Al vijfhonderd jaar een 'fiësta': het jagen op de stier

Protesten tegen doden stier baten niet...

Van onze verslaggever Iñaki Oñorbe Genovesi

AMSTERDAM Ruim vijfhonderd demonstranten hebben afgelopen weekeinde in het Noord-Spaanse stadje Tordesillas nog geprotesteerd tegen de bloedige ceremonie met de stier. Nog eens duizenden tekenden op internet een petitie om de dood van het dier te voorkomen. Baten mocht het niet. In Tordesillas, vooral beroemd om het verdrag waarbij Spanje en Portugal in 1494 onderling de wereld verdeelden, wilden het stadsbestuur en de bewoners niks weten van een afgelasting van hun controversiële feest Toro de la Vega.

Het stadsbestuur beriep zich, net als bij eerdere protesten door dierenbeschermingsorganisaties, op het feit dat de fiësta al vijf eeuwen traditie is, door de Spaanse wet wordt gedoogd en ook nog eens geldt als een toeristische attractie van de regio. De bewoners van Tordesillas wezen erop dat de jaarlijkse ceremonie, waarbij een stier door honderden mannen te voet en op paarden met lange speren wordt opgejaagd, plaatsvindt ter ere van hun beschermheilige Virgen de la Peña.

Kritiek dat de stier onnodig en gruwelijk zou lijden – degene die hem dodelijk verwondt mag, terwijl het dier soms nog leeft, zijn staart en testikels als trofee afsnijden – werd gepareerd met de opmerking dat de stier ook de kans heeft aan zijn noodlot te ontsnappen: als hij bijtijds uit het gebied tussen de San Antolínstraat en de weide aan de overzijde van de Duero-rivier weet te ontsnappen.

Dus mocht dinsdag Valentón, een 5-jarige zwarte stier van 575 kilo, vanaf klokslag 11 uur proberen te ontkomen aan een belangstellende menigte van 30 duizend toeschouwers. Maar vooral aan een gewapende groep van driehonderd ruiters te paard en twintig mannen te voet. Lang duurde Valentóns vluchtpoging echter niet. Na slechts elf minuten werd het dier dodelijk getroffen door Antonio Rodríguez, een plaatselijke ruiter die in 2004 stier Rodanero ook al wist te vellen met zijn lange speer.

De Spaanse politieke partij voor dieren, Pacma, rouwde om de dood van Valentón en herinnerde er nog maar eens aan dat de Spaanse overheid jaarlijks 600 miljoen euro subsidie verleent aan festiviteiten waarbij dieren worden gemarteld en gedood. Dierenwelzijnsorganisatie Anpba memoreerde dat jaarlijks 60 duizend dieren gruwelijk aan hun einde komen in 65 Spaanse arena’s en bij zo’n tweeduizend dorpsfeesten.

Ruim 95 procent daarvan is stier. Niet verwonderlijk voor wie weet dat het Spaanse stierenvechtenseizoen loopt van begin maart tot eind oktober. Naast de rituele strijd tussen stier en torero zijn er ook andere spektakels die ondanks de felle protesten en strengere wetgeving tegen dierenleed voortduren. Neem de Toro de Coria, waarbij een stier door een pijltjes werpende menigte wordt achtervolgd. De Toro de Benavente, waarbij een stier een koord om zijn nek krijgt en daarna door driehonderd man door de straten wordt getrokken. Of de Toro de Medinaceli, waarbij een stier achter een menigte moet aanrennen terwijl op zijn horens bollen in brand staan.

Kleine troost voor dierenliefhebbers: in Manganeses de la Polvorosa wordt niet langer een levende geit uit de klokkentoren gegooid, maar een kartonnen exemplaar. En in Guarrate mogen ruiters niet langer met hun zwaarden over het dorpsplein rondrijden om een stel levende kippen te onthoofden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden