Al jaren doctor, maar geen vaste baan

Jonge wetenschappers hebben maar weinig kans op een glansrijke carrière aan een universiteit. En ook de buitenwereld zit vaak niet op een dr....

Door Sara De Sloover en Ianthe Sahadat

Wie een carrière in de wetenschap ambieert, gaat na zijn studie promoveren. Zo’n 30 procent van de gepromoveerden gaat daarna verder in het onderzoek, veelal via een tijdelijke aanstelling aan de universiteit als postdoctoraal onderzoeker (postdoc).

Maar daar stokt de carrière vaak. Van de naar schatting 3.500 postdocs in Nederland bemachtigt nog geen 30 procent uiteindelijk een vaste aanstelling, blijkt uit een rapport van het ministerie van Onderwijs uit 2005.

Voorzitter Bart Hollebrandse (44) van het Landelijk Postdoc Platform (LPP) vindt dit zorgwekkend. ‘Er heerst een wegwerpcultuur. Postdocs worden gezien als tijdelijke krachten.’ Zelf begon de taalkundige en psycholinguïst na een geslaagde promotie in de VS in 1999 vol enthousiasme aan zijn wetenschappelijke vervolgcarrière in Groningen. Inmiddels is dat enthousiasme iets getemperd, want een vaste aanstelling heeft hij nog altijd niet: ‘Dat is frustrerend en bovendien een verspilling van wetenschappelijk talent.’

Maar hoe zit het dan met de Flexwet, die bepaalt dat postdocs na verloop van tijd in vaste dienst moeten worden genomen? Hollebrandse: ‘Die zou in theorie moeten leiden tot meer vaste banen, maar in de praktijk zijn postdocs juist de dupe.’ Ze moeten weg, of er een half jaar tussenuit om daarna weer in tijdelijke dienst te kunnen treden.

In 2006 bleek uit onderzoek van het LPP en het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) dat promovendi en postdocs erg ontevreden zijn over hun carrièrekansen binnen de wetenschap, en over de tijdelijkheid van hun aanstelling. Meer dan de helft van de promovendi en 80 procent van de postdocs ambieert een verdere carrière aan de universiteit, terwijl maar een kleine minderheid daarin slaagt.

Lang werd gedacht dat de vergrijzing uitkomst zou bieden. Vertrekkende hoogleraren zouden plaats maken voor jonge talenten. Maar in de praktijk worden oude plekken lang niet altijd ingevuld. Inmiddels is 50 procent van al het universitaire personeel in tijdelijke dienst. Mede daarom wil het PNN dat de overheid stopt met het verhogen van het aantal promotieplaatsen ten koste van het aantal vaste plaatsen aan universiteiten.

Sijbolt Noorda, voorzitter van de universiteitenvereniging VSNU, is het daar niet mee eens: ‘Zeker op alfa- en gammaterrein zijn er al zo weinig promovendi.’ Wel vindt hij dat promovendi er inderdaad vroeg op gewezen moeten worden dat een promotie niet per se hoeft te resulteren in een carrière in de wetenschap. Ook vindt Noorda dat de overheid meer geld beschikbaar moet stellen voor het creëren van vaste plekken.

Gertjan Tommel, voorzitter van het PNN en promovendus in de marketing, wil zelf na zijn promotie niet aan de universiteit blijven, ook omdat hij weet dat het bijzonder moeilijk is er een carrière uit te bouwen. Hij adviseert jonge promovendi en postdocs om zich al in een vroeg stadium te oriënteren op de externe arbeidsmarkt. ‘Bedenk welke van je vaardigheden nuttig kunnen zijn in het bedrijfsleven of bij de overheid.’

Probleem daarbij is dat het bedrijfsleven en de non-profitsector wetenschappers onvoldoende op waarde weten te schatten. Noorda: ‘Tot in de jaren zeventig kenden we nog banen buiten de universiteit waarvoor je minstens doctor moest zijn. Dat zie je nooit meer.’

Noorda erkent dat er op het gebied van budgetten voor loopbaanbegeleiding ‘nog een lange weg’ is te gaan. Om wetenschappers en de buitenuniversitaire wereld meer met elkaar in aanraking te brengen, is de VSNU een initiatief begonnen waarbij een groepje postdocs op proefbasis buiten de wetenschap werkt. Wederzijdse interesse kan een carrièreswitch tot gevolg hebben.

Postdocs moeten zich, kortom, beter leren verkopen. ‘Ze zijn gedreven, gedisciplineerd, kunnen hard werken en mensen willen naar de top’, zegt projectmanager Lilian Menu van het Postdoc Career Development Initiative, dat zich richt op postdocs in de (bio)medische sector. ‘Net als in een bedrijf moet je bij een baan op de universiteit mensen aansturen, samenwerken en geld binnenhalen.’

‘Promovendi zijn hooguit even in between jobs. Uiteindelijk komen ze wel terecht, alleen misschien niet op de plek waar hun hart lag’, zegt PNN-voorzitter Tommel. Een paar weken geleden liep zijn contract af; eind dit jaar is zijn proefschrift waarschijnlijk af. Hij heeft elders al een baan gevonden, als beleidsadviseur pensioenen bij Abvakabo FNV.

Dat Bart Hollebrandse van het LPP al negen jaar als postdoc onderzoek doet, is ‘zelfs voor een postdoc extreem lang’. De meesten houden het na een jaar of vijf voor gezien. Hollebrandse geeft de hoop op een vaste aanstelling echter niet op. ‘Natuurlijk heb ik serieus overwogen om een switch te maken. Maar nee, dit is gewoon wat ik kan en wil.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden