Ajax, Barcelona, Cruijff: sportieve drie-eenheid

De lievelingsclubs van Cruijff onmoeten elkaar woensdag in de Champions League. Met hem als speler sloegen Ajax en Barça de weg omhoog in.

Johan Cruijff was 19 toen hij als Ajacied debuteerde in het Europese clubvoetbal. Acht jaar later betrad hij voor het eerst namens Barcelona het internationale podium dat toen nog Europa Cup heette.


Het waren respectievelijk de jaren 1966 en 1974. Beide ploegen stonden nog in de grondverf. Het behalen van de landstitel in dat jaar was al mooi. Zowel Ajax als Barcelona had dit in 1960 voor het laatst gepresteerd. Maar met Johan Cruijff aan boord sloegen ze beide de weg omhoog in.


Zo zijn Ajax, Barcelona en Cruijff in een halve eeuw uitgegroeid tot meer dan een alfabetische opeenvolging. Het zijn altijd zijn lievelingsclubs gebleven, ook in tijden van bekoeling. Sterker nog, Cruijff is maatgevend geworden in Amsterdam en Barcelona. Soms was hij de donderwolk, soms de nieuwe horizon.


In 1987 won hij als trainer de Europa Cup II (een soort Europa League) met Ajax. Matchwinnaar was Marco van Basten, zijn erflater in Amsterdam.


Vijf jaar later deed Cruijff het bij Barcelona nog beter als coach. Voor de eerste keer in het bestaan van de club werd de Europa Cup I veroverd, de voorloper van de Champions League. Ditmaal besliste Ronald Koeman het duel.


Woensdagavond staan zijn lievelingsclubs voor het eerst tegenover elkaar in een officiële wedstrijd. Met aan Amsterdamse kant Viktor Fischer, nu het grootste talent bij Ajax. Hij is 19 jaar, even oud dus als Cruijff in 1966. Het grote verschil: de Deen is de vrucht van zorgvuldige scouting, de Nederlander kwam gewoon binnen wandelen. Het toenmalige stadion De Meer was om de hoek bij hem.


Bij Barcelona speelt de beste voetballer van dit moment: Lionel Messi. Hij is 26, één jaar jonger dan Cruijff was in 1974. Met de Argentijn is Barça uitgegroeid tot de toonaangevende club van de wereld.


Die toon werd veertig jaar geleden gezet toen Johan Cruijff als werknemer van Barcelona op het plaatselijke vliegveld werd onthaald als de gehoopte verlosser.


Een jaar later al, op 18 september 1974 wachtte het eerste duel in de strijd om de Europa Cup. Toneel was het Oostenrijkse Linzerstadion en de tegenstander heette Vöest Linz. Die afkorting stond voor de Vereinigte Österreichische Eisen- und Stahlwerke. Dat klinkt naar het lang vervlogen tijdperk van communistisch Oost-Europa. Zo'n naargeestige wedstrijd werd het ook.


Europa had zich veel voorgesteld van het sterrenensemble dat in Barcelona was gevormd. Daarin was die zomer ook Johan Neeskens opgenomen. Hij ging door het leven als Johan II.


Onderhandelingen

De overstap van Johan de Eerste, een jaar eerder, had nogal wat voeten in de aarde gehad. Aanvankelijk vroeg Ajax drie miljoen dollar. 'Barcelona is wel goed, maar niet gek', luidde de reactie van manager Carabén.


Omgerekend in Nederlandse guldens wilde Ajax 9 miljoen ontvangen. Uiteindelijk bleef van die vraagprijs tweederde over en konden de onderhandelingen in diverse Amsterdamse hotels beginnen.


Eigenlijk wilde Ajax zijn 'Nummer 14' niet kwijt. De club probeerde hem te behouden door zijn salaris naar het gewenste niveau te tillen. Maar Cruijff gooide zelf de deur dicht. 'Jullie snappen het niet', zei hij tegen het bestuur. 'Het gaat me helemaal niet om het geld. Ik wil gewoon weg.' Hij en echtgenote Danny hadden hun zinnen gezet op Barcelona.


'Een pratertje', had Bennie Muller, de geroutineerde middenvelder van Ajax, hem tien jaar eerder genoemd. Doelman Gert Bals voegde er de veelzeggende anekdote aan toe dat Muller biljartles kreeg van Johan Cruijff. 'Terwijl Bennie het veel beter kan.' Al op jonge leeftijd wist hij het beter.


In de herfst van 1964 maakte hij zijn debuut in het eerste van Ajax. Dat gebeurde bij GVAV, zoals FC Groningen toen heette. Cruijff was 17 jaar. Hij moest echter snel weer plaatsmaken voor de van een blessure herstelde Piet Keizer. Een basisplaats liet nog even op zich wachten. Die kreeg hij pas nadat trainer Vic Buckingham had plaatsgemaakt voor Rinus Michels.


Nadat Ajax in het seizoen 1965/1966 twee misstappen had begaan, gunde de coach hem een vaste plek in de voorhoede. Met Cruijff werden de Amsterdammers onbedreigd kampioen. De succesvolste periode in het bestaan van de club brak aan.


Op 28 september 1966 werd het Turkse Besiktas ontvangen in het Olympisch Stadion, de uitvalsbasis voor belangrijke wedstrijden. Ajax had een harde dobber aan de bezoekers, die de rijen goed gesloten hield. Vlak voor tijd schoot Muller de eindstand van 2-0 op het bord.


In het verslag in de Volkskrant duikt de naam van de debutant in het Europese clubvoetbal één keer op: 'Cruijff, zelden opvallend en voortdurend bewaakt, schoot in de staantribunes.'


Na afloop werd hij met een nors gezicht in de catacomben gesignaleerd. 'Het Amsterdamse lieverdje' beklaagde zich over de harde en geniepige tegenstanders. 'Wat een zooitje', zei hij tegen verslaggevers.


Ajax won ook in Istanbul, waar Cruijff een doelpunt van Sjaak Swart inleidde. Journalist Evert Grifhorst omscheef hem als 'een woelwater' die langzamerhand naam begon te maken. Het treffen bleek het voorportaal naar de eeuwige roem.


Mistwedstrijd

In de volgende ronde stuitte Ajax op het sterker geachte Liverpool. Het thuisduel staat veel 50-plussers in het geheugen gegrift als de 'mistwedstrijd'. Het werd 5-1 voor Ajax en de onzichtbaarheid maakte die monsterscore nog magischer.


In Liverpool hield Ajax met 2-2 stand. De gastheer maakte een diepe buiging voor de tweevoudige doelpuntenmaker: Cruijff. Zijn talent werd voor het oog van de wereld zichtbaar.


Dat seizoen strandde Ajax in de volgende ronde in Praag, mede door een eigen doelpunt. Maar de mars naar de top was ingezet en zou daar in 1971 inderdaad eindigen. Michels verwijderde de zwakste schakels, Ajax kon de sterkste behouden en Cruijff bleek van steeds uitzonderlijker klasse.


De volgende twee Europa Cups, in 1972 en 1973, werden veroverd zonder Michels. Hij was toen al overgestapt naar Barcelona, als eerste Ajacied in wat later een lange reeks zou worden.


In Amsterdam kon opvolger Stefan Kovacs in al zijn beminnelijkheid voortborduren op het succes.


Michels had het een stuk lastiger in Spanje, waar hij aanvankelijk niet de kampioenenmaker bleek die hij eerder was geweest. Dat veranderde pas nadat Spanje in 1973 de grenzen voor buitenlandse voetballers had geopend. Elke club mocht er twee opstellen. Samen met de Peruviaan Hugo Sotil trad Cruijff in dienst van Barcelona. De eerste wedstrijden gingen echter aan zijn neus voorbij omdat hij niet speelgerechtigd was.


Net als in 1965 bij Ajax betekende zijn komst de ommekeer. Na een slecht begin werd toch beslag gelegd op de landstitel. Het hoogtepunt dat seizoen was de 5-0-zege in Madrid op het plaatselijke Real, met een hoofdrol voor Cruijff.


Die overwinning ontsteeg de banaliteit van sportieve glorie. Het was weinig minder dan een verzetsdaad. Spanje was een dictatuur waarvan Madrid het centrum was. Catalonië diende zich daarnaar te voegen, desnoods kwaadschiks.


In de documentaire En un momento dado herinnert Cruijff zich de reactie van de Catalanen na de zege. Hij werd niet gefeliciteerd maar bedankt.


In de wedstrijd tegen Vöest Linz dacht Barcelona in 1974 de eerste stap naar Europese hegemonie te zetten. De voorgaande zomer hadden de beide Johannen onder leiding van Michels furore gemaakt op het WK in West-Duitsland. De finale ging weliswaar verloren, maar de herinnering aan het totaalvoetbal van Oranje zou een blijvende worden.


Het bleef echter 0-0 in Linz. Cruijff kon zijn stempel niet op de wedstrijd drukken. Aan de linkerkant ontsnapte hij een paar keer aan zijn bewaker, maar dat leverde slechts een paar kansjes op, geen doelpunten. Thuis maakte Barcelona met 5-0 wel gehakt van Vöest.


In de volgende ronde stuitte zijn club op Feyenoord, destijds een tegenstander om rekening mee te houden. Opnieuw sloeg Barça zijn slag na een doelpuntloos gelijkspel in het eerste duel. In Camp Nou werd het ditmaal 3-0. Maar in de halve finale bleek het Engelse Leeds United te sterk.


Schaduw

De thuiswedstrijd, waarin Barcelona op 1-1 bleef steken, was een van zijn laatste wedstrijden op het allerhoogste clubniveau. In de daaropvolgen- de seizoenen bleef het kampioenschap van Spanje telkens buiten bereik.


Als voetballer staat Cruijff dus in de schaduw van Messi, die Barça twee keer aan winst in de Champions League hielp. Aan de andere kant: Viktor Fischer zal nooit in staat zijn met Ajax hetzelfde te bereiken als Johan Cruijff veertig jaar geleden deed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden