Al gaat alles op de schop, zorg blijft een recht

Na veel praten is het nu tijd om spijkers met koppen te slaan. Het wetsvoorstel voor ingrijpende hervorming van de langdurige zorg ligt bij de Tweede Kamer.

DEN HAAG - Het grootste project van het kabinet-Rutte II staat in de steigers. Na anderhalf jaar voorbereiding stuurde staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) van Volksgezondheid maandag zijn wetsvoorstel voor de grootscheepse hervorming van de langdurige zorg naar de Tweede Kamer. Grootste gevolg: alleen wie 24 uur per dag zorg of toezicht nodig heeft, kan na dit jaar nog in een zorginstelling terecht.


Het wetsvoorstel Langdurige Zorg (WLZ) beperkt de instellingszorg tot ruim 200 duizend mensen. Alle anderen die zorg nodig hebben kunnen een beroep doen op hun gemeente of de ziektekostenverzekeraar. Wie een beroep op de gemeente wil doen, moet ook een beroep doen op zijn inkomen of zijn spaargeld om zelf zorg te regelen en op zijn netwerk van familie, buren en kennissen.


Met het wetsvoorstel maatschappelijke ondersteuning 2015 en uitbreiding van de zorgverzekering is dit wetsvoorstel het sluitstuk van de hervorming van de langdurige zorg die het kabinet beoogt. De WLZ regelt dat iedereen die 24 uur per dag zorg of toezicht nodig heeft kan gaan wonen in een zorginstelling.


'Het gaat om mensen die niet de eigen regie over hun leven kunnen voeren', aldus Van Rijn maandag. Het betreft bijvoorbeeld hulpbehoevende, zwaar demente ouderen of zwakbegaafden die niet zelfstandig kunnen functioneren.


Psychiatrische instellingen, waar het ook om 24-uurszorg gaat, komen wel onder de ziektekostenverzekering omdat patiënten daar medisch behandeld worden.


Het Centrum Indicatiestelling Zorg bepaalt wie 24 uur zorg of toezicht nodig heeft. Of de partner of het sociale netwerk deze zorg zouden kunnen verlenen, speelt bij deze indicatie geen rol. Die afweging komt daarna pas in beeld: als niet aan de voorwaarden van het WLZ wordt voldaan, moeten de gemeenten, de ziektekostenverzekeraar en het sociale netwerk de zorg regelen.


De taken van gemeenten zijn omschreven in het eerder gepubliceerde wetsvoorstel Maatschappelijke ondersteuning 2015. In de uitbreiding van de ziektekostenverzekering wordt onder meer de introductie geregeld van de wijkzuster voor verpleging aan huis.


Het kabinet wil de hervorming van de zorg op 1 januari 2015 laten ingaan. Van Rijn heeft weliswaar nog geen steun geregeld bij oppositiepartijen om een meerderheid in de Eerste Kamer veilig te stellen.


Toch heeft hij er vertrouwen in dat die datum gehaald wordt. 'Het is een heel grote hervorming die uitvoerig is besproken met het veld en politieke partijen', zegt Van Rijn. 'Of er steun is in het parlement moet uiteindelijk in het debat blijken.' De meeste oppositiepartijen houden hun kaarten nog op de borst.


De hervorming maakt een eind aan de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) uit 1968. De kosten daarvan zijn opgelopen tot ruim 28 miljard euro dit jaar. Van Rijn verwacht dat de WLZ volgend jaar 17 miljard euro kost. Het verschil, ruim 11 miljard euro, wordt deels overgedragen aan gemeenten en deels aan ziektekostenverzekeraars.


Per saldo hoopt het kabinet een eind te maken aan de explosie van de AWBZ-uitgaven, waardoor in 2017 net zoveel aan langdurige zorg wordt uitgegeven als in 2013. Hierdoor stijgt de premie voor de ziektekostenverzekering volgens het ministerie van Volksgezondheid de komende vijf jaar jaarlijks met 20 euro, terwijl het eigen risico voor de verzekering volgens het Centraal Plan Bureau gaat stijgen tot boven 400 euro.


Van Rijn benadrukt dat het zowel bij de WLZ als in de ziektekostenverzekering om een recht op zorg gaat. Dat betekent dat wanneer het CIZ of de arts van mening is dat zorg nodig is, er zorg verleend moet worden. Bij de WMO 2015 gaat het om een voorziening. Dat betekent dat de gemeente zorg moet verlenen zolang er voldoende budget is - vorm en inhoud verschillen per gemeente.


De gemeente mag eisen formuleren over zorg die het eigen sociale netwerk moet verlenen, zorg die hulpbehoevenden zelf moeten financieren en - in beperkte mate - over de eigen bijdrage die afhankelijk is van inkomen of vermogen van de hulpbehoevende.


Vier voorbeelden uit de praktijk


Mijn vader dementeert, mijn moeder verzorgt hem. Wie helpt hen straks als mijn moeder het niet meer aan kan?

Nu kan vader, zodra hij relatief veel zorg nodig heeft, worden opgenomen in een verpleeghuis. Straks kan de wijkzuster in samenspraak met de huisarts door de ziektekostenverzekeraar betaalde medische zorg en bijstand verlenen zolang vader thuis kan blijven wonen. De gemeente kan, net als nu, dagbesteding regelen. Pas als 24-uurszorg of -toezicht nodig is, komt vader in aanmerking voor plek in verpleeghuis. Moeder kan dan, net als nu in de AWBZ, meeverhuizen. Ze kunnen bij elkaar blijven. Er wordt dus niet gekeken of moeder of andere mantelzorgers de zorg 24 uur per dag kunnen verlenen. Het enige criterium is straks of 24-uurszorg en -toezicht voor vader nodig is.


Mijn ouders wonen nu in een verzorgingshuis en krijgen daar lichte zorg. Een zuster is voor noodgevallen op afroep beschikbaar, maar ze koken zelf en houden hun appartement zelf schoon. Er is ook een gemeenschappelijke ruimte waar ze samen met andere bewoners kunnen eten. Worden zij op straat gezet?

Nee, iedereen die in een verzorgings- of verpleeghuis woont, kan daar blijven wonen. Door de aanscherping van de toegangseisen komen er wel minder nieuwe bewoners bij, waardoor sommige huizen met leegstand krijgen te kampen en fuseren. Daardoor moeten bewoners soms verhuizen.


Ik heb na een ongeluk last van mijn rug. Het ziekenhuis heeft mij ontslagen. Ik ben niet meer mobiel, heb hulp bij opstaan nodig en verzorging van mijn wonden. Nu word ik tijdelijk opgenomen in een verzorgingshuis om te revalideren. Hoe moet dat volgend jaar?

Dan moet u een beroep doen op uw sociale netwerk - vrienden, kennissen, buren, kinderen, ouders. De gemeente levert aanvullende hulp. Voor wondverpleging komt de wijkzuster langs, die betaald wordt uit de ziektekostenverzekering. Alleen als 24-uurszorg nodig is, kunt u terecht in een verzorgings- of verpleeghuis.


Mijn zoon is licht verstandelijk gehandicapt (of, zoals het in het nieuwe jargon ook heet: licht verstandelijk beperkt, lvb). Toch wil hij graag zelfstandig worden. Nu kan hij terecht in een project voor begeleid kamerwonen. Hoe moet dat straks?

Tot 18 jaar regelen de gemeenten alle jeugdzorg, ook voor lvb-kinderen. Ook na de 18de verjaardag kan behandeling, zorg of toezicht nodig zijn. Dat kan dan tijdelijk via de nieuwe Wet langdurige zorg. Het gaat daarbij om behandeling in een instelling met 24-uurszorg of -toezicht. Na de tijdelijke zorg kan uw kind nog steeds aangewezen zijn op zorg of begeleiding, die dan door gemeente of ziektekostenverzekeraar geleverd moet worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.