Al Qaida zeer actief in Irak... én in Syrië

Al Qaida heeft zichzelf deze week wederom in de schijnwerpers geplaatst met een golf van aanslagen in Irak, waarbij ten minste 112 mensen de dood vonden.

AMSTERDAM - In combinatie met de dreigementen die de leider van de Iraakse tak van Al Qaida (AQI) eerder deed uitgaan op jihadi websites, duidt dit op een hernieuwd zelfvertrouwen. De tijd is rijp om de machtsbasis in Irak te herveroveren, stelt AQI openlijk.

De aanslagen maandag vonden vrijwel alle plaats in de voormalige thuisbasis van AQI, de regio ten noorden van de hoofdstad Bagdad. 'Wij keren terug naar ons bolwerk', zei AQI-leider Abu Bakr al-Baghdadi in een audioboodschap. AQI poogde Irak na zijn oprichting in 2004 in een burgeroorlog te storten met grote bloedige aanslagen op vooral de sjiitische bevolking. De AQI-strijders werden in 2008 verdreven door de Amerikanen en hun soennitische bondgenoten.

Opvallend was dat Al-Baghdadi ruim de helft van zijn 33 minuten durende toespraak wijdde aan het gewapende verzet in Syrië tegen het regime van president Assad. 'Onze mensen daar leren de wereld de principes van moed en heilige oorlog', aldus Al-Baghdadi. Al langer gaan geruchten dat de Syrische rebellen van het Vrije Syrische Leger (FSA) bijstand krijgen van AQI-strijders.

Het hoofd van de Amerikaanse Nationale Inlichtingendienst James Clapper verklaarde in februari dat zijn organisatie sterke aanwijzingen had dat AQI vier bomaanslagen heeft gepleegd op overheidsgebouwen en bases van Assads veiligheidsdiensten in Damascus en Aleppo. Daarbij werden 70 mensen gedood.

De burgeroorlog tussen de overwegend soennitische rebellen en het alawitische regime in Syrië wakkert de sektarische spanningen in de hele regio aan. Miljoenen Irakezen vluchtten na de door de VS geleide inval in hun land in 2003 naar Syrië. Vanwege het toenemende geweld daar steken velen nu de grens naar Irak weer over, met in hun spoor een enorme stroom Syriërs die in Irak een veilig heenkomen zoeken. Onder hen zijn soennieten én sjiieten.

De grote vraag is of de Iraakse overheid dit alles in goede banen kan leiden. De grens met Syrië is poreus: jihadisten hebben geen moeite van Syrië naar Irak te gaan en andersom. Vooral sinds het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak, december vorig jaar, is het geweld flink toegenomen, met afgelopen maandag als nieuw dieptepunt.

In Bagdad zijn sjiieten, soennieten en Koerden in een politieke machtsstrijd verwikkeld. De soennitische vicepresident Tariq al-Hashimi zit sinds begin dit jaar ondergedoken bij de Koerden in Noord-Irak. De sjiitische premier Al-Maliki beschuldigt hem ervan sjiitische overheidsfunctionarissen te hebben laten vermoorden. De Iraakse Koerden weigeren Al-Hashimi uit te leveren; zij hebben ruzie met de centrale regering over lucratieve oliecontracten die ze hebben afgesloten. De Koerdische regering die volledige autonomie nastreeft, weigert Bagdad te laten meedelen in de winsten uit die contracten met ExxonMobil en Chevron.

Tot ergernis van de overwegend sjiitische regering in Bagdad verlenen de Koerden ook onderdak aan soennitische Syrisch-Koerdische strijders. Dinsdag verklaarde de Koerdische president Barzani in een interview met Al Jazeera dat zijn regering de strijders voorziet van wapens en financiële steun om het regime van Assad ten val te brengen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden