'Al krijg ik maar íets'

Beginnende theatermakers werken hard voor weinig geld. Sarah Jonker kan model staan voor haar generatie. 'Je moet afwegen en uitrekenen: wil ik het voor zo weinig doen.'

Karin Veraart

Tussen het bombardement aan persberichten met ronkende teksten in bonte lay-out viel deze wel op. Een mini-envelop, misschien twee vingerkootjes lang en niet veel breder, met erin een handgeschreven, persoonlijke uitnodiging voor de voorstelling Bloed op de dansvloer. Het is een low-budget voorstelling, zo schreef de maakster in het briefje, met nauwelijks geld voor publiciteit. 'De kans dat je er vanzelf van had gehoord is klein.' Vijf dagen zou dit solostuk te zien zijn, in de Fringe van het Theater Festival. De invitatie had bepaald iets onweerstaanbaars.


Wie geen geld heeft, moet slim zijn, en beschikken over lef, doorzettingsvermogen en wat al niet meer, want liefde voor het theatervak is niet genoeg. Dat is niet per se nieuws, beginnend kunstenaars bijten zo ongeveer per definitie op een houtje, maar veel romantischer moet het toch niet worden. Met de dreiging van meer kortingen vreest menigeen voor zijn leven, zo gonst het door de gelederen.


Sarah Jonker (28) komt wat achter adem het Amsterdamse café binnenrennen. Ze is tot laat bezig geweest met het opnieuw opbouwen van het decor van Wij zijn grijs gebied, lunchvoorstelling in theater Bellevue - opvolger van Bloed op de dansvloer. Pakweg achthonderd knuffels worden tijdens dat stuk onderuitgehaald en ja, voor de volgende voorstelling, de volgende dag rond lunchtijd, moeten ze eerst weer allemaal recht zitten. Dat is nogal een werk, en de actrices - Jonker en Jessica Zeylmaker - doen het zelf.


Jonker zeurt helemaal niet. Zo werkt het nu eenmaal, en binnen je afstudeergeneratie zit bijna iedereen in hetzelfde schuitje. Maar je moet wel de kans krijgen daar uit te komen. En dat zou met de nieuwe maatregelen van het nieuwe kabinet fiks moeilijker kunnen worden. 'Ik vind het een eng idee dat we worden weggezet als lui die zich maar beter kunnen terugtrekken op hun eigen hobbyclubje. Niet iedereen is ondernemer. Het gevaar is dat je grote talenten verliest omdat ze zakelijk net iets minder bekwaam zijn. De verlegen mens, de mens met twijfel, die heeft het zwaar in deze tijd.'


Jonker studeerde vier jaar geleden af aan de Toneelschool Arnhem. 'Je studiefinaciering stopt. En dan begint er een lastig traject: je moet met je 'concept' de boer op. In het begin weet je niet eens hoe je zo'n gesprek moet voeren, stamelend strompel je ergens een drempel over. Een subsidieaanvraag doen, dat leer je niet op school. Wat je wel leert: met heel weinig geld iets maken dat je graag wilt maken. Artistieke ondersteuning krijg je wel, maar productionele, nee. Het zijn natuurlijk ook twee heel verschillende disciplines, al komen ze steeds meer bij elkaar. Ik zou ook niet goed weten hoe je daar les in zou moeten geven. Maar goed, tegenwoordig hoort het kennelijk bij je vak, als je wilt overleven.'


Nu had Jonker 'geluk': productiehuis Generale Oost in Arnhem volgt het werk van de toneelschool en zag uiteindelijk wel wat in Wij zijn grijs gebied dat oorspronkelijk daar tot stand kwam. 'Eerst vonden ze het veel te mager. Wij wisten gewoon écht niet wat een concept moest inhouden.'


'We kregen wat geld om het te maken; voor de helft van de tijd dat we zouden werken, kregen we volgens CAO uitbetaald. De andere helft deden we voor niks.' Daarvoor had ze twee seizoenen lang als actrice in De geschiedenis van de familie Avenier gestaan, als deel van een groot gezelschap, met grote namen. Daar leer je van, dat voelt ook wel veilig, maar iets ernaast doen kun je niet, en een vetpot is het ook niet. 'Volgens de Toneel-CAO kreeg ik zoiets als 1450 euro per maand. In de zomermaanden tussen de seizoenen word je niet doorbetaald. Dan kun je WW aanvragen. Maar sparen voor een eigen productie zit er niet in.'


Met gelijkgestemde zielen samen een voorstelling maken lijkt dan natuurlijk fantastisch, maar ook daar stuit je op onvoorziene obstakels. 'Met ons gezelschap Momo moesten we de voorstelling uitstellen wegens ziekte. Toen had ik echt een tijdje niks, want ik had alles ervoor opzij gezet. Opeens was ik werkloos. Daar schrok ik erg van. Ik had net heel hard gewerkt aan een aanvraag, waarin we zeiden: we willen samen een ontwikkeling doormaken die langer is dan een eenmalig succes. We zouden opereren onder de vleugels van De Theatercompagnie, maar toen werd hun subsidie geweigerd, en toen was het voor ons eigenlijk afgelopen.'


De productie De Weerzinwekkende van het viertal kwam er uiteindelijk wel, en was ook veelbelovend. Maar Momo hield ermee op. 'We zouden telkens projectsubsidie hebben moeten aanvragen, en dat was natuurlijk steeds weer onzeker. Als iemand een vaste baan krijgt, is ie toch weg. Het is ons erg tegengevallen, hoe moeilijk het was bij elkaar te blijven. Want hoeveel solidariteit kun je eisen, als je op een bepaald moment nul zekerheid hebt, en er komt een mooie betaalde rol voorbij.'


Een huishoudboekje met uitgaven en inkomsten heeft ze niet. Maar het is wel altijd gelukt overzicht te houden, en steeds is er toch een project om naar toe te werken. Met een beetje geld en een beetje (zelf-)hulp. 'Ik zie het ook om me heen. Gaan er subsidies niet door: dan maar geen decor. Of: dan rijden we maar zelf. Doen we zelf de techniek. Publiciteit. Maar wel oppassen want als je te laat bent is het seizoen in de theaters al weer helemaal vol gepland. Loop je overal achteraan.'


'Enfin. Ook met m'n solo dacht ik: al krijg ik maar íets! Dan maak ik het. Je moet afwegen en uitrekenen: wil ik het voor zo weinig doen. Kan het überhaupt. Misschien heb ik nog recht op WW, dan kan het nét. Ik werk er heel hard aan om die uitkering niet meer nodig te hebben. Maar dat kan alleen door kwaliteit te maken en dat vergt tijd.'


Bloed op de dansvloer ('over een actrice die bij de post werkt', zoals de ondertitel luidt) kwam er met ondersteuning van Likeminds, een kunstenaarscollectief gevestigd in Amsterdam West. Zij houden elk jaar een klein bedrag achter de hand waarmee ze jonge mensen snel kunnen helpen. Er kwam 2500 euro los.


Jonker bedacht en schreef het, speelde alle personages zelf ('je kunt mensen ook niet om een gunst blíjven vragen'), het decor bestond uit alleen een overheadprojector ('wel praktisch want dat kon dan - slingerend - op de fiets') van Marktplaats voor 35 euro, en ze kocht nog een paar schoenen. En ze had artistieke begeleiding, ja.


Het resultaat was een wervelende solo, vaak oergeestig, met hier en daar een scherp randje en licht autobiografische inslag. Ook Likeminds was ermee in z'n nopjes en zoekt inmiddels naar mogelijkheden en plekken om Bloed op de dansvloer te hernemen. Ze heeft programmeurs uitgenodigd, en ze is er (voorzichtig) trots op. 'Het hoort ook bij de thematiek van de voorstelling: wat kun je, in je eentje. Dat heeft ook iets tragisch. Maar ik heb nu iets tastbaars gemaakt en dat is belangrijk.'


Sarah Jonker

Sarah Jonker (28) studeerde in 2006 af aan de Toneelschool Arnhem. Hiervoor speelde ze al in enkele (tele)films; in 2005 was ze te zien in Leef! in regie van Willem van de Sande Bakhuyzen. Na haar afstuderen werd ze gecast als Saar in De geschiedenis van de familie Avenier van Maria Goos bij Het Toneel Speelt. Vervolgens maakte ze bij het Arnhemse productiehuis Generale Oost Wij zijn grijs gebied (nu dus in reprise); als lid van het jonge gezelschap Momo speelde ze vorig jaar in De Weerzinwekkende, dit voorjaar was ze te zien in Momenten van geluk (Suburbia) en in september met haar solo Bloed op de dansvloer (over een actrice die bij de post werkt).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden