Al eeuwen in de lift

Net heb ik op het Journaal gehoord dat leden van het koninklijk huis - inclusief al die aangetrouwde meisjes van burgerlijke komaf - voor elk privé-reisje het gratis regeringsvliegtuig laten voorkomen, of Het Parool valt in de bus met het nieuws dat bij de opknapbeurt van het paleis op de...

En allemaal in hetzelfde weekeinde als waarin ik van De Telegraaf moet geloven dat de Volkskrant-elite voor 56 procent de stelling onderschrijft dat de Oranjes maar eens een toontje lager moeten zingen. Dat wil zeggen dat ze een ticket moeten kopen als ze willen vliegen, en de benen gebruiken als ze naar boven willen. En dat ze intussen god op hun blote knieën mogen danken dat ze van de schappelijke elite het paleis met de keizerlijke trap uit de Gouden Eeuw nog even mogen houden.

'Het paleis tèlt al vier liften', las ik in Het Parool. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg had vorig jaar ook negatief geadviseerd over de afbraakplannen. Men schreef in een rapport:

'Het paleis is cultuurhistorisch dermate belangrijk dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen dan het belang van de gebruiker. Het nut van een vijfde lift vanwege 'gebruikerseisen' staat in geen enkele verhouding tot het verlies aan monumentale waarde'.

Driemaal raden waar de gebruikerseisen vandaan kwamen.

Pikant is natuurlijk dat het paleis werd gebouwd tussen 1648 en 1655, d.w.z. gedurende de hoogtijdagen van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. Het was ook helemaal niet bedoeld om leden van de familie Oranje-Nassau in onder te brengen. Het moest het raadhuis worden van een stad die, naar Vondels woord, 'als keizerin de kroon draagt van Europa'. Vandaar die bijzondere trap.

En je voelt meteen het verschil tussen nu en toen. Anno nu vullen regenten een enquête in die geen enkele consequenties heeft, en waarvan geen enkele Oranje wakker ligt. Anno toen daarentegen durfden ze de Oranjes eenvoudig aan de kant te zetten. Niks voorzichtig opperen dat ze misschien een toontje lager moesten zingen. Als het aan de elite lag, zongen ze nooit meer.

Zolang het duurde natuurlijk. De eerste keer duurde het 22 jaar. Toen sloegen de Telegraaflezers van 1672 de handen ineen, trokken naar Den Haag om de gebroeders De Witt te lynchen, want dat waren de ergste regenten van allemaal, en herstelden de Oranje-stadhouder in de functies die hem toekwamen.

Daarna heeft de bestuurlijke elite van vooral de provincie Holland het nog twee keer geprobeerd. De eerste keer waren de echte Oranjes uitgestorven, en stelde een achterachterneef uit Friesland zich kandidaat als mogelijke opvolger. Maar hij verdronk - hoe symbolisch - in een water genaamd Hollands Diep. De stadhouderloosheid hield het 45 jaar.

De tweede keer leek het voor eeuwig. Bataafse revolutie! In de euforie van die dagen werden alle Oranjes vanaf De Zwijger met terugwerkende kracht in kranten, pamfletten en rijmprenten ontmaskerd als verschrikkelijke tirannen aan wier schrikbewind we ons na meer dan twee eeuwen onderdrukking met Franse hulp hadden weten te ontworstelen.

Maar ook al vóór de invoering van televisie duurden hypes in Nederland altijd betrekkelijk kort. Al weer in 1806 - bicentennial! - moest Amsterdam z'n raadhuis afstaan aan de broer van de keizer van Frankrijk, die een Koninkrijk Holland van ons maakte. En niet lang daarna landden alle Oranjes in Scheveningen alsof ze nooit weggeweest waren.

Taai geslacht, hoor. Dat laat zich niet simpel weg-enquêteren. Onder aanmoediging van de Telegraaf-lezers van 1813 maakten ze zich meester van de troon die nog warm was van Lodewijk Napoleon, en sindsdien geldt voor de firma van Beatrix en Willem-Alexander wat Cornelis Paradijs ooit over het predikantendom dichtte:

'Godes hand rust buiten kijf zichtbaar op dit vroom bedrijf'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.