'Al is het land slecht, het goud is goed'

Ze waren op zoek naar fortuin en vonden verrukking en dood. Naar aanleiding van de televisiereeks De Slavernij, deel twee van een serie: de clash tussen Afrikaanse slaven en witte ambtenaren.

'Ik dacht dat wij zouden worden opgegeten door die blanke mannen met hun vreselijke uiterlijk, hun rode gezichten en losse haren', schrijft de zwarte Equiano, nadat hij zich heeft vrijgekocht. Afrikanen gebruikten in die tijd geen pen en papier. Zwarte ooggetuigenverslagen van de clash tussen Afrikanen en Europeanen zijn zeldzaam.

Voor de slaven die vanuit het binnenland voor verkoop aan de West-Afrikaanse kust werden samengedreven, was de confrontatie met de witte slavenhandelaar de schok van hun leven. Want daar stonden ze, de ambtenaren van de West-Indische Compagnie in het slavenfort Elmina. Wit en bezweet, in dikke pakken die wél bij hun status maar niet bij de omstandigheden pasten, oog in oog met een wereld die hen volstrekt vreemd was. En ze schrijven brieven, heel veel brieven. De eerste kennismaking is overdonderend: 'Gebouwd op een ronde, uitgehouwen rots, waarvan de voet door de enorme oceaan wordt bespoeld en gekust, schittert het witte fort. Ik naderde het, dwars tussen de zwarten wier naaktheid, geverfde gezichten, vreemde posturen en ongehoorde, barbaarse klanken mij zo wonderlijk opgetogen stemden, dat ik als betoverd door dat spookachtig gewemel verder ging', schrijft Focquenbroch, die als 'tweede man' in 1669 in Elmina aankwam. Hij is verrukt, maar kort daarop slaat zijn stemming om.

In 1687 komt brievenschrijver Willem Bosman als 16-jarig soldaatje aan. Hij moet een ambitieus type zijn geweest, want in de veertien jaar dat hij in Elmina blijft, maakt hij pijlsnel carrière. Hij schrijft: 'Om te beginnen wil ik zeggen dat alle inboorlingen zonder uitzondering sluw, bedrieglijk en haast nooit te vertrouwen zijn. Zij laten geen gelegenheid voorbij gaan om Europeanen, en zelfs elkaar, te bedriegen. Daar komt nog bij dat ze ongelooflijk lui, onvoorstelbaar zorgeloos en ondoorgrondelijk zijn.'

Johan Pieter Theodoor Huydecoper, het zwarte schaap van een Amsterdamse regentenfamilie die naar Afrika vertrekt om snel geld te verdienen en zijn schulden af te lossen, schrijft in januari 1759 aan zijn oom Balthasar: 'Ik geloof niet dat u mij zou herkennen, wanneer ik onverwacht voor uw gezicht zou verschijnen. Temeer omdat deze verandering zich het allermeest in mijn geestelijk humeur voordoet. Alle vrolijkheid is van mij verbannen.'

Ook de lyrische Focquenbroch, die nog monter schreef: 'Al is het land slecht, het goud is goed. Er bestaat immers geen krachtiger balsem voor de ziel dan geld', eindigt eenzaam en verbitterd, ten prooi gevallen aan een van de tropische ziektes waar al die zwetende bleekneuzen niet tegen bestand bleken in dit white men's grave.

Van de gemiddeld driehonderd bewoners van fort Elmina sterven er jaarlijks vijftig aan tropische ziekten en drankmisbruik. En aan geslachtsziekten, want, zoals dominee Ysebout aan zijn collega's per brief laat weten: 'Hun dagelijks werk bestond uit hoereren en overspelen binnen het fort.' De brievenschrijvers, ambtenaren in dienst van de WIC, moesten de aan- en verkoop van slaven in goede banen te leiden, en hoopten zelf fortuin te maken.

Historica Akosua Perbi onderzocht de Ghanese slavenmarkt: 'Nederlanders troffen in heel West-Afrika een eeuwenoud, goed georganiseerd slavenhandelsnetwerk aan, met competente Afrikaanse handelaren aan het hoofd. Ik heb alleen al in Ghana 63 slavenmarkten teruggevonden. Door de trans-Atlantische slavenhandel steeg de vraag en ze vroegen dan ook behoorlijke prijzen'

De slaven worden door Afrikanen aangevoerd. De Nederlanders gaan het binnenland niet in. Bosman: 'We zijn erg kieskeurig. We accepteren geen mensen boven de 35. Wie verminkt is aan arm of been, wie een tand kwijt is, grijs haar of een vlies over de ogen heeft, komt niet in aanmerking. Dat geldt ook voor de slaven die besmet zijn met de ziekte van Venus.' In de 234 jaar dat Elmina in Nederlandse handen is, worden er vanuit de West Afrikaanse kust zeshonderd duizend Afrikaanse slaven naar de Amerika's getransporteerd.

De vrijgekochte Equiano werd actief in de Engelse beweging tegen slavernij. Focquenbroch stierf twee jaar na zijn aankomst in Elmina. Huydecoper ligt op de begraafplaats van Elmina, per testament schonk hij slaven aan zijn vier Afrikaanse kinderen. Willem Bosman heeft in Ghana nog nazaten: thuis bij de mensenrechtenjuriste Anna Bossman hangt het portret van haar bet-overovergrootvader aan de muur.

Zondag 25 september, bij de NTR, Ned. 2, 20.15 uur. Research Hendrina Praamsma. Regie Marcel Goedhart. Productie Stephanie de Beer. Eindredactie Carla Boos.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden