Akzo Nobel verkoopt chemietak voor 10 miljard: zijn de aandeelhouders nu tevreden?

Akzo Nobel verkoopt onder druk van ontevreden aandeelhouders de chemietak voor 10,1 miljard euro aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle. Zijn die aandeelhouders nu tevreden en laten ze de Nederlandse multinational met rust? Vier vragen over de opsplitsing van Akzo Nobel. 

Dinsdag is de chemietak van Akzo Nobel voor 10,1 miljard euro verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle.Beeld ANP

Waarom verkoopt Akzo Nobel de chemiepoot?

Als goedmakertje voor het niet doorgaan, vorig jaar, van een overname van de Nederlandse verf- en chemiemultinational door PPG. Akzo weigerde tot drie keer toe een miljardenbod van deze Amerikaanse rivaal. Dit tot woede van vooral Britse en Amerikaanse beleggers, die veel geld misliepen doordat de overname niet doorging. In het hoogoplopende gevecht beloofde Akzo de boze aandeelhouders de chemietak af te splitsen en te verkopen.

Die operatie is dinsdag afgerond. De chemietak (onder meer zout en chloor) wordt voor 10,1 miljard euro verkocht aan de Amerikaanse investeringsmaatschappij Carlyle. Na aftrek van schulden, verplichtingen en kosten blijft daarvan 7,5 miljard euro over. Het ‘overgrote deel’ daarvan wordt aan de aandeelhouders gegeven. Niet alles, want Akzo houdt mogelijk een deel zelf om straks (kleine) overnames te kunnen betalen.

Zijn de aandeelhouders nu tevreden? Of willen ze nog meer?

Dat blijft de vraag. Akzo beloofde de aandeelhouders vorig jaar in het overnamegevecht om het bedrijf op termijn net zo veel waard te maken als PPG wilde betalen. Maar dan op eigen kracht, door veel efficiënter en winstgevender te worden.

Nu de verkoop van de chemietak rond is, steeg de koers van Akzo Nobel dinsdag naar ruim 77 euro. Dat is veel meer dan voordat PPG ruim een jaar geleden ongevraagd op het toneel verscheen. Maar het is ook nog veel minder dan de 96,75 euro die de Amerikanen vorig jaar per aandeel wilden betalen.

Akzo heeft ambitieuze financiële doelstellingen opgesteld die in 2020 gehaald moeten zijn. Onder meer de VEB, de belangenbehartiger van particuliere beleggers, twijfelt na een voor Akzo moeizaam jaar of het bedrijf die beloften wel kan waarmaken. Nu de chemietak 10 miljard euro oplevert in plaats van de gehoopte 12 miljard, wordt het halen van de doelen nog moeilijker. De kans bestaat dat de aandeelhouders de komende tijd toch weer gaan morren, ondanks de miljarden die ze tegemoet kunnen zien.

En de werknemers? Wat gebeurt er met hen?

Volgens Akzo Nobel-topman Thierry Vanlancker zijn ze in goede handen. Carlyle heeft de chemietak ‘als één geheel’ gekocht, zei de Vlaming dinsdag. Ze respecteren alle regels en (secundaire) arbeidsvoorwaarden en hebben beloofd te investeren in verdere groei.

Carlyle gaat de aankoop dus niet verder opknippen, om die onderdelen vervolgens zelf weer voor meer geld door te verkopen aan anderen. Volgens Vanlancker is dat ook heel moeilijk, omdat in de chemietak alles onderling is verbonden. Verder blijft het hoofdkantoor in Nederland, heeft Carlyle beloofd.

De vakbonden en de ondernemingsraad reageerden dinsdag voorzichtig positief. Carlyle heeft namelijk een goede reputatie; of althans minder slecht dan andere ‘opkoopfondsen’. Maar of de 2.500 Nederlandse werknemers van ‘Specialty Chemicals’ daarmee veilig zijn, is de vraag. Carlyle deed weinig in Nederland, maar een van de deals was Casema. Die kabelmaatschappij werd met drie andere samengevoegd tot Ziggo. Dat proces kostte vele honderden banen en maakte de top van Ziggo multimiljonair bij de beursgang.

Ziggo is een heel ander geval dan Akzo, maar toch. ‘Investeringsmaatschappijen willen rendement maken’, zegt Jasper Jansen van de VEB. ‘Als het nodig is daarvoor te bezuinigen bij een bedrijf dat ze hebben gekocht, dan doen ze dat. Dat kan een jaar duren, of twee, maar zo gaat het in deze wereld.’

Hoe gaat het nu verder met Akzo?

Akzo Nobel wordt nu een verf- en lakkenbedrijf. Zonder de chemietak wordt de beurswaarde van de Nederlandse multinational tussen 10- en 15 miljard euro. Dat is ongeveer eenderde minder dan vorig jaar. Daarmee is het afgeslankte Akzo opeens weer een aantrekkelijke overnameprooi. Als verfbedrijf is Akzo mondiaal de nummer drie, achter onder meer PPG.

Topman Vanlancker wil niets horen van de suggestie dat Akzo weer een speelbal wordt. PPG heeft ook wel wat anders aan het hoofd dan weer een slopend – en duur  overnamegevecht te beginnen. 

Wat wel kan: Axalta. Akzo sprak eind vorig jaar al met deze Amerikaanse verffabrikant, maar een fusie ketste toen af. Waarnemers denken dat beide partijen opnieuw om de tafel gaan, nu Akzo is verlost van de chemietak. Samen zijn Akzo en Axalta net zo groot als PPG, of zelfs iets groter. Zo’n comfortabele plek in de topdrie zou de opgejaagde multinational eindelijk wat rust geven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden