'Al Qa'ida stelt niets meer voor'

De aanslagen in Turkije zijn gepleegd door een lokale groep die de vlag van Al Qa'ida gebruikt, meent Alain Chouet, een Franse terrorisme-expert....

Van onze correspondent Fokke Obbema

Na zijn studie Arabisch rolde Alain Chouet in het inlichtingenwerk. Als 'defensie-expert' was hij verbonden aan de Franse ambassades in Libanon, Syrië en Marokko. Vorig jaar sloot hij zijn carrière af als hoofd onderzoek van het ministerie van Defensie, tegenwoordig woont hij op een afgelegen plek in Zuid-Frankrijk. Daar windt de 57-jarige Chouet zich op over 'de oorlog tegen het terrorisme'.

Wanneer de Britse minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw in de aanslagen van Istanbul 'alle kenmerken van Al Qa'ida' ziet, is Chouet het fundamenteel met hem oneens: 'Natuurlijk is er een link tussen deze aanslagen en de Britse aanwezigheid in Irak. Alle bondgenoten van de VS vormen een doelwit. Maar daarmee is nog niet gezegd dat er een band bestaat met Al Qa'ida. Uiteraard gebruiken lokale terroristen die naam om aandacht te trekken.'

Chouet somt tal van redenen op waarom Turkse fundamentalisten hun land willen destabiliseren, een analyse van binnenlandse problemen die hij ook paraat heeft voor de aanslagen op Bali en in Casablanca: maatschappelijke onvrede. Maar de aandacht daarvoor verdwijnt in het licht van een wereldwijde strijd tegen het terrorisme.

'Het maakt nogal een verschil of je denkt dat je tegen een wereldwijde tegenstander moet strijden of tegen lokale groepen. In het eerste geval concentreer je je op hun beweegredenen, netwerken en middelen. Maar als je vooral met lokale groeperingen te maken hebt, moet je je ingraven in de situatie ter plekke en per land een andere strategie kiezen.'

Chouet signaleert nog twee ongewenste effecten door 'de mythe van Al Qa'ida'. 'Je maakt het de lokale groeperingen gemakkelijker om mensen te rekruteren: uiteraard zeggen die een relatie met Al Qa'ida te hebben, ook al kennen ze niemand ervan. Bovendien bestaat het gevaar dat je een stimulans geeft aan wat er nog van Al Qa'ida bestaat en werk je in de hand dat geestverwante moslims alsnog contact met elkaar gaan zoeken.'

Vooralsnog stelt Al Qa'ida vrijwel niets meer voor, zegt Chouet. 'Al Qa'ida is na de oorlog tegen Afghanistan niet helemaal vernietigd, er bestaan nog wat resten in met name Pakistan en er zijn nog wat ondergeschikte figuren in Irak, maar het is niet meer een organisatie die de kracht heeft om zelf aanslagen te plegen.'

In de ogen van Chouet is Al Qa'ida altijd overschat. 'Natuurlijk was ''11 september'' erg spectaculair, maar het was helemaal niet zo'n geavanceerde operatie als wel is gesuggereerd. Je had geen ingewikkeld netwerk nodig, weinig geld, geen wapens en een paar mensen die een beetje moesten kunnen vliegen. Wat ik wel echt indrukwekkend vond, was dat ze twintig mensen bereid hadden gevonden om collectief zelfmoord te plegen. Wil je één man ervan overtuigen dat te doen dan kost je dat weken. Twintig, dat is een kwestie van jaren.'

Spiegelbeeldig zijn ook jarenlange investeringen nodig voor de bestrijding van terrorisme, weet Chouet. Dat geldt zeker voor infiltreren op het zuidelijk halfrond, waar het voor westerse inlichtingendiensten extra gecompliceerd is hun weg te vinden. 'Om terrorisme echt te bestrijden, moet je al ver voor de daad op de hoogte zijn van de netwerken, van invloedssferen en van ideeën. Of je wint of verliest wordt al op een heel vroeg tijdstip bepaald, niet rond de daad zelf.'

Onbegrip daarvoor bij politici noemt Chouet 'een grote frustratie' tijdens zijn carrière. 'Als je de oorzaken van bepaalde daden van nu wilt begrijpen, had je tien jaar geleden in moskeeën in Pakistan moeten infiltreren. Ik heb dat ook voorgesteld, maar dat interesseerde de politiek destijds niet. Ik wilde vechten tegen ideeën, maar in ons westerse veiligheidsdenken is alleen plaats voor strijd tegen daden.'

De aandacht voor wat zich in moskeeën afspeelt, is wel toegenomen, zoals er ook pogingen tot onderzoek naar geldstromen van terroristische organisaties worden gedaan. Chouet juicht dat toe maar meent dat de benadering van het vraagstuk te eng is. 'Het onderzoek richt zich op terroristische daden. Maar daarnaast is er een veel bredere, legale geldstroom die veel interessanter is - geld waarmee mensen worden opgeleid en scholen worden betaald. Daar moet vooral onderzoek naar worden gedaan.'

Chouet deed dat en kwam uit bij Saudi-Arabië. Al Qa'ida mag dan geen wereldwijde financier van terrorisme zijn, Saudi-Arabië komt in zijn ogen eerder voor die kwalificatie in aanmerking. 'De Saudi's willen alle mosliminstituten in de wereld binnen hun invloedssfeer hebben en dus gaat er geld naar culturele en sociale instellingen en scholen. Maar ze hebben geen idee waar hun geld precies voor wordt gebruikt. Dat is heel ernstig.

'Iran financierde ook lang terroristische activiteiten, maar beheerste die geldstroom: toen men besloot ermee te stoppen, was het ook echt afgelopen. Dat is bij de Saudi's niet het geval. Die ontberen een goede inlichtingendienst.'

Saudische betrokkenheid vermoedt Chouet ook in het geval van de aanslagen in Turkije. 'Saudisch geld ging altijd al die kant op en was ofwel voor Turkije zelf bestemd, ofwel voor de rebellen in Tsjetsjenië. Ik zou niet durven zeggen dat ze direct achter deze aanslagen zitten, maar wel indirect.'

Dat er ook in Riyad aanslagen zijn gepleegd, verbaast Chouet allerminst. 'Het land is in handen van één familie. Er is een grote bourgeoisie ontstaan, die ook politieke macht wil. Omdat ze die niet krijgen, stellen ze zich nog fundamentalistischer op dan de machthebbers en bedienen ze zich van geweld.'

Fokke Obbema

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden