AL SPEEL IK DE WOESTIJN

Hij staat in De Asielzoeker, de voorstelling waarmee NTGent het seizoen opent; Wim Opbrouck werkt weer even met Johan Simons....

'Ja, enne, Luc Perceval is heel boeiend, maar Johan Simons daarentegen.. . !' Midden in zijn vergelijking van de twee theaterregisseurs verheftacteur Wim Opbrouck plotseling zijn stem. Het is een plaagstootje: Simonsis net het café naast het stadstheater van Gent binnengewandeld.

Zulke geintjes kunnen ze wel hebben. Speler en regisseur zijn hier aande Leie herenigd, na hun beider aandeel in De Leenane Trilogie (2001) overeen gewelddadige boerengemeenschap. Simons lijfde Opbrouck dit keer in voorzijn bewerking van Arnon Grunbergs roman De Asielzoeker, waarin de acteurChristian Beck speelt, vertaler van gebruiksaanwijzingen en ontmaskeraarvan illusies. Het stuk vormt de openingsvoorstelling van NTGent, het metveel ambities omgeven nieuwe gezelschap van Simons - de argwaan is ertrouwens ook: de vraag of het Vlaams theater soms wordt verhollandst is algesteld. Opbrouck: 'Hoe bekrompen kun je zijn. Velen vinden het fantastischdat Johan naar hier is gekomen.'

Om misverstanden voor te zijn: voor zowel Perceval als Simons heeft hijgroot respect. 'Zij kunnen acteurs op hun kunnen wijzen en dan zeggen: datgaan we dus nu níet doen. En je neemt het nog aan ook.'

Het is, voorzichtig gesteld, niet erg voor de hand liggend in demassieve verschijning van de acteur ('honderd kilo, het is nu eenmaal zo')de magere Beck, type kantoorklerk, uit De Asielzoeker te zien. Tel daarbijop dat Opbrouck, net vertrokken bij Percevals Het Toneelhuis in Antwerpen,te boek staat als toneelbeest met een nauwelijks te blussen energie - 'ha,met Fedja van Huêt in De Leenane Trilogie deelden we rake klappen uit, wespuugden elkaar in het begin echt in de bek'.

Simons vindt de keus niet zo verbazingwekkend. 'Wat je ziet, is eenexplosieve acteur die een imploderende figuur speelt. Dat gaat heelbijzonder worden. Wim zal klein spelen. Een kachel die gloeit, dat isvoldoende. Dat hoef je niet op te poken.'

Opbrouck maakte in Nederland indruk als acteur in Tom Lanoye'sShakespeare-marathon Ten Oorlog, waarin hij Richaar Deuzième en LaFalstaff speelde ('de revelatie', juichten de kranten). Maar in Vlaanderenreikt zijn reputatie tot ver buiten de toneelvloer. Hij nam deel aansuccesvolle satirische tv-series In de gloria en Het eiland voor de VRT,maakte zelf programma's, ramt op toetsen (vooral accordeon) in het'turbo-balorkest' De Dolfijntjes en tekent. 'Ik ben, geloof ik, eenrenaissancemens.'

Hij heeft De Asielzoeker 'met verwondering' gelezen. Het is, zegt hij,naast een reeks andere thema's waarin de moraal 'op zijn kant' wordt gezet,in de kern een existentieel liefdesdrama. Beck verzorgt zijn terminaalzieke geliefde met toewijding, ook al trouwt ze nog met een asielzoeker uitAlgerije die vervolgens bij het paar intrekt. Het is ook Beck die eenOostblokhoertje met een schroevendraaier een oog uitsteekt.

'Geweld is de grootste successtory uit de geschiedenis. Geweld is deenige manier om niet langer onzichtbaar te zijn.'

(Opbrouck als Christian Beck in De Asielzoeker)

'Het is nog niet zo eenvoudig om met honderd kilo onzichtbaar te zijn.Maar volgens Beck is een zekere onzichtbaarheid een voorwaarde voor geluk.Hij heeft zich onttrokken aan de wereld. Hij vertaalt gebruiksaanwijzingen,hè. Toen ik het boek las, zag ik ook een kantoorklerk voor me. Magere manmet brilletje. De keuze verraste me. Maar dat is het mooie van theater, envan het werken met Johan, dat je daar geen rekening mee hoeft te houden.Al moet ik de woestijn spelen, dan is het mij goed.

'Ik moet stil werken. In het hele stuk probeer ik mijn stem niet teverheffen. Dat is voor mij, als volle speler, als roomboterspeler zoalsJohan ooit zei, een hele stap. Ik probeer het al jaren, maar het lukt meniet. Ik moet mijn kracht kwijt. Honderd procent. En nu? Onbeweeglijkbijna. Ruimte voor denken.

'Want dat is het stuk. Denken, denken, denken. Hoe lang hebben we metz'n allen niet aan tafel gezeten? Moet die zin daar? Wat betekent het?Laten we het boek er nog eens bij pakken. De woorden uitspreken ging alver. Ik weet nog dat Fedja en ik in De Leenane Trilogie aan tafel al zatente spelen. Het stuk speelde zichzelf. Dit stuk speelt zichzelf níet.

'We hadden in het begin de neiging tot romantiseren. Je kunt leven metperverse hartstocht en daar beter niet schijnheilig in zijn. Dat idee.Grunberg zelf schreef een column in Humo, waarin hij op afstand watdramaturgische toelichting gaf. Denk erom: ze doen elkaar wel wat aan, daarkwam de waarschuwing op neer. Hij had een punt. Nee, het was geeneye-opener, maar we hebben er wel even bij stilgestaan.'

'Beck is een complexe man. Inconsequent in zijn denken. De zorg die hijaan haar besteedt. Zoals hij haar voet streelt. Haar zelfs uit hetziekenhuis haalt. Dat gaat heel ver. Maar ze leven al jaren zonder seks.Zij houdt van bruine mannen, hij gaat naar het bordeel en verdedigt dat ooknog tegenover haar. Het is het failliet van de liefde, maar ze blijvenpraten, op een heel intellectueel niveau. Ze blijven bij elkaar. Het is ookonvoorwaardelijke liefde. Het is geen cynisch stuk, hoewel het cynisme ersoms vanaf spat. Maar het is heel moeilijk om niet cynisch te zijn. Ik denkdat er veel zuchten van herkenning gaan komen in de zaal.'

'Het mangelt mij Messieurs aan zeggingskracht/Om te vertolken hoezeerin de wolken/Uw bede mij niet heeft gebracht. Uw roep/Als groep! - om mij,een doodgewone vent/Ovationeel op het voortoneel te halen/Voor - tja, voorwat? Een encore? Een Grande Finale? Weet: ik betreed de bühne sansrancune.'

(Opbrouck als Richaar Deuzième in Ten Oorlog)

'Het was mijn idee om daar bloot te gaan staan. De abdicatie, deonttroning. Hoe kun je dat mooier neerzetten dan zo. Ik ben geen uitvoerendacteur, nee. Als mij was gevráágd daar naakt te verschijnen was ik devolgende dag opgekomen in een pak met wel honderd lagen. Dat doe ik graag.Een tegenzet, en van daaruit vertrekken voor een tocht vol verrassingen.Ik ga graag mee in de droom van de regisseur, of de ploeg, zonder mezelfte verloochenen. Maar wel met volledig engagement.

'Ik kan schaamteloos zijn, ja. Er zijn geen grenzen. Voor In de Gloriahadden we een scène over partnerruil. We improviseerden. Bij mij gingenalle remmen los. Vuilbekkerij, handtastelijkheden; you name it, alles. Man,man.

'Na afloop zei de regisseur: Wim, dit gaan we niet uitzenden. Ik begrijpdat. Ik werk vaker op die manier. De methode aanbouwkeuken. Kot na kot nakot neerzetten. En dan alles wegsmijten, zodat een eenvoudige vormoverblijft. Maar ik kan alleen zo ver gaan als de voorwaarden er zijn.Onderling respect in de groep. Ik wil me veilig voelen in het huis, hethuis moet je twijfels kunnen wegnemen. Je moet elkaar in de onderbroekkunnen kijken.

'Pas op: ik ben geen ongecontroleerd speelbeest. Genuanceerd enmuzikaal spelen, dat wil ik. Maar ik benoem de dingen niet graag. Als ikzeg: als ik moet huilen dan denk ik aan mijn kinderen en dan stel ik voordat ze zijn verongelukt, dan verlamt mij dat. Ik weet ook niet altijd hoehet zit, hoe het komt. Het mysterie van het acteren moet soms maar gewoonin stand blijven.

'In het normale leven ben ik juist snel gegeneerd. Ik ben al blij alsik niets hoef. Maar als je accordeon speelt, is het gevaar groot dat jesnel wordt gevraagd voor bruiloften en partijen. Of, erger nog, het: Wim,zing eens iets! Zing eens iets! Dan gaat het niet. André Hazes lukte hetook niet, zo.

'Acteren is mijn beroep. Thuis heb ik een diploma liggen. Maardaarnaast wil ik ook mijn ei kunnen leggen. De ene dag Shakespeare, devolgende dag voor de tv interviews met vrouwen op leeftijd over de liefde,en 's avonds accordeon op een bierbak in het café. Disciplines vermengen.Jezelf voortdurend wakker schudden. Als het maar geloofwaardig blijft.Uiteindelijk komt het neer op een zoektocht naar schoonheid. Er schuilt eenestheet in mij. Ik voel me toch meer kunstenaar dan acteur.

'Natuurlijk is het gevaar: alweer die Opbrouck! Overal Opbrouck. Moetu niet kiezen, is vaak de vraag. U doet zo veel! Doet u het niet half, dan?Ik heb er wel eens wakker van gelegen, ja. Overexposure. Of, nog zo'nstempel: de vleesgeworden drempelverlaging. Als Opbrouck meedoet, dan wordthet leuk. Lachen. Gezelligheidsdier. Maar dan heb ik gedacht: en dan? Endan? Ik ben er trots op wat ik heb gemaakt. Ik ben nog altijd gulzig. Deangst dat het stopt, is groter.

'Praat me niet van drempelverlaging. De argwaan in Vlaanderen tegencultuur groeit. Het kost maar geld, en er komt geen kat; dat is de opinietegenwoordig. Het is onzin. Ik zie volle zalen. Natuurlijk, er is gepruts,er zijn mislukkingen. Maar besef dat het niet altijd lukt. Hou ruimte vooravontuur. Die domme vraag vaak: is dit nu kunst? Dat een acteur masturbeertop het podium moet hij zelf weten, maar ík hoef hem niet te betalen, zeilaatst een Vlaams politicus. Van dat soort opmerkingen krijg ik stenenkloten.'

'Ek heb verleden week nen eproep hedaan aan de moakers van televisie daze ne keer moeten stoppen met de West-Vlaming t'ondertiteln. Ek zeh, ekgaan ne keer kieken nor mien cassette da'k doar ephezonden hem. En wazien'k? De lelijkoards, ze'hn den hele boel ondertiteld! Terwijl ek dorstoa te zehhen dazze 't juste nien moeten doen! Ze'hn mien doar skonebelahhelik hemokt.'

(Opbrouck als Gerrit Callewaert uit Bavikhove, deelgemeente vanHarelbeke, in In de Gloria)

'Met die Callewaert wilde ik de kleine zielige mens neerzetten. Zo'nklagertje. Maar zo gaat dat met tv: ineens was ik voorvechter.Belangenbehartiger van West-Vlaanderen. Nou ja, die ondertiteling is welhet verst van mijn zorgen.

'Ik woon in Bavikhove. Ik ken de stereotypen: West-Vlamingen, dat zijnharde werkers, Bourgondiërs en geld, geld, geld. Ik geloof er niet zo in.Toen ik klaar was met mijn opleiding aan Studio Herman Teirlinck inAntwerpen, wilde ik zo snel mogelijk terug. Er was weer een verlangen naarauthenticiteit van mensen. Het viel eerlijk gezegd een beetje tegen. Ikdenk dat ik zelf ook romantiseerde. Ik ben niet zo'n stadsmens, dat is hetmeer.

'No pain, no gain. Eerst lijden, dan het genot. Dat heb ik wel. Ikvertrek vaak in depressie, en kom aan in euforie. Het is een trucje,natuurlijk. Zo van: het kan alleen maar beter worden. Afzien ook. Die langevoorstellingen, ik vond het heerlijk. Ik smijt me er graag in. Ten Oorlog,twaalf uur, De Leenane Trilogie, vijf, zes uur, Macbeth vier uur. Na afloopgebutst en gekraakt. Vaak moest ik op zondag vroeg weg. Dan reed ik tussende wielertoeristen. Dan voelde ik me een van hen. Flandrien, ja. Toch wel.

'In dit Texas van Vlaanderen is het niet zo vanzelfsprekend dat jekiest voor cultuur. Mijn vader was onderwijzer, mijn moederverpleegkundige. Ik kan het beslissende moment aanwijzen. Ik was twaalfjaar en had me aangemeld om als figurant mee te lopen in een Fellini-stoetdoor Kortrijk. Het was een project van de groep Radijs rond acteur Jossede Pauw. Ik kwam de speelplaats op en zag de spelers bij elkaar aan tafel.Met van die hoeden op, gedraaide sigaretten, op blote voeten. Daar wil ikbij horen, dacht ik. Ik wil ook aan die tafel zitten. We moesten de DikkeMadam uit de stoet op een troon door de stad dragen. Het was vernederend.Ik dacht ook: dit nooit meer. Nooit meer figurant. Ik wil voortaan op diestoel.

'Harelbeke, 1969, ja. Voilà, je hebt de waarheid nu. Ik heb wel eensgespeeld met mijn geboortejaar in interviews. Ik word vaak ouder geschat,de veertig voorbij. Dat is verschrikkelijk. Vernederend, eigenlijk. Vroegrijp, vroeg rot. Ik ben er te ijdel voor. Zoals iedere acteur, denk ik. Ikwil mooi zijn. Dat is belangrijk. Elegantie, souplesse. Het is juist mijngrote schrik om met honderd kilo lomp te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden