Ajax-vedette Eriksen schuwt het werk niet

AMSTERDAM - Ajax - ADO Den Haag 1-1

Christian Eriksen is een vedette met de uitstraling van de jongste bediende. Zo kijkt hij, de ogen naar beneden gericht, ook terug op het teleurstellende 1-1-gelijkspel van Ajax tegen ADO Den Haag. Tikkeltje schuldbewust, tikkeltje verongelijkt, maar bovenal bedeesd.

Zijn ploeg had zondagmiddag in de Arena twee vliegen in één klap kunnen slaan. De achterstand op koploper PSV in de eredivisie kon worden ingelopen. Daarmee zou dan tevens de zure nederlaag tegen Steaua Boekarest, 61 uur eerder geleden, enigszins zijn verwerkt.

De gehoopte overwinning blijft uit. Ajax verzuimt in het eerste half uur de leiding te nemen, althans op een manier die de arbitrage volledig overtuigt. Scheidsrechter Van Boekel ziet niet dat een schot van Kolbeinn Sigthórsson de doellijn is gepasseerd. Iets eerder had hij ook al een doelpunt ten onrechte afgekeurd wegens buitenspel en een strafschop had er ook best vanaf gekund.

Tussendoor is ADO verrassend op voorsprong gekomen, ingeleid door een ongelooflijke fout van Niklas Moisander. Diens pass op Toby Alderweireld belandt in de voeten van Tjaronn Chery. De aanvaller van ADO treft gemakkelijk doel met een boogbal, omdat doelman Kenneth Vermeer nog op de weg terug is van een klusje elders.

Ajax is daardoor gedwongen tot een achtervolging, zoals het dat twee weken geleden ook al was toen Roda JC de leiding nam in de Arena. Christian Eriksen leidt die achtervolging, al is dat voor een matig geïnteresseerde voetbalkijker niet evident.

De Deen heet een vedette te zijn, maar is dat slechts in de ogen van mensen die er verstand van (menen te) hebben. Zij zien de razendsnelle voetbeweging waarmee de middenvelder een ploeggenoot zomaar in kansrijke positie kan manoeuvreren. Voor buitenstaanders is Eriksen het oliemannetje, de plichtbewuste werkbij wiens taak het is de boel draaiende te houden.

Op papier staat Eriksen linkshalf, maar in feite is het hele veld zijn speelterrein. Alle spelhervattingen, uitgezonderd de doeltrap, beginnen bij de nummer 8. Verdedigers zoeken hem vrijwel automatisch op als tussenstation bij het opzetten van een aanval. En als hij niet direct in beeld komt, staat Eriksen wel te zwaaien met zijn armen om de aandacht te trekken.

Eriksen houdt van de bal en vermoedelijk is de liefde wederzijds. Hij heeft in beide voeten het vanzelfsprekende, bijna achteloze balgevoel dat de vedette kenmerkt. Ook zal hij het nooit moeilijker maken dan nodig is, eveneens een kenmerk van het ware.

De glimp van genialiteit wordt na een klein kwartier eventjes zichtbaar. Met de buitenkant van zijn rechtervoet lanceert Eriksen landgenoot Viktor Fischer in de richting van het ADO-doel. Fischer mist en dat is meteen het verhaal van de wedstrijd. Ajax blijft in gebreke en krijgt het steeds moeilijker naarmate het succes uitblijft.

Een ander hem typerend spelmoment vindt in de tweede helft plaats. Na een afgeslagen aanval valt de bal tussen Isaac Cuenca en Eriksen in. De Spanjaard is er als eerste bij. Eriksen laat hem begaan en is vervolgens niet te beroerd de bal te heroveren als het misgaat.

Door deze zeldzame combinatie van balvaardigheid en onbaatzuchtigheid is Eriksen uitgegroeid tot een vaste waarde bij Ajax. Oud-trainer Martin Jol wilde hem niet over de kop jagen, maar Frank de Boer noteert zijn naam als eerste bij het maken van de opstelling.

Krap 21 jaar oud zal Eriksen volgende week zijn honderdste wedstrijd spelen in de eredivisie. Twee keer hielp hij Ajax aan de landstitel en als het dit seizoen niet lukt, zal het daarbij vermoedelijk blijven.

In en rond de Arena wordt zijn transfer als vanzelfsprekend ervaren. Zelf houdt Eriksen de kaken stijf op elkaar. Ook de Deense journalisten die in Amsterdam zijn neergestreken voor het Deense accent van Ajax, worden niets wijzer. Zo zit Eriksen vermoedelijk in elkaar. Hij is geen man die op de voorgrond treedt met gepeperde uitspraken. Zijn eigen spel noemt hij zondag na de wedstrijd 'een beetje slordig, maar niet heel slecht'.

Vlak voor tijd maakt Lasse Schöne, nog een Deen, gelijk nadat Eriksen zijn zoveelste hoekschop voor het doel heeft geslingerd. 'We moeten maar blij zijn met dit ene puntje', zegt de nummer 8 met bittere ondertoon.

Nog zes thuiswedstrijden resten de liefhebbers van Ajax om hem met eigen ogen te kunnen aanschouwen. De eerstvolgende is die van woensdag tegen AZ, een wedstrijd waarin de bekerfinale op het spel staat.

'Dan moeten we er weer staan', zegt Eriksen. Wanneer hij zijn ogen eventjes opslaat, wordt meteen duidelijk dat het aan hem niet zal liggen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden