Akkoord over steun aan Griekenland

Een faillissement van Griekenland wordt afgewend met een tweede noodlening van de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Banken, verzekeraars en pensioenfondsen betalen mee aan deze lening, die naar verwachting ruim 100 miljard euro zal bedragen. De ministers van Financiën bereikten daar zondagnacht na bijna zeven uur moeizaam onderhandelen een akkoord over.

De Nederlandse minister van Financiën Jan Kees de Jager (links) schudt zijn net aangetreden Griekse collega Evangelos Venizelos de hand.Beeld anp

De ministers spraken na afloop over 'een doorbraak'. De nieuwe reddingsoperatie - Athene ontving vorig jaar ook al 110 miljard euro van de EU en het IMF - moet de rust op de financiële markten doen weerkeren. Afgelopen weken daalden de beurskoersen en de euro omdat investeerders vreesden dan Griekenland zijn schulden niet meer kon voldoen.

Struikelblok
Grootste struikelblok in de onderhandelingen tussen de eurolanden was de Nederlands-Duitse eis dat banken, verzekeraars en pensioenfondsen meebetalen aan de redding van Griekenland. Aan de eerste noodlening leverden ze geen bijdrage, waardoor de rekening bij de belastingbetaler belandde.

De ministers zijn het er nu over eens dat de private investeerders een substantieel deel van het nieuwe reddingspakket voor hun rekening nemen. Hoeveel precies en op welke wijze ze dat doen, wordt de komende weken uitgewerkt. Die gesprekken moeten begin juli gereed zijn, zodat het reddingspakket voor Griekenland medio juli door de eurolanden en het IMF definitief kan worden goedgekeurd.

Pessimistisch
Voorafgaand aan het overleg met zijn eurocollega's toonde minister De Jager van Financiën zich nog pessimistisch over een akkoord. 'Het zal heel erg moeilijk worden om een akkoord te bereiken', zei De Jager na aankomst in Luxemburg. 'De Nederlands-Duitse eis ligt verschrikkelijk gevoelig bij andere landen. Daarnaast willen wij ook zekerheid dat de Grieken de bezuinigingen leveren die ze hebben beloofd. Het is absoluut niet zeker dat we uit de gevarenzone zijn.'

De zuidelijke eurolanden en de Europese Centrale Bank (ECB) vrezen dat druk op de private investeerders paniek veroorzaakt op de geldmarkten met een nieuwe kredietcrisis als gevolg. De ministers benadrukken daarom dat de bijdrage van de banken en pensioenfondsen vrijwillig zal zijn. Het zijn vooral Griekse investeerders die zich hierdoor moeten laten overtuigen.

Verkoop staatsbedrijven
Betrokken diplomaten verwachten dat het tweede Griekse reddingsplan circa 110 miljard euro zal bedragen, net zoveel als de eerste lening. Athene moet zelf 35 miljard op tafel leggen, te betalen uit de verkoop van staatsbedrijven. Banken, pensioenfondsen en verzekeraars worden geacht 25 miljard voor hun rekening nemen. Daarmee resteert voor de eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) 50 miljard euro.

Het aandeel van de eurolanden (33 miljard euro) wordt uit het bestaande noodfonds voor zwakke eurolanden geleend. Daarin zit nog ruim 600 miljard euro zodat de landen geen extra garanties hoeven af te geven.

Bezuinigingen
Harde voorwaarde voor een tweede reddingsplan is dat Griekenland zijn aangekondigde zware bezuinigingen waarmaakt. De nieuwe Griekse minister van Financiën Venizelos beloofde zijn EU-collega's dat te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden