Analyse

Akkoord van G7 over minimum winstbelasting is ‘historisch’, maar multinationals zullen er niet van schrikken

De zeven rijkste industrielanden zijn het zaterdag eens geworden over de minimum winstbelasting voor multinationals: 15 procent. Een doorbraak, zeker, maar zal dit akkoord werkelijk een einde maken aan the race to the bottom?

De ministers van Financiën van de G7 die een ‘historisch’ akkoord sloten. Beeld AFP
De ministers van Financiën van de G7 die een ‘historisch’ akkoord sloten.Beeld AFP

‘Historisch’. ‘Ongekend’. ‘Een vuist’. De superlatieven flitsen de wereld over zodra de zeven rijkste industrielanden (G7) zaterdagmiddag een akkoord bereiken over een minimale winstbelasting van 15 procent voor multinationals. De grote woorden zijn begrijpelijk, alleen al omdat de laatste tien jaar vrijwel niets is gedaan om belastingontwijking door (tech)reuzen aan te pakken.

Volgens Amerikaanse minister van Financiën Janet Yellen maakt het akkoord een eind aan the race to the bottom van steeds lagere belastingtarieven waarmee landen elkaar aftroeven in hun poging multinationals te lokken. ‘Dit is goed nieuws voor eerlijke belastingen en solidariteit en slecht nieuws voor belastingparadijzen’, verklaarde haar Duitse collega Olaf Scholz.

Het akkoord van de Financiënministers van de G7 (Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Italië, Verenigd Koninkrijk, Japan, Canada) is zeker een doorbraak. Sinds jaar en dag schuiven wereldwijd opererende bedrijven onbekommerd hun winsten heen en weer tussen landen waar ze (vaak alleen op papier) actief zijn om hun winstafdracht aan de fiscus te minimaliseren. Met dank aan verdeeldheid in de EU en tussen de EU en de VS om deze belastingontwijking aan te pakken. Een wereldwijd minimumtarief voor winstbelasting is dan ‘historisch’, zoals Scholz en zijn Franse en Britse collega’s jubelden.

Temeer omdat ook nog eens is vastgelegd hoe de opbrengst – geraamd op 50 miljard euro per jaar voor de Europese schatkisten – verdeeld wordt over de landen waar een bedrijf actief is. Dat is winst, zij het een andere dan waar multinationals mee bezig zijn.

Karig minimum

Het akkoord bevat echter ook elementen die de jubeltonen wat schril doen klinken. Allereerst het minimumpercentage van 15 procent: dat is aan de karige kant. De Amerikaanse president Joe Biden had 21 procent voorgesteld, maar dat was voor veel landen (ook in Europa) vloeken in de fiscaal-liberale kerk. De deze week opgerichte denktank EU Tax Observatory stelt dat in 1985 de gemiddelde winstbelasting voor multinationals 50 procent bedroeg, inmiddels is dat gedaald tot 21 procent. De nieuwe 15-procentnorm legt de bodem nog lager. ‘De lat ligt zo laag dat bedrijven er moeiteloos overheen stappen’, stelde Oxfam International, een organisatie die ijvert voor solidariteit.

Dan is er de verdeling van de verwachte opbrengst, die lijkt ook een stevige kater te veroorzaken. Het G7-akkoord zegt namelijk dat 20 procent van de winstbelasting versleuteld wordt over de betrokken landen, de overige 80 procent mag de multinational net als nu daar houden waar het hem het beste uitkomt.

Dan zijn er de altijd verraderlijke open eindjes – eufemistisch ‘technische details’ genoemd – die nadere uitwerking vergen. Bijvoorbeeld wat nu precies als winst wordt beschouwd. Let wel, de EU steggelt daar al tien jaar over. ‘Dat is beslist geen detail’, erkent een betrokkene. Een uitgeklede winstdefinitie erodeert immers het effect van een toch al bescheiden minimumtarief.

Het is aan de G20 (rijkste 20 industrielanden) en de OESO (38 landen) om die definitie volgende maand vast te stellen, zonder garantie op succes. In diezelfde context: ook de EU-landen moeten het nog eens worden over het G7-akkoord. De EU-lidstaten in de G7 (Duitsland, Frankrijk, Italië) zijn niet representatief voor de EU. EU-ambtenaren voorzien ‘hectisch overleg’ tussen de Financiënministers, vooral met die van Ierland en Hongarije, landen met een lage winstbelasting. Nederland is wel tevreden over het akkoord.

Digitaksen

Nog een heikel punt: het G7-akkoord zegt dat er ‘passende coördinatie’ komt voor het gelijktijdig invoeren van de winstbelasting en het afschaffen van de speciale digitaksen in EU-landen als Frankrijk, Italië, Spanje en Oostenrijk voor techgiganten. De VS staat hierop, omdat de digitaks in de praktijk alleen Amerikaanse bedrijven (Apple, Google, Amazon, Facebook) treft. De EU is echter geenszins van plan die taksen op te heffen, ook al omdat ze op den duur het EU-budget mede moeten financieren.

Als niettemin dit najaar alle landen en clubs het akkoord overnemen, duurt het nog een paar jaar eer de 15 procent winstbelasting effectief wordt geheven. De eerste reacties van Amazon, Google en Facebook getuigden dan ook van tevredenheid. Een hoger tarief afgewend, het lagere laat voorlopig op zich wachten.De Ierse minister van Financiën Paschal Donohoe zei niet bezorgd te zijn over de aantrekkelijkheid van zijn land (12,5 procent winstbelasting, effectief nog lager door speciale fiscale voordeelregelingen) voor techgiganten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden