Al die ellende op papier

De reis had een thema, en het thema begon al in de taxi. De taxichauffeur had namelijk net zijn abonnement op de krant opgezegd....

Toen ik schuldbewust opbiechtte dat ik zelf volop meeschrijf aan al die ellende, schudde hij ongeduldig zijn hoofd. Heb je een rijbewijs? zei hij. Jawel, zei ik. Nou, dan moet je stoppen met die krant en taxichauffeur worden.

De rest van de reis bleef het thema in de lucht, want ik belandde op een eiland in de verre oceaan, en daar was geen krant te krijgen, noch een verbinding met het internet. Sterker nog, er was ook geen brievenbus. Er waren ansichtkaarten, dat wel, maar juist toen ik er een wilde kopen bij een juffrouw achter een loket, kwam er een groene leguaan van twee meter lang binnenslenteren – iguana iguana!– en besloot ik dat het tijd werd weer wat verderop te gaan kijken.

Zo raak je vanzelf wel aangewezen op de boeken in je koffer. Terwijl in Nederland het nieuws doorraasde, iedereen zich opinies vormde en crises veroorzaakte, zat ik op een veranda en las. Het gekke was, dat ieder boek dat ik uit de koffer haalde precies over hetzelfde vraagstuk ging: moeten we ons bezighouden met de ellende in de wereld, of is het verstandiger in het hier en nu te leven en gewoon je werk te doen?

En, ach, wat zat ik daar lekker. Weet u eigenlijk wel hoe mooi de wereld kan zijn als je even niet in de krant kijkt, maar naar buiten gaat, de wijde wereld in? Ik zat daar op die veranda en iedere dag moest ik mijn stoel een halve meter verplaatsen omdat de bananenbladeren zo vreselijk hard groeiden en de papaja’s van alle kanten oprukten. Zo gauw ik mijn boek even neerlegde, kwam een kolibrie de bladzijden omslaan; en als klap op de vuurpijl bleek het boek te gaan over een gynaecologe in Drenthe. Hoeveel weidser kan de wereld worden?

Weg’, de nieuwe roman van Minke Douwesz, wordt overal aangekondigd als een scheidingsroman, het verslag van een verbroken relatie, maar ik raakte op die veranda vooral geïnteresseerd in de tegenstelling tussen idealisme en realisme die erin wordt uitgewerkt.

Hoofdpersoon is een hardwerkende arts met serieuze verantwoordelijkheden. ‘Waar haar leven goed voor was, wist ze niet, maar ze leefde en zolang dat zo was, moest ze maar doen wat ze te doen had: vrouwen verlossen, tumoren wegsnijden en pillen voorschrijven.’

Een praktisch en nijver artsenbestaan dus, dat botst op het schimmige idealisme van haar partner, een activistische wereldverbeteraar zonder werk. Want weliswaar zijn de principes van deze partner hoogstaand, maar ze leveren niet veel meer op dan chagrijnigheid en een onappetijtelijk soort vandalisme. Je begrijpt dan ook meteen dat de gynaecologe geen zin meer heeft in zo’n huisprofeet die in bed blijft liggen teneinde niet aan het systeem mee te werken. ‘Iemand zal toch maar moeten zorgen dat er gezaaid wordt, geoogst, gebakken, en dat er water uit de kraan komt.’

Niettemin verdedigt de gynaecologe haar alledaagse bestaan net iets te nadrukkelijk, en na verloop van tijd klinkt de twijfel door. Want inderdaad, er is veel ellende in de wereld. Maar ja, wat kon je anders doen dan doorgaan met je leven en je eigen taken? ‘Aan het voortdurend bewustzijn van alles wat slecht was, ging je kapot.’

Peinzend sloeg ik het boek dicht en ik ging uit mijn koffer een paar van die geëngageerde romans halen die tegenwoordig zo in de mode zijn. Na het kleine bestaan dat in Weg wordt beschreven, het leven in het hier en nu, was de wereld in die boeken opeens vol van rumoer en ruimte, van grote gedachten en grote gebeurtenissen. En van ellende.

Ik moet zeggen, ik houd erg van die maatschappelijke romans, je leert nog eens iets over de wereld, maar het is natuurlijk de vraag of de wereld daar ook iets aan heeft. Was ik, werkeloos lezend op die veranda, niet net zo’n schimmige escapist als de ex van de gynaecologe? Maakte ik me alleen maar druk over ellende op papier? De woorden van de taxichauffeur kwamen bovendrijven in de zoele tropenavond.

Aan het eind van mijn verblijf bereidde ik me voor op terugkeer naar de bewoonde wereld door Exit Ghost van Philip Roth te lezen. Een boek over een schrijver die zich heeft teruggetrokken op het platteland, en daar zonder kranten, zonder televisie, zonder internet, zonder ooit nog iets te horen over verkiezingen of de oorlog in Irak, toch prima zijn werk blijkt te kunnen doen. Het laatste wat hij wil is terugkeren naar de stad, naar de hele opgewonden, immer verontwaardigde en uiterst emotionele crisisstemming.

Ik zuchtte diep toen ik dat las; maar mijn tijd zat erop en ik moest wel terug. En toen ik terug was, moest ik de post lezen, en dus trok ik op goed geluk een krant uit de stapel, sloeg een bladzijde op, en dit is wat ik las. ‘Moet het CDA Wilders uitsluiten als coalitiepartner?’, vroeg de redactie van de NRC aan haar lezers. ‘Vreest u de Mexicaanse griep? Hoe moet Willem-Alexander het koningschap vervullen?’

Ik zuchtte opnieuw. Vreest u Willem-Alexander? dacht ik. Moet het CDA zich neerleggen bij de Mexicaanse griep? Denkt u dat Wilders klaar is voor het koningschap? Je zou willen dat kranten wat minder hengelen naar de hoogstaande chagrijnigheid en de principiële verontwaardiging van een kleine groep lezers.

Je kunt wel steeds over onzin willen discussiëren, maar intussen moeten al die andere lezers hard werken en zorgen dat er water uit de kraan komt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden