Column

Al vroeg ben ik van demonstraties genezen

Links America leert weer demonstreren, schreef The Washington Post. Het artikel was geïllustreerd met een foto van een reiziger die op een vliegveld zijn vuist balt, terwijl hij met zijn karretje door een haag van mensen rijdt. Keren de tijden terug van We shall overcome en van This land is your land? Ik heb er een hard hoofd in, maar als demonstreren ergens zin heeft en zou kunnen werken, dan is het wel in de Verenigde Staten. Ongetwijfeld heeft demonstreren geholpen bij de beëindiging van de Vietnamoorlog.

null Beeld De Volkskrant
Beeld De Volkskrant

Maar in de verzorgingsstaat Nederland heb ik demonstreren altijd iets potsierlijks gevonden. Al vroeg ben ik ervan genezen. Uit mijn korte studententijd herinner ik me namelijk een demonstratie, waarbij werd opgeroepen de universiteitsbibliotheek te bezetten als onze hoogleraar Daudt niet zou ophoepelen.

'Maar wat doen we', vroeg een student die ideologisch minder onderlegd was, 'als wij de bibliotheek bezetten en Daudt blijft toch gewoon zitten?'

'Dan steken wij de bibliotheek in brand', was het antwoord van de leider.

Een wereld ging voor me open. Zeg maar gerust dat ik er een trauma van heb overgehouden en dat ik sindsdien wantrouwig sta tegenover elke demonstratie.

In het begin van de jaren tachtig heb ik onder mijn raam de demonstratie tegen de kruisraketten voorbij zien trekken. Ten slotte eindigden 400.000 mensen op het Museumplein, een groot succes voor de organisatoren, maar veel heeft het niet geholpen. De kruisrakketten staan, geloof ik, nog steeds ergens in Limburg opgeslagen en de Derde Wereldoorlog is - misschien wel dankzij diezelfde kruisrakketten - nooit uitgebroken. Een paar jaar na het Museumplein hebben nog meer demonstranten ten overstaan van minister-president Ruud Lubbers hun broek laten zakken, maar toen had ik mijn geloof in demonstreren als volwassen drukmiddel al verloren.

Daarna kwam de tijd dat rechts voorzichtig het kopje opstak. Theo van Gogh wilde op het Museumplein een groot bord laten plaatsen met de tekst dat hier 'op 21 november van het jaar MCMLXXXI maar liefst 400.000 struisvogels hebben gestaan'. En zijn grote held Gerard Reve dichtte: 'Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar/ verlamde oude mensen wast, in bed verschoont/ en eten voert,/ zal nooit haar naam vermeld zien./ Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij/ vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,/ ziet 's avonds reeds zijn/ smoel op de tee vee./ Toch goed dat er een God is.'

Bij demonstraties bestaat altijd het risico dat je ineens naast iemand loopt die een bord met de kop van Stalin hooghoudt of de vlag van Hamas, of die ineens 'Dood aan Israël en de fascistische regering-Rutte!' begint te roepen. That 's all in the game. Dat schijnt Pechtold te zijn overkomen bij een demonstratie op het Malieveld, waar Trump door Nederland voor de laatste keer werd gewaarschuwd. Pechtold liep daar in de buurt van de een of ander Hamasfiguur, die godzijdank geen bom bij zich had. Wilders maakte er op Twitter meteen een nepfoto van, zoals een collage tegenwoordig heet. Hij haalde er zelfs The Washington Post mee, wat ik op zichzelf wel weer knap vond. Pechtold reageerde bedroefd en boos en twitterde terug: 'Creatief knip- en plakwerk van Geert Wilders. Helaas waren de neonazi's bij zijn manifestatie niet gefotoshopt.'

Ook een goed antwoord.

Op dat moment dacht ik dat - als reactie - de deelnemers op de sociale media elkaar zouden opjutten met een hausse aan gefotoshopte afbeeldingen waarop Wilders te zien is tussen Hitler en andere nazi's. Maar die hausse bleef uit om geen andere reden dat zulke afbeeldingen allang bestaan. Je kunt ze op internet overal en in groten getale vinden. Wilders met een Hitlersnor, Wilders die als der Führer een toespraak houdt, omringd door andere nazi-kopstukken. Wilders in SS-pak met een Davidster in plaats van een hakenkruis. You name it en het is er. Wat dat betreft staat Pechtold als slachtoffer van nepnieuws nog pas onder aan de ladder. In elk geval is de waarschuwing van Volkskrant-commentator Hans Wansink om populisme niet onmiddellijk met fascisme te vergelijken, op de sociale media voor dovemans oren gesproken.

Soms valt er wat te lachen, maar meestal is al dat pseudo-satirische getier onaangenaam om te volgen. Ik las dat een app is ontwikkeld die afbeeldingen van Trump vervangt door die van spelende poesjes. Zo'n app zou ik ook graag willen voor de televisie. Ik houd nu eenmaal ook meer van zuster Immaculata dan van Dolf Jansen.

Vergelijk rechts-populisme niet met het fascisme

Het gelijkschakelen van het populisme van Trump en zijn Europese geestverwanten met het fascisme is niet alleen misleidend. Het is spelen met vuur. Lees hier het stuk van Hans Wansink.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden