Al drie maanden eet Cuadrito ingeblikte ham

November vorig jaar moest correspondent Michel Maas in het door orkaan 'Yolanda' zwaar verwoeste Tacloban over de doden heenstappen. Nu, drie maanden later, komt de Filipijnse stad langzaam weer tot leven. De stank van de lijken is weg, maar niemand kijkt nog op van de vondst van menselijke botten.

Het afgekloven en door de zon gebleekte bot op Mahusay Beach is van een kind. Een bovenarmpje, misschien daarheen gesleept door een hond die de rest ergens heeft laten liggen. Niemand besteedt er aandacht aan. Zonder de rest is het maar een bot, meer niet. Gisteren hebben ze nog een compleet skelet gevonden onder het puin. Dat hebben ze wel opgeruimd. Ook dat was helemaal schoongevreten, zegt een visser die erbij was.


Veel gevoel zit er niet in zijn verhaal. Orkaan 'Yolanda' is alweer drie maanden geleden en de lijkenlucht is allang verdwenen uit het zwaar getroffen Tacloban op de Filipijnen. Van een bot kijkt niemand hier meer op. De visser is blij toe. 'Na de orkaan at niemand vis. De mensen waren bang dat de vissen van de lijken hadden gegeten die waren weggespoeld door de zee. Twee maanden heb ik niks verkocht. Nu kopen de mensen weer vis, maar de prijs is nog steeds erg laag.'


Mahusay Beach betekent zoiets als 'prachtig strand'. Cuadrito Cedeno glimlacht bij de gedachte. 'Er is niks van over', zegt hij, 'alles is kapot. Maar vroeger was het ook al niks.' Cuadrito is een eerlijke man. Een krottenwijk was het, zegt hij, maar wel een gezellige krottenwijk: 'Hier woonden blije mensen. Er waren nooit problemen.'


Het is middag, en Cuadrito doet niets. Net als gisteren, en net als de drie maanden daarvoor. Hij zit voor zijn tent die in de zon ligt te bakken. De zon is meedogenloos op dit uur van de dag. Die tent heeft hij van UNHCR gekregen, en hij is er blij mee, zegt hij, maar 'overdag is het daar niet uit te houden. Het is een oven.'


Hij heeft daarom een maand geleden al zijn geld uitgegeven aan een paar balken, planken en een plaat triplex. Twee maanden lang was er geen bouwmateriaal te koop geweest, en het materiaal was duur, dus veel kon hij niet kopen. Het was net genoeg voor een schaduwhoekje, een soort bushokje: een vloertje, een wand van het triplex en een afdakje van oranje en blauw plastic zeil van de hulpverlening. Overdag schuilt hij in dat hok tegen de hitte en 's nachts schuilen ze in de tent tegen de kou.


Strontvliegen

Je moet in Mahusay Beach uitkijken waar je loopt. Tussen de tenten en provisorische bouwsels zijn paadjes ontstaan die soms dwars door de puinhopen van de verwoeste huisjes heen lopen. Stenen liggen los, je moet over halve muurtjes klimmen, of over gebarsten betonplaten. En je moet de bruine plekken mijden waar de strontvliegen zitten: wc's zijn er niet meer.


Mahusay Beach is door een reuzenhand van de kaart gevaagd. Cuadrito weet desondanks nog precies waar zijn huisje stond. 'Hier, op deze plek', zegt hij, en hij wijst naar een klein stuk betonvloer dat alleen hij herkent.


De barangay (buurtschap) Mahusay Beach bestaat bijna louter uit tenten waarop in grote letters UNHCR geschreven staat. Zo kunnen ze niet worden verward met tenten die door Turken, Chinezen, katholieken en Samaritanen zijn geschonken. Op elke tent staat in kleine letters ook de naam van de familie die er woont. De mensen zelf zijn er niet. Het is middag, het heetste deel van de dag. In de schaarse stukjes schaduw in de buurt zitten vrouwen, baby's, kleuters en bejaarden bij elkaar. De meeste mannen zijn weg: de jonge mannen spelen basketbal, de oudere werken in de bouw, zijn uit vissen, of scharrelen op een andere manier wat pesos bij elkaar.


Cuadrito werkt af en toe als chauffeur, maar veel levert dat niet op. Als hij iets verdient, geeft hij het meteen uit aan zijn elf maanden oude kleinzoontje dat om de haverklap koorts heeft en moet hoesten. En als er dan nog iets over is, gaat het op aan eten. 'Wij krijgen wel eten. Daar ben ik heel dankbaar voor, hoor. Echt waar. Wij hebben geen honger. Maar in het begin kregen wij eten van het World Food Program, goed eten was dat, maar dat hield op. Nu krijgen wij het eten van onze regering en dat is minder: rijst met blikjes, sardines of corned beef of gekookte ingeblikte ham. Dat is wat wij eten, al drie maanden lang, elke dag. Dus als ik wat geld heb, koop ik wat groente en soms ook wat vis.'


Instantkoffie

Hij is niet de enige die leeft op rijst en ingeblikte ham. Dezelfde middag stopt bij een barangay aan de overkant van de straat een vrachtwagen. Meteen vormt zich een lange rij wachtenden achter de laadbak. Iedereen houdt een groen stuk papier klaar: het paspoort voor de voedseluitdeling. Uit de vrachtwagen komt het dieet van Tacloban: voor iedere familie 25 kilo rijst, een plastic zakje met wat porties goedkope lokale instantkoffie en een plastic zak met al even goedkope lokale blikjes corned beef van 'Lucky Seven'. Cuadrito herhaalt dat hij echt dankbaar is, maar dat hij de corned beef, sardientjes en spam eigenlijk niet meer kan zien.


Hij heeft nauwelijks keus. Hij heeft gewoon het geld niet om de gebraden kippen, speenvarkens, worst en eieren te kopen die overal in de stad in kraampjes, restaurantjes en marktjes worden aangeboden. Langzaam wordt Tacloban daar weer normaal. De stroom is in grote delen van de stad terug en bouwmaterialen, vooral dakplaten die twee maanden lang niet te krijgen waren, zijn weer volop te koop.


Voor wie geld heeft is het leven in Tacloban bijna weer zoals het hoort te zijn. Voor hen zijn er restaurants open. Er komen steeds meer en ze worden steeds duurder. Winkels en eethuizen en trendy coffeeshops werven volop personeel, net als de hulporganisaties die in de stad zijn neergestreken. Als je uit de krottenwijk Mahusay Beach komt, zijn banen in normale tijden al dun gezaaid. Dit soort banen kun je doorgaans helemaal wel vergeten.


Op de puinhopen van Mahusay Beach groeit een andere economie. Bij de ingang van het rampgebied bouwt een ondernemer aan een klein imperium. Hij koopt oud ijzer op en heeft al een hele berg verzameld. Zijn grootste kapitaal is een weegschaal. Daarop worden golfplaten, stukken betonijzer en zelfs kapotgezaagde lantaarnpalen gewogen. De weegschaal geeft het ijzer zijn nieuwe waarde: 3 peso (5 cent) per kilo. Dat helpt een aantal scharrelaars aan eten en zal de opkoper ongetwijfeld tot een rijk man maken.


Cuadrito daarentegen is met vele duizenden anderen nog maandenlang veroordeeld tot rijst en spam, en tot een tent van UNHCR. Hij is afhankelijk van hulp en kan voorlopig niets doen om daaraan iets te veranderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.