Akwarel of de minimale kunst

Niets. Nada. Niente. Dat was het uitgangspunt van de Nul-beweging in de jaren zestig. Met kunst die tot het minimum zou worden gereduceerd. Met zo weinig mogelijk middelen, zo weinig mogelijk kleur en elk gebrek aan inhoud. De kunststroming waaide eind jaren '50 uit Duitsland over naar andere delen van Europa. Ook naar Nederland, waar het enkele ferme discipelen had. Onder wie Henk Peeters die over de jaren de beginselen van de beweging trouw bleef. Tot dit weekeind: hij stierf afgelopen zaterdag, 87 jaar, in zijn Gelderse woonplaats Hall.


De Nederlandse Nul-groep bestond vanaf zijn lancering in 1960 uit vier rebelse leden: Armando, Jan Schoonhoven, Jan Henderikse en Peeters. Van dat kwartet was Peeters (Den Haag, 1925) de meest ingetogene. Terwijl Armando agressief werk maakte met bouten en autobanden, Schoonhoven rechthoekige reliëfs in elkaar plakte en Henderikse in de weer was met luciferdoosjes en bierkratten, richtte Peeters zich op materialen van hoge aaibaarheid.


Bekend werd hij door zijn sculptuur van boterhamzakjes gevuld met water (met de titel Akwarel, zoals dat in de jaren '60 werd gespeld), wattenstaafjes in formatie, ingelijste 'koehuiden', 'schilderijen' met witte veertjes, plastic zuilen met water en luchtbellen. De kunstenaar hoefde, volgens Peeters, feitelijk niets te maken; hij moest wat in de buitenwereld al bestond enkel herontdekken, gebruiken en ordenen. Geen expressie, geen artistieke romantiek en vooral geen verheerlijking van het individuele kunstenaarsschap - dat waren destijds de vernieuwende uitgangspunten. Met de kunstwereld had Peeters dan ook een ambivalente relatie: 'Ik moet zeggen, dat ik liever de krant lees dan het Museumjournaal. (...) Het werkelijke leven is toch interessanter dan de kunst.'


Tegelijkertijd was Peeters de actiefste ambassadeur van de beweging. Hij onderhield contacten met zijn Duitse Zero-collega's Heinz Mack, Otto Piene en Günther Uecker, en de Fransman Yves Klein (bekend vanInternational Klein Blue, het door hem gepatenteerde ultramarijnblauw). Met zijn guitigheid verdedigde Peeters de uitgangspunten van de groep. Nihilistisch is hij gebleven, zoals hij was vanaf het begin. Zo schrok hij er niet van terug om in 1965 ('op een maandagochtend') al zijn werk mee te geven aan de vuilnisman. Waarschijnlijke reden: de slechte ontvangst van de Nul-tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat jaar.


Zijn bekendheid, later, leed er niet onder. Twee jaar geleden werd de Nul-groep nog geëerd met een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Schiedam. Peeters kreeg in datzelfde jaar een solo (plus monografie) in het Haagse Gemeentemuseum. Met zijn pluizige, witte kapsel was hij tot op het laatst een wandelend kunstwerk uit het zuiverste Nul-verleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden