Al sinds haar 25ste zit Fleur dagelijks met terroristen om tafel

Ze bemiddelt in de lastigste en hardnekkigste conflicten ter wereld, meestal in het geheim. Politicoloog Fleur Ravensbergen vertelt er voor het eerst uitgebreid over.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Het loopt tegen het eind van de ochtend als Fleur Ravensbergen een sms krijgt. 'Als ik jullie was, zou ik rond twaalf uur 's middags afstand houden van het voertuig voor jullie.'

De afzender van het bericht is een van de leiders van de Irish National Liberation Army (INLA), de paramilitaire organisatie die decennialang bloedige aanslagen pleegde in het Verenigd Koninkrijk in de strijd voor een onafhankelijk Noord-Ierland.

Het is februari 2010 en de INLA heeft die ochtend de wapens ingeleverd onder toezicht van Ravensbergen en haar collega's van de Dialogue Advisory Group. Een beladen moment, de ontwapening is het slotstuk van een onderhandelingsproces dat sinds de jaren negentig loopt.

Ravensbergen - dan 26 jaar - is de laatste maanden intensief betrokken geweest als bemiddelaar. Ze heeft vele uren doorgebracht met de INLA-voorman om de laatste details rond te krijgen.

Nu rijdt een konvooi van het leger terug naar de basis om daar, volgens afspraak, de wapens direct te vernietigen. Als onafhankelijke partij zullen Ravensbergen en haar collega's daarop toezien. Dus rijden ze die ochtend in een legervoertuig achter het konvooi aan. De reis is niet zonder gevaar: tussen de wapens zitten oude, instabiele explosieven die spontaan tot ontploffing kunnen komen.

What the fuck, denkt Ravensbergen als ze het smsje leest. Vanmorgen was ze nog zo opgelucht dat het allemaal gelukt was. Deze wapens gaan niemand meer doden. Gaat INLA nu alsnog op die knop drukken?

Een paar tellen later realiseert ze zich: het is een grap.

De INLA-voorman houdt haar voor de gek. Er gaat niets ontploffen. 'Het was leuk bedoeld, maar ik kon er op dat moment niet om lachen.'

Het is een van de vele bizarre situaties waarin Ravensbergen (1983) de afgelopen negen jaar belandde. Als medeoprichtster en onderdirecteur van de Dialogue Advisory Group (DAG), een Nederlandse stichting die bemiddelt bij gewapende conflicten, was ze behalve in Noord-Ierland actief in onder meer Irak, Libië en de Democratische Republiek Congo. Vorige maand nog was ze als toezichthouder verantwoordelijk voor de ontwapening van de Baskische terreurbeweging ETA.

Twee ontwapeningen in een paar jaar tijd: een opmerkelijke prestatie voor een kleine, onbekende organisatie uit Amsterdam. Wereldwijd zijn er vijf vergelijkbare organisaties die, net als DAG, op hoog niveau bemiddelen tussen strijdende groeperingen. Meestal betekent dat jarenlang onderhandelen zonder concreet resultaat. Tot een ontwapening komt het zelden.

Een opmerkelijke prestatie ook voor Ravensbergen. Het aantal vrouwen dat op dit terrein en op dit niveau opereert, is op één hand te tellen. Meestal is de Amsterdamse de enige vrouw aan de onderhandeltafel, al is het maar omdat ze vaak moet aantreden in gebieden waar vrouwen weinig te zeggen hebben.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Tot nu toe bleven Ravensbergen en haar collega's bewust zoveel mogelijk buiten de media. Daar is hun werk bij gebaat. 'We spreken vaak met mensen die politiek gevoelig liggen. Dan is het prettig als je niet zo zichtbaar bent.'

Toch wil de bemiddelaar nu aan de Volkskrant voor het eerst meer vertellen over haar werk. Al blijft ze op haar hoede: de lopende onderhandelingen mogen niet in gevaar komen. 'Ik zie het als een experiment. Het werk dat wij doen is waardevol, ik wil daarover vertellen.'

DAG is een kleine organisatie, er werken maar tien mensen. Toch hebben jullie al twee ontwapeningen gedaan. Hoe gaan jullie te werk?

'We hebben geen vaste methode, geen stappenplan. Dat maakt dit werk moeilijk uit te leggen. Belangrijk is dat we onconventioneel zijn. Onze directeur, Ram Manikkalingam, komt uit Sri Lanka. Daarmee heeft hij in gebieden waar negatieve denkbeelden heersen over het Westen al een streepje voor.

'Ram en ik werken veel samen. We vormen in dit wereldje een bijzonder duo: een bruine man en een witte vrouw. Als we ergens voor het eerst komen, kunnen mensen ons moeilijk plaatsen. Dat helpt, want daardoor worden we sneller als neutraal gezien - we horen nergens bij. Verder werken we vrij informeel. Ram maakt slechte grappen. Als we in Turkije zijn, vraagt hij constant om Griekse koffie. Best flauw, maar het stelt mensen op hun gemak.'

In de kern, zegt Ravensbergen, komt haar werk neer op relaties onderhouden en eindeloos praten met verschillende belangengroepen. Er wordt vaak uren achtereen overlegd in chique hotels, maar ook in schimmige cafés of op schuilplaatsen van rebellen, diep in de jungle. Meestal beginnen die bemiddelingspogingen met een uitnodiging van een partij die betrokken is bij het conflict, zoals een regering of een andere onderhandelaar.

De stichting krijgt financiële steun van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en ook van onder andere Noorwegen, Duitsland, Ierland en Finland.

Ravensbergen en haar collega's pakken de 'allerlastigste en hardnekkigste conflicten aan, waar anderen van weggelopen zijn', zegt Brian Burgoon, lid van de raad van bestuur van DAG en hoogleraar politieke economie aan de Universiteit van Amsterdam.

Ze praten met groeperingen waar overheden en de Verenigde Naties niet mee om tafel willen of mogen zitten, omdat het gaat om (al dan niet vermeende) terroristische organisaties. De club van Ravensbergen kan dat wel, al moet dat meestal in het geheim gebeuren. Contact met gewapende groepen of extremisten is in de landen waar ze werken vaak controversieel en soms strafbaar.

'In Spanje was het contact met de ETA erg ingewikkeld', zegt Ravensbergen. 'Ze hebben daar strenge terrorismewetgeving. Je mag er van tevoren geen weet van hebben dat je iemand gaat ontmoeten van de ETA. Anders moet je het aan de autoriteiten melden.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

Om binnen de wet te blijven, sprak Ravensbergen bijvoorbeeld af met mensen die niet officieel bij de ETA horen, maar er wel aan gelieerd zijn. 'We zorgden ook dat we van tevoren niet wisten met wie we een ontmoeting hadden. Je spreekt met iemand af op de hoek bij het café die je weer in een auto zet, waarna je moet overstappen op een andere auto en nog een. Net zo lang tot je geen idee meer hebt waar je bent.'

Als het contact eenmaal gelegd is, is het een kwestie van duidelijk zijn. 'Wij zijn niet van het ouwehoeren. We vertellen een groepering wat we ze kunnen bieden en wat ze van ons mogen verwachten.'

Bij de onderhandelingen met de ETA betekende dat bijvoorbeeld dat Ravensbergen haar gesprekspartners mededeelde dat ze er goed aan zouden doen hun wapens in te leveren en dat ze er niets voor terug zouden krijgen.

'Zo'n boodschap wordt in ijzige woede ontvangen. Het heeft lang geduurd voor de ETA het inleveren van de wapens überhaupt als gespreksonderwerp zag. Het punt is: als ik met jou over zoiets praat en ik maak je boos, verwacht ik niet dat je een pistool op tafel legt. Dat kan met een lid van de ETA natuurlijk wel gebeuren.'

Door eerlijk en realistisch te blijven, zegt Ravensbergen, win je uiteindelijk het vertrouwen. 'Ik zeg altijd: wij zijn geen machtige organisatie, wij hebben geen leger of geld. Maar we hebben wel veel ervaring met dit soort situaties en goede contacten met overheden die ons vertrouwen.'

De ETA kreeg niets terug voor het inleveren van de wapens. Waarom deden ze het toch?

'In de eerste plaats was de ETA al behoorlijk verzwakt door succesvolle acties van de Franse en Spaanse politie en veiligheidsapparaten. Bovendien is er onder de Baskische bevolking de laatste jaren steeds minder steun voor wat ze doen. Er zijn inmiddels politiek partijen met Baskisch nationalistische ideeën, die wel steun krijgen. Er is dus een geweldloos alternatief.'

Aan de andere kant: de ETA kan zonder veel moeite weer nieuwe wapens kopen. Hoe zinvol is een ontwapening?

'Het is absoluut waar dat dit soort organisaties aan nieuwe wapens kan komen. En er zijn ongetwijfeld mensen binnen de ETA die het er niet mee eens zijn. Toch is het een belangrijke stap. Het gaat erom dat deze mensen voor zichzelf besluiten: we willen verder zonder geweld. Omdat ze dat ook openlijk zeggen, is teruggrijpen naar geweld niet makkelijk; dat betekent gezichtsverlies.'

Volgens directe collega's en vakgenoten is Ravensbergen goed in haar werk omdat ze analytisch is. Ze begrijpt snel hoe een conflict in elkaar zit en wat de belangen zijn. Ook met haar sociale vaardigheden heeft ze succes. 'Ze heeft een hele lieve manier van doen. Letterlijk ontwapenend', zegt hoogleraar Burgoon, die veel met haar samengewerkt heeft.

'Tegelijkertijd is ze heel scherp.' Een paar jaar geleden organiseerde DAG een bijeenkomst in Amsterdam voor conflicterende partijen uit de Iraakse stad Kirkuk. 'We zaten met elkaar in een zaaltje en de sfeer was heel gespannen', zegt Burgoon. 'Sommige aanwezigen zaten naast hun grootste vijanden. Ze vlogen elkaar nog net niet naar de keel.'

Toen Ravensbergen binnenkwam, veranderde dat. 'Ze vroeg aan mensen hoe hun hotel was, of de koffie lekker was. Dat lijkt oppervlakkig, maar je zag hun weerstand voor je ogen smelten. Direct daarna vroeg ze wie de volgende premier van Irak zou worden. Dat is in die regio in feite het grote ruziepunt. Ze schakelt snel om. Dat is ontzettend knap.'

Daarbij staat de bemiddelaar bekend als iemand die risico's durft te nemen. 'Een paar jaar geleden wilde ze praten met een extreem gewelddadige rebellenorganisatie in de Democratische Republiek Congo', zegt een collega die bij een vergelijkbare organisatie in Europa werkt en niet met zijn naam in de krant wil. 'Ik heb dat sterk afgeraden. Ze ging toch, dat zegt veel over haar.'

Volgens collega's maakt u uw eigen veiligheid soms ondergeschikt aan het hogere doel. Waarom bent u zo gedreven?

'Ik denk niet dat ik roekeloos ben. Ik denk na over mijn veiligheid en ga niet zomaar ergens heen. Maar uiteindelijk bevind ik me weleens in onveilige situaties, ja. Afgelopen week was ik in Najaf, een heilige stad in Irak voor de sjiieten en dus een belangrijk doelwit voor IS. Ik stond daar als witte vrouw, dat was een best gevaarlijke situatie. Maar soms is dat nodig.

'Sinds ik twee jonge zoontjes heb, ben ik me meer bewust van de risico's. Als er eerder iets met mij was gebeurd, was dat natuurlijk heel heftig geweest voor mijn man en mijn familie. Nu betekent het dat mijn zoons geen moeder meer hebben. Als ik daaraan denk, is geen enkel risico acceptabel.'

Toch zat u vorige week in Irak.

'Dat is lastig uit te leggen. Ik heb geen doodswens, maar ik denk soms wel: er zijn zaken waar je geen controle over hebt. Het is belangrijk om vandaag de dingen te doen waar je achter staat als je in die positie zit.

'Dat heeft ook te maken met mijn achtergrond. Mijn oma was Joods. Ze had een Nederlandse vader, daardoor behoorde ze tot het rijtje Joden dat onder aan het lijstje van de Duitsers stond. Ze zijn aan haar nooit toegekomen, maar het grootste deel van haar familie heeft het niet overleefd.

'Als meisje bladerde ik door de fotoboeken van mijn oma met kruizen door de familieleden die het niet hadden overleefd. Ze had het vaak over een waterscheiding: er zijn niet veel mensen die overeind blijven als het erop aan komt. Dat heeft indruk gemaakt.'

Tijdens haar master politicologie aan de Universiteit van Amterdam leerde Ravensbergen Ram Manikkalingam kennen, die als gasthoogleraar politicologie haar scriptie begeleidde. Na haar afstuderen, eind 2008, benaderde hij haar om samen een organisatie op te richten die zou bemiddelen in gewapend gebied. 'Hij vroeg mij omdat we elkaar goed aanvullen. Ram is goed in intuïtie, ik blijf vaak koel en rationeel. Als student durfde ik duidelijk te zeggen als ik het niet met hem eens was. Dat waardeert hij.'

Manikkalingam had al ervaring met gewapende conflicten. Als Tamil adviseerde hij rond de eeuwwisseling de Sri Lankaanse president tijdens vredesbespreking met separatistenbeweging Tamil Tijgers. Ravensbergen: 'Voor mij was alles nieuw. Ik was 25 en we gingen meteen naar Irak om daar met Koerden, Turkmenen en Arabieren te praten over onderlinge spanningen. Dat was zwaar, maar al gaande leer je het best.'

U praat soms met mensen die verschrikkelijke dingen hebben gedaan. Hoe is dat?

'Dat went nooit. Ik kwam in Noord-Ierland voor het eerst in zo'n situatie. Ik zat daar in de pub met een van de van leiders van een gewapende groep. We spraken elkaar veel in die tijd, dan vraag je ook naar gewone dingen: hoe gaat het thuis, waar ben je mee bezig?

'Op een gegeven moment staken we een sigaret op en vertelde hij over een grote aanslag waar hij bij betrokken was, waar veel mensen bij om het leven waren gekomen. Ik vroeg hoe dat geweest was. Toen zei hij dat hij destijds gewild had dat de explosie nog meer schade had aangericht.

'Dat maak ik best vaak mee. Mensen vertellen de meest heftige dingen. Op zo'n moment blijf ik rustig en dringt het niet echt tot me door. Pas later kan ik wakker liggen van die verhalen.

'De kunst is om mensen niet te vereenzelvigen met hun daden. Zo'n man die een aanslag pleegt, is natuurlijk verantwoordelijk voor zijn daden, maar ik realiseer me ook: ik heb een ander leven geleid, ik heb nooit in een situatie gezeten waar geweld de norm is. Ik zie de mensen met wie ik praat niet als fundamenteel andere wezens dan jij en ik. Dat maakt veel verschil in dit werk, mensen merken dat aan me.'

Wat hoopt u nog te bereiken?

Lachend: 'Wereldvrede. Dat is natuurlijk een verschrikkelijk miss-universe-antwoord, en op de meeste plaatsen waar ik actief ben niet realistisch. Ik vraag me eerlijk gezegd af of ik in mijn carrière überhaupt nog een ontwapening mee ga maken.

'Maar als ik de komende jaren iets kan bijdragen in het Midden-Oosten waardoor het in landen als Irak en Libië net iets minder uit de hand loopt, dan teken ik daarvoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden