelijk en saai. Er is 'een institutionele weigering om de vraag te stellen waartoe kunst dient'. Want dienen, dat moet het ons.

Wie dan nog zegt dat het Rijks­museum 'zich moet schamen' Alain de Botton in huis te halen, zoals critici onlangs deden, heeft niet begrepen hoe zelfverzekerd je als instituut moet zijn dit te doen. En wat een gedurfd experiment het is.

Post-it van De Botton naast Isaak en Rebekka, bekend als 'Het Joodse bruidje', Rembrandt Harmensz. van Rijn, ca. 1665 - ca. 1669 Foto Olivier Middendorp

Rubbish
Dóé het dan maar, dacht Wim Pijbes, als je denkt dat je het beter kunt. Wetend, natuurlijk, dat De Botton een celebrity is die garant staat voor een nieuw publiek. De Britse zelfhulpfilosoof maakte in het museum tweehonderd nieuwe teksten bij de kunstwerken, samen met Armstrong. Prompt op de openingsavond spuide De Botton bij een schilderij van Pieter de Hooch tegen zijn toehoorders: 'Dit tekstbordje hier is rubbish. Het vertelt je níéts', wijzend naar het oorspronkelijke bijschrift. Om dan van wal te steken over de deugd van linnen vouwen en de waardigheid van huishoudelijk werk, zoals Pieter de Hooch dat ons leert, en dat zijn vrouw het daar ook zo mee eens is.

Zo is Alain de Botton. Een criticus van de radicale soort, die zich uit als goeroe. Schrijft hij over nieuws, dan hebben de kranten er niks van begrepen. Schrijft hij over kunst, dan moeten de musea het ontgelden. Maar uit weinig blijkt dat hij die kranten of musea werkelijk heeft onderzocht.

Als je het hem vraagt, zegt hij: 'ik bied slechts een nieuw perspectief.' Maar zijn methode is niet een persoonlijke suggestie, het is ontkenning van bestaande expertise om vervolgens een waarheid te poneren. De man die ooit met Statusangst (2004) het publiek voor zich innam, ontleent zijn autoritaire toon nu volledig aan zijn sterrenstatus. En er is geen relativering te bekennen. Althans; op papier. De sprekende De Botton is anders, zo bleek ook op de openingsavond, waar hij de humor en lichtheid die zijn overtuigingen zo hard nodig hebben, wél toeliet.

De Staalmeesters uit 1662 Foto Olivier Middendorp

Waarheidsclaims
De Bottons geschreven waarheidsclaims krijgen wij zwaarwichtig en in samenzweerderige 'wij'-formuleringen opgediend, zo blijkt in Kunst Is Therapie.

Wij hebben 'kwalen', veronderstelt hij, waar­tegen de kunstwerken het 'medicijn' zijn. Ik vrees dat dit door velen niet ironisch wordt opgevat en dat het ook niet zo is bedoeld. Enkele kwalen: 'Ik kan mij geen mooie dingen veroorloven' (bij een Chinese schaal), 'Uit welk jaar is dit schilderij?' (er staat gewoon 1813 bij), 'Seks is natuurlijk', 'Dood aan de rijken', 'Ik voel me buitengesloten', 'Niemand schenkt mij aandacht' en, klapstuk bij een 12de-eeuws beeld van godheid Guanyin: 'Ik kan het niet meer aan. Ik wil mijn mamma, al ben ik 44 en een half.'

Behalve dat de definitie van kwaal ('sickness') hier nogal wordt opgerekt, reduceert De Botton zijn publiek tot angstige wezens, hopend op geborgenheid in een museum. Dat lijkt me een misplaatse verwachting, die slechts teleurstelling kan opleveren en - moet ik het echt zeggen? - geen recht doet aan de kunst.

Post-it van De Botton naast Isaak en Rebekka, bekend als 'Het Joodse bruidje', Rembrandt Harmensz. van Rijn, ca. 1665 - ca. 1669 Foto Olivier Middendorp

De Botton weet wat 'we' vinden. 'We zijn zo doorgeslagen in het onszelf aanleren van goede manieren dat we niet meer weten hoe we voor onszelf op moeten komen': het probleem dat de 14de-eeuwse Japanse tempelwachters, een recente aankoop van het museum, voor ons moeten oplossen. Bij Lucas van Leyden, Hollandse meester van de Renaissance, staat: 'Als we heel eerlijk zijn over hoe we ons in musea voelen, moeten we toegeven dat vrij veel objecten ons koud laten.' Wie zijn 'we'? De Botton stelt al die mensen die hier kennelijk niet willen zijn gerust: 'We geven onszelf vaak de schuld, maar ook verveeldheid geeft je inzicht: het is een teken dat hier niets voor jou bij zit.'

Wat een nare mensen moeten die 'wij' zijn, die de hele wereld bekijken met de blik 'wat zit er voor mij in? Nu?'

Treurig populistisch
Wie niets wil weten, is vrij om te gaan, lijkt me. Wie wel wat wil weten kan terecht bij, raad eens, de tekstbordjes, apps, rondleidingen, workshops, lezingen en website die het museum aanbiedt. Gratis, meestal. Er zit iets treurig populistisch in de toon van De Botton: je hoeft niets te weten, luister slechts naar je gevoel, de facto: naar mij. Bij de bibliotheek: 'We zijn vaak te schuchter om onszelf in het midden te plaatsen van al deze eerbiedwaardige kunstwerken. Maar daar gaat het wel om - het gaat over ons. Je bent de held van dit museum.'

Niemand is erbij gebaat als een smurf te worden aangesproken. De Botton vindt van wel. 'Je staat op het punt een ruimte binnen te gaan waar een aantal eigenaardige dingen te zien is.' Er staan glazen, sieraden, vazen, bootmodellen, harnassen. Zo gek! De Botton polariseert hier op een groteske manier en minacht zowel zijn publiek als de kunst.

Foto Olivier Middendorp

Verrassend en inzichtelijk
Het eeuwig jammere van Kunst Is­ ­Therapie is dat hier ook iets heel goed had kunnen gaan. De basisgedachte achter de tentoonstelling is namelijk helemaal niet slecht. Alain de Bottons boodschap is dat kunst ons kan helpen om beter te leven. Als dat beter was uitgewerkt - lichter, minder dwingend en pedant, bijvoorbeeld met werkelijke interesse voor de kunstwerken - was de tentoonstelling verrassend en inzichtelijk geweest.

Want de kunstwetenschap heeft inderdaad in de voorliggende eeuw de nadruk erg op de formele kwaliteiten van de kunst gelegd. Kunst is misschien te veel apart gezet, dus vreemd geworden. De immateriële waarde die kunst kan hebben - zoals troost of inspiratie - is daarmee op de achtergrond geraakt. Natuurlijk kan kunst helpen de kwaliteit van je leven te verhogen, maar nooit eenduidig. En altijd vanuit het visuele, de vorm.

Die ontkent Alain de Botton. Terwijl je om de vorm echt niet heen kunt als je kunst wilt waarderen. Hoe is het gemaakt, wat is er afgebeeld en waarom op deze manier, de materialen, het draagt altijd bij aan de betekenis. Het vergt oefening, zoals basketbal en ballet oefening vergen (zowel het doen als het kijken ernaar). Het duurt lang voordat een oog kwaliteit kan onderscheiden, je moet veel context zien. Maar dat die oefening een plezier op zich is, waar je ook in de rest van het leven wat aan hebt, erkent De Botton niet. Sterker: hij kíjkt nauwelijks. Vrijwel elke tekst had ook bij een ander plaatje van hetzelfde onderwerp kunnen staan. De kunstwerken zijn inwisselbare illustraties.

Dat wordt onderstreept door de lengte van de teksten. Ik heb ­getimed: bij een klein schilderij van Jan Steen, Het toilet (1655-60), kostte het lezen 54 seconden. Bij een 13de-eeuws beeld van Maria en Kind één minuut en vier seconden. En dan had ik nog niets gezien. Tweehonderd zaalteksten van De Botton betekent dus drie en een half uur lezen, exclusief het kijken en exclusief het lopen van zaal naar zaal. We worden hier op geen enkele manier gestimuleerd te kijken. Laat staan zelf conclusies te trekken: een van de eigenschappen die kunst nou net onderscheidt van pamfletten en preken.

Foto Olivier Middendorp
Foto Olivier Middendorp

Drievoudige belediging
De vormgeving - een idee van het Rijksmuseum, niet van De Botton en Armstrong - maakt de tentoonstelling nog enigszins ludiek. De teksten staan op een soort enorme post-its, losjes geplakt aan de muur, en de catalogus is een scheurblok dat al uit elkaar valt als je de eerste pagina omslaat. Het benadrukt de vluchtigheid, de hooguit tijdelijke geldigheid van de teksten bij kunstwerken die ook deze gril wel weer zullen overleven. Neem het niet te serieus, zeggen ze. Toch toont dat ook het ongemak van het museum zelf: we willen 'm wel en niet tegelijk, die Alain de Botton.

Laat ons het dan zeggen: de tentoonstelling Kunst Is Therapie is een drievoudige belediging. Voor musea, voor de kunstwerken en bovenal voor de bezoeker, die als een infantiel slachtoffer wordt aangesproken en niet wordt gestimuleerd te kijken of te denken. Dat is precies het tegenovergestelde van wat elk goed kunstwerk los­maakt bij wie er de moeite voor neemt. Leek of kenner.

Foto Olivier Middendorp

==============================================================

(English translation)

Alain de Botton in Amsterdam's Rijksmuseum: 'An insult three time over...' [**]

All those factual museum captions are utterly boring, according to philosopher Alain de Botton. Then do it yourself, was the message of Amsterdam's Rijksmuseum. 'The exhibition Art Is Therapy is an insult three times over: for museums, for the works of art and above all for the visitor...' writes the art critic Wieteke van Zeil of the Dutch newspaper de Volkskrant.

Wouldn't it be something?!... If the FIFA during the upcoming World Cup in June invited somebody to provide commentary on every game. Not someone who knows what offside or a panna is, but a physician who claims that the FIFA and all of us don't understand the true meaning of football. We are all fools who can only marvel at the beauty and technique of the game! And there he is then to enlighten us about what really matters: that Messi consoles the broken-hearted and that the game feeds our deepest need for companionship.

It certainly would be something if for each piece of printed news in the Süddeutsche or The Guardian, the editor-in-chief invited someone to place a frame of yellow in their newspaper - a Post-it so to speak - stating that this news coverage leaves us cold. That the uprisings in Ukraine are actually about the deep desire in all of us for personal freedom. And that the reporting from a refugee camp in Jordan is, in fact, about how all of us feel excluded or alone at times.

What international institution in its right mind would invite such a wolf into its midst, lacking sheep's clothing and all?

Well, the answer is the Rijksmuseum in Amsterdam. Best to ignore those boring captions next to the paintings, says the 'philosopher' - yes, in this context quotes are demanded - Alain de Botton along with John Armstrong. The 'art elite' has been, as De Botton writes in his book Art as Therapy (2013), pointing us in the wrong direction for years. All those factual museum captions are utterly boring. There's 'an institutional refusal to ask the hard question: what purpose does art serve?' Because it needs to serve us.

Those who say that the Rijksmuseum 'should be ashamed of itself' for engaging Alain de Botton, like some international critics recently did, haven't understood how confident you have to be as an institution to allow this and what a bold experiment it is.

If you think you can do better, Director Wim Pijbes of the Rijksmuseum thought, then go ahead! Of course realising, at the same time, that De Botton is a celebrity who guarantees your museum a new audience. The British self-help philosopher and Armstrong have created two hundred new museum captions for works of art in the collection. Straightway on opening night beside a painting by Pieter de Hooch, De Botton spouted off at his spectators: 'This signboard here is rubbish. It tells you nothing', pointing to the original caption. He continued by praising the virtue of folding linens and the dignity of domestic work, like Pieter de Hooch illustrates for us. And then joked that his own wife couldn't agree more.

That's Alain de Botton for you. A radical sort of critic, who manifests himself as a guru. When he writes about the news, he claims the papers haven't understood anything. When he writes about art, museums end up paying the price.

But what is less clear is whether he actually closely looked at those newspapers and museums.

If you ask him, he says: 'I'm simply offering a new perspective.' But his method is not a personal suggestion, it's an overt denial of existing expertise while asserting a new truth.

The man who once captivated his audience with Status Anxiety ( 2004) has his current authoritative voice about art to thank entirely on his status as a star. And there seems to be no room to put anything in perspective. At least on paper. De Botton as a speaker is an entirely different story as opening night revealed, when he elaborated on his convictions with the humour and lightness they so desperately need.

As displayed in Art Is Therapy, we are offered De Botton's written truths heavy-handedly and in conspiratorial 'we' formulations.

He believes we are burdened with 'sicknesses' for which works of art can be the 'cure'.

I'm afraid that the irony of this is missed by many and isn't intended as such either. Some of these ailments: 'I can't afford beautiful things' (beside a Chinese dish), 'What year was this painted?' (while it plainly says 1813 ).'Sex is natural', 'Kill the rich', 'I feel left out', 'No one is paying me enough attention' and to top it all off, alongside a 12th-century image of the Mercy Goddess Guanyin: 'I can't cope. I want my Mummy, even if I am 44 and a half.'

Apart from the fact that his definition of 'sickness' is rather stretched here, Botton reduces his audience to fearful creatures, hoping to find safety in a museum. It seems to me this expectation is misplaced and only leads to disappointment while - need I even say it? - at the same time it doesn't do the artwork any justice.


De Botton claims to know what 'we' are thinking. 'We've gone so far down the track of teaching ourselves about the importance of civility, we have unwittingly developed a problem aroundcertain forms of self-assertion and resistance to the demand of others': the problem that the 14th-century Japanese temple guardians, a recent purchase of the museum, have to solve for us. By Lucas van Leyden, the Dutch master of the Renaissance, the caption reads: 'If we are really honest about how we feel in museums, we must admit that quite a lot of the objects leave us cold.' What 'we' is he referring to here? Apparently De Botton wants to reassure all those people who would rather not be here: 'we often blame ourselves, but boredom offers you insight too: it's an indication that there's nothing here for you.'

What an unpleasant bunch this 'we' must be, who view the entire world from the perspective: 'What's in it for me? Right now?'

It seems to me that whoever doesn't want to know anything is free to leave. Anyone who wants to know something can find - guess what? - the original caption boards, apps, tours, workshops, lectures and the website provided by the museum, most of which are free of charge. There is something sadly populist in De Botton's tone: you don't need to know anything, just listen to your gut feeling, in fact, listen to me. The text by the library: 'We're often too timid to put ourselves in the middle of all of these revered works of art. But that's exactly the point - it's about us. You are the hero of this museum.'

Nobody gains anything by being addressed as a smurf. But De Botton seems to think so. 'You're about to walk into a room whith some very peculiar things on display.' There are glasses, jewellery, vases, model boats, armour. Very peculiar! De Botton's attempt to create some kind of controversy here is grotesque and gives both his audience and the artwork no credit whatsoever.

The perpetually sad thing is that Art Is Therapy could have also been something wonderful. The basic idea behind the exhibition is actually not bad at all. Alain de Botton's message is that art can help us to improve our lives. If this had been realised in a better way - lighter, less pushy, and with genuine interest in the art - the exhibition could have been surprising and insightful.

The study of art history in the last century has indeed placed a lot of emphasis on the formal qualities of art. Perhaps art has been set apart too much and has therefore become estranged from us. The elusive qualities that art can have - to console or inspire - have been relegated to the background. Of course art can improve on the quality of your life, but never unequivocally. And always with the visual, the form in mind.

Alain de Botton disputes this. While there is no avoiding the form if you really want to appreciate art. How was it made, what is depicted and why in this way, which materials? All adds to the meaning. It requires practicing, just like basketball and ballet dancing require practicing (both doing and watching it). It takes a long time to train an eye to distinguish quality; you need to be able to see the context. But De Botton refuses to see this or that this practicing can be a joy in itself, which can enrich the rest of your life.

Even worse: he's hardly taken a good look himself. Virtually every caption could have accompanied another picture with the same theme. The works of art are nothing more than exchangeable illustrations to him.

This is accentuated by the length of the texts. I timed them: by Woman at her Toilet (1655-60) a small painting by Jan Steen, it took 54 seconds to read the caption. And one minute and four seconds by a 13th-century statue of the Virgin and Child. And then I hadn't seen the art work yet. The two hundred texts by De Botton in the museum add up to three and a half hours of just reading, exclusive the time needed to look at anything or to walk from room to room. The exhibition doesn't in any way encourage you to look. Let alone to draw your own conclusions: one of the features that distinguishes art from propaganda and sermons.

At least the design - an idea of the Rijksmuseum, not of De Botton and Armstrong - makes the exhibition somewhat playful. The texts are displayed on something resembling enormous Post-its, loosely attached to the wall, and the catalogue is a kind of tear-away notebook that almost falls apart when you turn the first page. This emphasises the fleetingness, at the very least the temporary validity of the captions for these works of art, which will certainly survive this flight of fancy. So don't take it too seriously, they say. Yet, that is also very telling about the discomfort of the museum itself: we want him, we do, but at the same time, we don't - that Alain de Botton.

So let it be said, the exhibition Art Is Therapy is an insult three times over: for museums, for the works of art and above all for the visitor who is addressed as a childish victim and is not encouraged to look or to think. And that's exactly the opposite of what every good work of art evokes, if you make the effort. Whether amateur or connoisseur.

Translated from the Dutch by Lorraine T. Miller

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.