Al Qaida doodt belangrijkste sjeik Irak

De voornaamste soennitische bondgenoot van de VS in de roerige Iraakse provincie Anbar is donderdag gedood bij een bomaanslag....

Van onze verslaggever Henk Müller

Zijn auto werd opgeblazen. Behalve Abu Risha kwamen twee lijfwachten om het leven. Voor de regering-Bush was Abu Risha tot symbool en inspiratiebron geworden hoe Al Qaida in Irak te bevechten. Abu Risha overleefde eerder dit jaar twee pogingen om hem te doden. Zo blies in juni een zelfmoordenaar zich op in de lobby van het Mansour-hotel in Bagdad, waar soennitische stamleiders voor overleg bijeen waren. Er vielen dertien doden.

Abu Risha was daarna op zijn hoede, maar reisde de laatste tijd vaker in de roerige provincie omdat hij meende dat de veiligheidssituatie beter was geworden. Al Qaida heeft de aanslag op de sjeik opgeëist. Vlak na de aanslag verschenen op jihadistische websites berichten waarin de dood van ‘een van de grootste varkens van de kruisvaarders’ werd bejubeld.

Vanwege zijn samenwerking met de Amerikanen was Abu Risha talloze keren door Al Qaida in het Tweestromenland en andere militante groepen met de dood bedreigd. Hij gold inmiddels als doelwit nummer 1 voor de terreurorganisatie.

De Amerikaanse commandant Petraeus noemde tijdens zijn getuigenissen deze week voor Senaat en Congres over de militaire situatie in Irak de verbeterde veiligheidssituatie in Anbar als voorbeeld hoe het geweld van de opstandelingen in Irak viel te beteugelen. Daarbij had Abu Risha een sleutelrol gespeeld.

Opstandelingen maakten tot voor kort de dienst uit in Anbar waar ze de ‘Islamitische Staat Irak’ uitriepen. ‘Een jaar geleden was de provincie politiek verloren’, zei Petraeus deze week. Nu was de provincie ‘een model van wat er gebeurt als plaatselijke sjeiks en burgers besluiten Al Qaida het hoofd te bieden en zijn Taliban-achtige ideologie te verwerpen’. En Abu Risha was het gezicht van dat nieuwe Iraakse model waarin soennitische stamleiders het voortouw namen om hun krachten te bundelen tegen militanten. De stamleden volgden de leiders traditiegetrouw.

President Bush bezocht anderhalve week geleden de provincie Anbar om er sjeik Abu Risha te ontmoeten op de luchtmachtbasis Al Asad, waar hij zijn steun uitsprak voor de sjeik.

Vrede en veiligheid zouden zich vanuit de eens zo gewelddadige provincie over Irak kunnen verspreiden, aldus Bush. In de sjeik vond hij een modelbondgenoot.

Abu Risha was de leider van een confederatie van stammen – de Heilsraad van Anbar – die de strijd aanbond tegen de radicale militanten van Al Qaida en hun aanhangers (vaak Arabieren van niet-Iraakse herkomst).

De stammen waren eind vorig jaar de nietsontziende gewelddadigheid en islamitische scherpslijperij beu en sloten een verbond om de militanten aan te pakken. De Amerikanen steunden daarop dit initiatief van de stammen met geld en wapens. Het leidde tot aanmerkelijk minder geweld. Petraeus memoreerde deze week hoe gunstig de cijfers afgelopen maand, 200 aanvallen, afstaken bij die van oktober vorig jaar met 1.350 aanvallen.

De sjiieten in Irak keken en kijken intussen met grote bezorgdheid naar de hoeveelheid geld en wapens die de VS met gulle hand gaven aan militanten die zich nu opwierpen tot anti Al Qaida-strijders. De sjiitische premier Al-Maliki verzette zich zelfs openlijk tegen deze Amerikaanse strategie.

De sjiitische leiders in de regering wijzen daarom ook de eis van Washington af om hun milities te ontwapenen. Uit vrees dat soennieten na het vertrek van de VS volop bewapend blijken.

Volgens Abu Risha was daar geen reden voor. Vorige week zei hij dat het om de veiligheid van heel Irak ging. ‘Ik hoop dat we in alle provincies in Irak kunnen doen wat we in Anbar deden’. President Bush deelt die verwachting. Hij kondigt vandaag aan dat 5700 van de 21.500 extra manschappen voor het einde van het jaar terug mogen.

De sjeik vond vlakbij zijn huis de dood. Volgens de politie had hij donderdag eerst een groep armen in zijn woning ontvangen om het begin van de ramadan te vieren. Vermoedelijk heeft een van de gasten de bom toen geplaatst.

Nog geen twee weken geleden schudde de Amerikaanse president Bush de hand van Abdul-Sattar Abu Risha, een prominente Iraakse soennitische leider in de provincie Anbar. Donderdag kwam de sjeik om het leven bij een aanslag vlakbij zijn huis. (AP) Beeld AP
Nog geen twee weken geleden schudde de Amerikaanse president Bush de hand van Abdul-Sattar Abu Risha, een prominente Iraakse soennitische leider in de provincie Anbar. Donderdag kwam de sjeik om het leven bij een aanslag vlakbij zijn huis. (AP)Beeld AP

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden